Herziene Statenvertaling (HSV)
59

Verlossing door bekering

591Zie,

59:1
Num. 11:23
Jes. 50:2
de hand van de HEERE is niet te kort dat ze niet zou kunnen verlossen,

en Zijn oor is niet toegestopt59:1 toegestopt - Letterlijk: zwaar. dat het niet zou kunnen horen.

2Maar uw ongerechtigheden maken scheiding

tussen u en uw God,

uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn,

zodat Hij u niet hoort.

3Want uw handen zijn met bloed besmet,

en uw vingers met ongerechtigheid.

Uw lippen spreken leugen,

uw tong brengt onrecht tot uiting.

4Er is niemand die bijeenroept in gerechtigheid

er is niemand die in trouw een rechtszaak voert.

Zij vertrouwen op holle woorden en spreken valse dingen.

Zij zijn zwanger

59:4
Job 15:35
Ps. 7:15
van onheil, zij baren ongerechtigheid.

5Zij broeden eieren van een gifslang uit

en zij weven spinnenwebben.

Wie van hun eieren eet, sterft;

is er een kapotgedrukt, dan perst er zich een adder uit.

6Hun webben

59:6
Job 8:14,15
zijn niet geschikt voor kleding,

en zij zullen zich niet kunnen bedekken met hun maaksels.

Hun maaksels zijn maaksels van ongerechtigheid;

gewelddadig werk is in hun handen.

7

59:7
Spr. 1:16
Rom. 3:15
Hun voeten snellen naar het kwaad,

zij haasten zich om onschuldig bloed te vergieten.

Hun gedachten zijn zondige gedachten,

verwoesting en ondergang59:7 ondergang - Letterlijk: breuk. zijn op hun gebaande wegen.

8De weg van de vrede kennen zij niet,

er is geen recht in hun sporen.

Zij gaan kromme paden;59:8 Zij gaan kromme paden - Letterlijk: Hun paden maken zij krom voor zichzelf.

ieder die ze betreedt, kent de vrede niet.

9Daarom is het recht ver van ons

en bereikt de gerechtigheid ons niet.

Wij zien uit naar licht, maar zie, er is duisternis;

naar stralend licht, maar wij wandelen in donkerheid.

10Wij tasten als blinden langs de wand,

ja, wij tasten als mensen zonder ogen,

wij struikelen midden op de dag, als in de schemering,

wij verkeren, zoals de doden, in woeste plaatsen.

11Wij grommen allen als beren,

en wij kirren voortdurend als duiven.

Wij zien uit naar recht, maar het is er niet;

naar heil, maar dat is ver van ons.

12Want onze overtredingen zijn talrijk voor U

en onze zonden getuigen tegen ons.

Want onze overtredingen zijn bij ons,

onze ongerechtigheden, wij kennen ze:

13het overtreden en het liegen tegen de HEERE

en het zich afkeren bij onze God vandaan,

het spreken van onderdrukking en afvalligheid,

het zwanger zijn en melding maken van leugenachtige woorden vanuit het hart.

14Daarom is het recht teruggeweken,

en de gerechtigheid blijft van verre staan.

Want de waarheid struikelt op de straat,

en wat recht is, kan niet binnenkomen.

15Ja, de waarheid ontbreekt,

en wie zich afkeert van het kwade, wordt beroofd.

En de HEERE zag het, en het was kwalijk in Zijn ogen

dat er geen recht was.

16

59:16
Jes. 63:5
Omdat Hij zag dat er niemand was,

ontzette Hij Zich, want er was geen voorbidder.

Daarom bracht Zijn arm Hem heil,

en Zijn gerechtigheid, die ondersteunde Hem.

17Want Hij

59:17
Efez. 6:17
1 Thess. 5:8
trok de gerechtigheid aan als een harnas

en zette de helm van het heil op Zijn hoofd.

Het gewaad van de wraak trok Hij aan als kleding

en Hij hulde zich in de na-ijver als mantel.

18Naar de daden, daarnaar zal Hij vergelden,

grimmigheid aan Zijn tegenstanders,

vergelding aan Zijn vijanden.

Aan de kustlanden zal Hij vergelden wat zij verdienen.

19Dan zullen zij de Naam van de HEERE vrezen vanwaar de zon ondergaat,

en Zijn heerlijkheid van waar de zon opkomt.

Als de vijand zal komen als een rivier,59:19 Als … rivier - Of: Als hij zal komen als een nauwe rivier.

zal de Geest van de HEERE de banier tegen hem oprichten.

20En naar Sion zal

59:20
Rom. 11:26
een Verlosser komen

voor

59:20
Jes. 10:21,22
wie zich in Jakob van overtreding bekeren,

spreekt de HEERE.

21Wat Mij betreft, dit is Mijn verbond met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest, Die op U is, en Mijn woorden die Ik U in de mond gelegd heb, zullen uit Uw mond niet wijken, ook niet uit de mond van Uw nakomelingen, evenmin uit de mond van de nakomelingen van Uw nakomelingen, zegt de HEERE, van nu aan tot in eeuwigheid.

60

De heerlijkheid van Sion

601Sta op, word verlicht, want uw licht komt

en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op.

2Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken

en donkere wolken de volken,

maar over u zal de HEERE opgaan

en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden.

3En heidenvolken zullen naar uw licht gaan

en koningen naar de glans van uw dageraad.

4Sla uw ogen op, kijk om u heen en zie:

zij allen zijn bijeengekomen, zij komen naar u toe.

Uw zonen zullen van verre komen

en uw dochters zullen op de heup gedragen worden.

5Dan zult u het zien en

60:5
Ps. 34:6
stralen,

uw hart zal diep ontzag hebben en zich verruimen,

want de menigte van de zee zal zich naar u toekeren,

60:5
Openb. 21:26
het vermogen van de heidenvolken zal naar u toe komen.

6Een menigte kamelen zal u bedekken,

de jonge kamelen van Midian en Efa.

Zij allen uit Sjeba zullen komen,

goud en wierook zullen zij aandragen,

zij zullen de loffelijke daden van de HEERE boodschappen.

7Alle schapen van Kedar zullen voor u bijeengebracht worden,

de rammen van Nebajoth staan u ten dienste;

ze zullen als een welgevallig offer komen op Mijn altaar

en Ik zal aan Mijn luisterrijk huis aanzien geven.

8Wie zijn dezen, die daar komen aangevlogen als een wolk,

als duiven naar hun til?

9Voorzeker, de kustlanden zullen Mij verwachten,

en de schepen van Tarsis zullen de eerste zijn

om uw kinderen van verre te brengen,

hun zilver en hun goud met hen,

naar de Naam van de HEERE, uw God,

naar de Heilige van Israël, want Hij heeft u verheerlijkt.

10Vreemdelingen zullen uw muren herbouwen

en

60:10
Jes. 49:23
hun koningen zullen u dienen,

want in Mijn grote toorn heb Ik u geslagen,

maar in Mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd.

11Uw poorten zullen steeds openstaan;

dag en nacht zullen ze niet gesloten worden,

opdat men het vermogen van de heidenvolken naar u toe zal brengen

en hun koningen naar u toe geleid zullen worden.

12Want het volk en het koninkrijk die u niet zullen dienen, zullen vergaan en die volken zullen totaal verwoest worden.

13De luister van de Libanon zal naar u toe komen,

cipres, plataan en dennenboom tezamen,

om de plaats van Mijn heiligdom aanzien te geven,

en Ik zal de plaats van Mijn voeten verheerlijken.

14Ook zullen, zich buigend, naar u toe komen

de kinderen van hen die u onderdrukt hebben,

en allen die u verworpen hebben, zullen zich neerbuigen aan uw voetzolen,

en zij zullen u noemen: Stad van de HEERE,

het Sion van de Heilige van Israël.

15In plaats van dat

60:15
Jes. 49:19
54:1,6,7
u verlaten en gehaat bent geweest,

zodat niemand door u heen trok,

zal Ik u tot een eeuwige glorie maken,

tot een vreugde van generatie op generatie.

16U zult de melk van de heidenvolken zuigen,

ja, u zult aan de borst van koningen zuigen;

dan zult u weten dat Ik, de HEERE,

60:16
Jes. 43:3
uw Heiland ben,

en uw Verlosser, de Machtige van Jakob.

17In plaats van koper zal Ik goud brengen,

in plaats van ijzer zal Ik zilver brengen,

in plaats van hout koper,

in plaats van stenen ijzer.

En als uw opzichter stel Ik vrede aan

en als uw opzieners gerechtigheid.

18Er zal niet meer gehoord worden van geweld in uw land,

van verwoesting of rampen60:18 rampen - Letterlijk: breuk. binnen uw grenzen,

maar uw muren zult u noemen Heil,

en uw poorten Lof.

19De zon zal voor u niet meer zijn tot een licht overdag

en als een schijnsel zal u de maan niet verlichten,

maar de HEERE zal voor u zijn tot een eeuwig licht

en uw God tot uw sieraad.

20Uw zon zal niet meer ondergaan

en uw maan zal zijn licht niet intrekken,

want de HEERE zal voor u tot een eeuwig licht zijn

en aan de dagen van uw rouw zal een einde komen.

21Uw volk, zij allen zullen rechtvaardigen zijn,

voor eeuwig zullen zij de aarde in bezit nemen.

Zij zullen een

60:21
Matt. 15:13
stekje zijn, door Mij geplant,

60:21
Jes. 29:23
45:11
een werk van Mijn handen, opdat Ik verheerlijkt zal worden.

22De kleinste zal tot duizend worden

en de minste tot een machtig volk;

Ík, de HEERE, zal dit te zijner tijd spoedig doen komen.

61

Het jubeljaar van de verlossing

611De

61:1
Luk. 4:17,18,19,20
Geest van de Heere HEERE is op Mij,

omdat de HEERE Mij gezalfd heeft

om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen.

Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart,

om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen

en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis;

2om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de HEERE

en de dag van de wraak van onze God;

om alle treurenden te troosten;

3om aangaande de treurenden van Sion te beschikken dat hun gegeven zal worden

sieraad in plaats van as,

vreugdeolie in plaats van rouw,

een lofgewaad in plaats van een benauwde geest,

opdat zij genoemd worden eiken van de gerechtigheid,

een planting door de HEERE, om Hem te verheerlijken.

4Zij zullen

61:4
Jes. 58:12
verwoeste plaatsen van weleer herbouwen,

de woeste plaatsen van vroeger weer oprichten,

de verwoeste steden vernieuwen,

die verwoest lagen, van generatie op generatie.

5Vreemden zullen klaarstaan en uw kudden weiden,

vreemdelingen zullen uw akkerbouwers en uw wijnbouwers zijn.

6Ú echter zult genoemd worden:

61:6
1 Petr. 2:5,9
Openb. 1:6
5:10
priesters van de HEERE,

men zal u noemen: dienaren van onze God.

U zult het vermogen van heidenvolken eten,

u zult u beroemen in hun luister.

7In plaats van uw dubbele schaamte en schande

zullen zij juichen over hun deel.

Daarom zullen zij in hun land het dubbele in erfelijk bezit hebben,

zij zullen eeuwige blijdschap hebben.

8Want Ik, de HEERE, heb het recht lief,

Ik haat roof bij het brandoffer,61:8 bij het brandoffer - Ook mogelijk is de vertaling: met onrecht.

en Ik zal geven dat hun werk in waarheid zal zijn

en Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten.

9Hun nageslacht zal onder de heidenvolken bekend worden,

en hun nakomelingen te midden van de volken.

Allen die hen zien, zullen erkennen

dat zij een nageslacht zijn dat de HEERE heeft gezegend.

10Ik ben zeer vrolijk in de HEERE,

mijn ziel verheugt zich in mijn God,

want Hij heeft mij bekleed met de klederen van het heil,

de mantel van gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan,

zoals een bruidegom zich bekleedt met priesterlijk hoofdsieraad,

en een bruid zich tooit met haar sieraden.

11Want zoals de aarde haar gewas voortbrengt,

en zoals een tuin het daarin gezaaide doet opkomen,

zo zal de Heere HEERE gerechtigheid doen opkomen

en lof voor alle volken.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]