Herziene Statenvertaling (HSV)
2

Uit genade zalig

21Ook

2:1
Rom. 5:6
Kol. 2:13
u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden,

2

2:2
1 Kor. 6:11
Kol. 3:7
Tit. 3:3
waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig de leefwijze2:2 leefwijze - Letterlijk: eeuw. van deze wereld, overeenkomstig de wil van de
2:2
Joh. 12:31
14:30
16:11
Efez. 6:12
aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid,

3onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen.

4Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft,

5ook toen wij dood waren door de overtredingen,

2:5
Rom. 6:8
8:11
Kol. 3:1,3
met Christus levend gemaakt –
2:5
Hand. 15:11
Tit. 3:5
uit genade bent u zalig geworden –

6en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus,

7opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

8Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u,

2:8
Matt. 16:17
Efez. 1:19
het is de gave van God;

9niet uit werken,

2:9
Rom. 3:27
1 Kor. 1:29
opdat niemand zou roemen.

10Want wij zijn Zijn maaksel,

2:10
2 Kor. 5:17
Efez. 1:4
4:24
Tit. 2:14
geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

Jood en heiden één in Christus

11Bedenk daarom dat u die voorheen heidenen was in het vlees en die onbesnedenen2:11 onbesnedenen - Letterlijk: voorhuid. genoemd werd door hen die genoemd worden besnijdenis in het vlees, die met de hand gebeurt,

12dat u in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdelingen

2:12
Rom. 9:4
wat betreft de verbonden van de belofte. U had geen hoop en was zonder God in de wereld.

13Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen.

14

2:14
Jes. 9:5
Micha 5:4
Joh. 16:33
Hand. 10:36
Rom. 5:1
Kol. 1:20
Want Hij is onze vrede, Die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken,

15heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en zo vrede zou maken,

16en opdat Hij die beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.

17

2:17
Jes. 57:19
Efez. 3:12
En bij Zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren.

18

2:18
Joh. 10:9
14:6
Rom. 5:2
Efez. 3:12
Hebr. 10:19
Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader.

19Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en

2:19
Gal. 6:10
huisgenoten van God,

20

2:20
1 Kor. 3:9,10
gebouwd
2:20
Jes. 28:16
Matt. 16:18
1 Kor. 3:10
Openb. 21:14
op het fundament van de apostelen en profeten,
2:20
1 Petr. 2:4
waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is,

21

2:21
Efez. 4:16
en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst
2:21
1 Kor. 6:19
2 Kor. 6:16
tot een heilige tempel in de Heere;

22op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest.

3

Het geheimenis van de roeping van de heidenen

31Om deze reden ben ik, Paulus,

3:1
Hand. 21:33
Efez. 4:1
Filipp. 1:7,13,14,16
Kol. 4:3
2 Tim. 1:8
de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen bent,

2als u tenminste gehoord hebt van de uitdeling

3:2
Rom. 1:5
van de genade van God
3:2
Vers 8;
die aan mij gegeven is ten behoeve van u,

3dat Hij mij

3:3
Hand. 22:17,21
26:16,17
Gal. 1:11,12
door openbaring
3:3
Rom. 16:25
dit geheimenis bekendgemaakt heeft (zoals ik eerder in het kort geschreven heb;

4waaraan u, als u dit leest, mijn inzicht kunt bemerken in het geheimenis van Christus),

5dat in andere tijden niet bekendgemaakt is aan de mensenkinderen,

3:5
Hand. 10:28
zoals het nu geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten door de Geest,

6namelijk dat de heidenen mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren en mededeelgenoten zijn van Zijn belofte in Christus, door het Evangelie,

7waarvan ik een dienaar geworden ben, krachtens de gave van de genade van God, die mij gegeven is,

3:7
Efez. 1:19
Kol. 2:12
overeenkomstig de werking van Zijn kracht.

8Mij,

3:8
1 Kor. 15:9
1 Tim. 1:15
de allerminste van alle heiligen, is deze genade gegeven, om
3:8
Hand. 9:15
13:2
22:21
Gal. 1:16
2:8
1 Tim. 2:7
2 Tim. 1:11
onder de heidenen door het Evangelie de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen,

9en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap

3:9
Rom. 16:25
Efez. 1:9
Kol. 1:26
2 Tim. 1:10
Tit. 1:2
1 Petr. 1:20
aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen
3:9
Gen. 1:3
Ps. 33:6
Joh. 1:3
Kol. 1:16
Hebr. 1:2
geschapen heeft door Jezus Christus,

10

3:10
1 Petr. 1:12
opdat nu door de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden,

11volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onze Heere.

12

3:12
Joh. 10:9
14:6
Rom. 5:2
Efez. 2:18
Hebr. 10:19
In Hem hebben wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen, door het geloof in Hem.

13

3:13
Filipp. 1:14
1 Thess. 3:3
Daarom vraag ik u dat u de moed niet verliest vanwege mijn verdrukkingen
3:13
Kol. 1:24
omwille van u, want dat is uw heerlijkheid.

Paulus' voorbede om verdieping in het geloof

14Om deze reden buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heere Jezus Christus,

15naar Wie elk geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt,

16opdat Hij u geeft, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met kracht

3:16
Efez. 6:10
gesterkt te worden door Zijn Geest in de innerlijke mens,

17opdat Christus door het geloof in uw harten woont en u in de liefde

3:17
Kol. 2:7
geworteld en gefundeerd bent,

18opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is,

19en u de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld zou worden tot heel de volheid van God.

20

3:20
Rom. 16:25
Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is,

21Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen.

4

Eén lichaam en één Geest

41Zo roep ik, de gevangene in de Heere, u op

4:1
Gen. 17:1
1 Kor. 7:20
Filipp. 1:27
Kol. 1:10
1 Thess. 2:12
tot een wandel die de roeping waarmee u geroepen bent, waardig is,

2

4:2
Kol. 1:11
3:12
1 Thess. 5:14
in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, door elkaar in liefde te verdragen,

3en u te beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede:

4één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping,

5

4:5
Deut. 4:39
Mal. 2:10
1 Kor. 8:4,6
één Heere, één geloof, één doop,

6één God en Vader van allen, Die boven allen en door allen en in u allen is.

7

4:7
Rom. 12:6
1 Kor. 12:11
2 Kor. 10:13
1 Petr. 4:10
Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van Christus.

8Daarom zegt Hij:

4:8
Ps. 68:19
Toen Hij opvoer in de hoogte, nam Hij de gevangenis gevangen en gaf Hij gaven aan de mensen.

9

4:9
Joh. 3:13
6:62
Wat betekent dit ‘toen Hij opvoer’ anders dan dat Hij ook eerst neergedaald is in de diepten, namelijk de aarde?4:9 de diepten, namelijk de aarde - Letterlijk: de lagere delen van de aarde.

10Degene Die neergedaald is, is ook Degene Die opgevaren is ver boven alle hemelen om alle dingen te vervullen.

11

4:11
1 Kor. 12:28
En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars,

12om de heiligen toe te rusten, tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw

4:12
Rom. 12:5
1 Kor. 12:27
Efez. 1:23
5:23
Kol. 1:24
van het lichaam van Christus,

13totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen4:13 volwassen - Letterlijk: volmaakte man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus,

14

4:14
1 Kor. 14:20
opdat wij geen jonge kinderen meer zouden zijn,
4:14
Matt. 11:7
heen en weer geslingerd door de golven en meegesleurd door elke wind van leer, door het bedrog van de mensen om op listige wijze tot dwaling te verleiden,4:14 om … te verleiden - Letterlijk: tot de listige verleiding van de dwaling.

15maar dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem Die

4:15
Efez. 5:23
Kol. 1:18
het Hoofd is, namelijk Christus.

16

4:16
Rom. 12:5
1 Kor. 12:27
Efez. 2:21
Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde.

De oude en de nieuwe mens

17Dit zeg ik dan

4:17
Rom. 1:9
en getuig ervan in de Heere,
4:17
Rom. 1:18
1 Petr. 4:3
dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken,

18verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven dat uit God is,

4:18
1 Thess. 4:5
door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun hart.

19Zij hebben zich, ongevoelig als ze zijn geworden, overgegeven aan losbandigheid, om alle onreinheid begerig te bedrijven.

20Maar u hebt Christus zo niet leren kennen,

21als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in Jezus is,

22namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens

4:22
Kol. 3:9
Hebr. 12:1
1 Petr. 2:1
aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten,

23en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken,

24

4:24
Rom. 6:4
Kol. 3:10
1 Petr. 4:2
en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid.

25Leg daarom de leugen af

4:25
Zach. 8:16
en spreek de waarheid, ieder tegen zijn naaste; wij zijn immers leden van elkaar.

26

4:26
Ps. 4:5
Word boos, maar zondig niet; laat de zon niet ondergaan over uw boosheid,

27

4:27
Jak. 4:7
1 Petr. 5:9
en geef de duivel geen plaats.

28Wie gestolen heeft, moet niet meer stelen,

4:28
Hand. 20:35
1 Thess. 4:11
2 Thess. 3:8,12
maar zich liever inspannen om met de handen goed werk te doen, om iets te kunnen delen met wie gebrek heeft.

29

4:29
Matt. 12:36
Efez. 5:3,4
Laat er geen vuile taal uit uw mond komen, maar wel iets goeds, wat nuttig is tot opbouw,4:29 maar wel iets goeds, dat nuttig is tot opbouw - Letterlijk: maar als er iets goeds is tot opbouw van wat nodig is. opdat het genade geeft aan hen die het horen.

30En bedroef de Heilige Geest van God niet,

4:30
Rom. 8:16
2 Kor. 1:22
5:5
Efez. 1:13
door Wie u verzegeld bent tot de dag
4:30
Luk. 21:28
Rom. 8:23
Efez. 1:14
van de verlossing.

31

4:31
Kol. 3:19
Laat alle bitterheid, woede, toorn, geschreeuw en laster van u weggenomen worden, met alle slechtheid,

32

4:32
Filipp. 2:1
Kol. 3:12
maar wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en
4:32
Matt. 6:14
Mark. 11:25
Kol. 3:13
vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.