Herziene Statenvertaling (HSV)
1

Afzender, groet en geadresseerde

11Paulus, door de wil van God een apostel van Jezus Christus met het oog op de belofte van het leven dat in Christus Jezus is,

2aan Timotheüs, mijn geliefde zoon:

1:2
Gal. 1:3
1 Tim. 1:2
1 Petr. 1:2
genade, barmhartigheid en vrede zij u van God de Vader en van Christus Jezus, onze Heere.

Opwekking tot standvastigheid

3Ik dank God,

1:3
Hand. 22:3
Rom. 1:9
Die ik van mijn voorouders aan dien met een rein geweten,
1:3
1 Thess. 1:2
3:10
terwijl ik zonder ophouden aan u denk in mijn gebeden, nacht en dag.

4Wanneer ik aan uw tranen denk, verlang ik er vurig naar u te zien, om met blijdschap vervuld te worden.

5Daarbij herinner ik mij het ongeveinsde geloof dat in u is en dat eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en in uw moeder Eunike. En ik ben ervan overtuigd dat het ook in u woont.

6Daarom herinner ik u eraan de genadegave van God

1:6
Hand. 6:6
8:17
13:3
19:6
1 Tim. 4:14
5:22
die in u is door de oplegging van mijn handen, aan te wakkeren.

7

1:7
Rom. 8:15
Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht en liefde en bezonnenheid.

8

1:8
Rom. 1:16
Schaam u dan niet voor het getuigenis van onze Heere, en ook niet voor mij,
1:8
Hand. 21:33
Efez. 3:1
4:1
Kol. 4:18
Zijn gevangene, maar lijd met mij verdrukking om het Evangelie, overeenkomstig de kracht van God.

9

1:9
Efez. 1:3
Tit. 3:4,5,6
Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen,

10

1:10
Rom. 16:25
Efez. 1:9
3:9
Kol. 1:26
Tit. 1:2
1 Petr. 1:20
maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus,
1:10
Jes. 25:8
Hebr. 2:14
Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie,

11

1:11
Hand. 9:15
13:2
22:21
Gal. 1:15
2:8
Efez. 3:8
1 Tim. 2:7
waarvoor ik aangesteld ben als prediker, apostel en leraar van de heidenen.

12Daarom onderga ik ook deze dingen. Maar ik schaam mij niet, want ik weet Wie ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot die dag.

13

1:13
2 Tim. 3:14
Houd u aan het voorbeeld van de gezonde woorden, die u van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus zijn.

14Bewaar door de Heilige Geest, Die in ons woont, het goede pand, dat u toevertrouwd is.

De trouw van Onesiforus

15Dit weet u

1:15
Hand. 19:10
dat allen die in Asia zijn, zich van mij afgekeerd hebben. Tot hen behoren Fygellus en Hermogenes.

16Moge de Heere aan het huis van

1:16
2 Tim. 4:19
Onesiforus barmhartigheid bewijzen, want hij heeft mij vaak bemoedigd en heeft zich voor mijn boeien niet geschaamd.

17Integendeel, toen hij in Rome aangekomen was, heeft hij mij ijverig gezocht, en hij heeft mij gevonden.

18Moge de Heere hem geven dat hij barmhartigheid vindt bij de Heere op die dag. En hoezeer hij in Efeze gediend heeft, weet u zelf het beste.

2

Strijd en lijden

21U dan, mijn zoon, word gesterkt in de genade die in Christus Jezus is.

2En wat u van mij gehoord hebt onder vele getuigen,

2:2
Tit. 1:5
vertrouw dat toe aan trouwe mensen die bekwaam zijn om ook anderen te onderwijzen.

3Lijd verdrukkingen als een goed soldaat van Jezus Christus.

4

2:4
1 Kor. 9:25
Niemand die in het leger dient, wordt verwikkeld in de zaken van het levensonderhoud, opdat hij hem kan behagen die hem voor de krijgsdienst aangenomen heeft.

5En ook als iemand aan een wedstrijd deelneemt, krijgt hij geen krans als hij de spelregels niet in acht heeft genomen.2:5 de spelregels niet in acht heeft genomen - Letterlijk: niet wettig gestreden heeft.

6

2:6
1 Kor. 9:10
De landbouwer die zware arbeid verricht, moet als eerste in de vruchten delen.

7Denk na over wat ik zeg, maar laat de Heere u inzicht geven in alle dingen.

8Houd in gedachten dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, uit het nageslacht van David, overeenkomstig mijn Evangelie.

9

2:9
Efez. 3:13
Kol. 1:24
Daarvoor lijd ik verdrukkingen
2:9
Efez. 3:1
4:1
Filipp. 1:7
Kol. 4:3,18
2 Tim. 1:8
en draag zelfs boeien als een misdadiger. Maar het Woord van God is niet gebonden.

10Daarom verdraag ik alles ter wille van de uitverkorenen, opdat ook zij de zaligheid in Christus Jezus zouden verkrijgen, met eeuwige heerlijkheid.

11Dit is een betrouwbaar woord.

2:11
Rom. 6:8
Want als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven.

12

2:12
Rom. 8:17
2 Kor. 4:10
Filipp. 3:10
1 Petr. 4:13
Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren.
2:12
Matt. 10:33
Mark. 8:38
Luk. 9:26
12:9
Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen.

13

2:13
Num. 23:19
Rom. 3:3
9:6
Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen.

De houding jegens de dwaalleraars

14Breng deze dingen in herinnering en bezweer hun, ten overstaan van de Heere, dat zij geen woordenstrijd voeren, die nergens toe dient dan tot de ondergang van de hoorders.

15Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt.

16

2:16
1 Tim. 1:4
4:7
6:20
Tit. 1:14
3:9
Maar ontwijk onheilige, inhoudsloze praat. Want zij die dat doen, zullen steeds meer in goddeloosheid toenemen.

17En hun woord zal zich uitzaaien als kanker; onder hen bevinden zich Hymeneüs en Filetus.

18Zij zijn van de waarheid afgeweken door te beweren dat de opstanding reeds heeft plaatsgevonden, en breken het geloof van sommigen af.

19Toch blijft het vaste fundament van God staan, met dit zegel:

2:19
Joh. 10:14
De Heere kent wie van Hem zijn, en: Ieder die de Naam van Christus noemt, moet zich ver houden van de ongerechtigheid.

20

2:20
Rom. 9:21
Maar in een groot huis zijn niet alleen voorwerpen van goud en van zilver, maar ook van hout en aardewerk. Sommige zijn voor eervol, maar andere voor oneervol gebruik.

21Als iemand zich dan hiervan reinigt, zal hij een voorwerp zijn voor eervol gebruik, geheiligd en van veel nut voor de Heere, voor elk goed werk gereedgemaakt.

22

2:22
1 Tim. 6:11
Maar ontvlucht de begeerten van de jeugd. Jaag rechtvaardigheid, geloof, liefde en vrede na, samen met hen die de Heere aanroepen uit een rein hart.

23

2:23
1 Tim. 1:4
6:4
Tit. 3:9
En verwerp de dwaze en onverstandige strijdvragen, in het besef dat zij conflicten voortbrengen.

24Een dienstknecht van de Heere moet geen ruzie maken, maar vriendelijk zijn voor allen,

2:24
1 Tim. 3:2
bekwaam om te onderwijzen, en iemand die de kwaden kan verdragen.

25

2:25
Gal. 6:1
Hij moet met zachtmoedigheid hen onderwijzen die zich verzetten. Misschien geeft God hun eens bekering, zodat zij tot erkenning van de waarheid komen

26en zij weer mogen ontwaken uit de strik van de duivel, door wie zij levend gevangen waren om zijn wil te doen.