Herziene Statenvertaling (HSV)
1

Afzender, geadresseerden, groet

11Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan hen die een even kostbaar geloof ontvangen hebben als wij, door de gerechtigheid van onze God en Zaligmaker, Jezus Christus:

2

1:2
Rom. 1:7
1 Petr. 1:2
moge genade en vrede voor u
1:2
1 Petr. 1:22
vermeerderd worden
1:2
Joh. 17:3
door de kennis van God en van Jezus, onze Heere.

De christelijke roeping en verkiezing

3Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd.

4Daardoor heeft Hij ons de grootste en kostbare beloften geschonken,

1:4
Jes. 56:5
Joh. 1:12
Rom. 8:15
Gal. 3:26
opdat u daardoor deel zou krijgen aan de Goddelijke natuur, nadat u het verderf, dat er door de begeerte in de wereld is, ontvlucht bent.

5En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis,

6aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht,

7aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde liefde voor iedereen.

8Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en toenemen, zullen ze u niet doelloos en

1:8
Tit. 3:14
onvruchtbaar laten wat de kennis van onze Heere Jezus Christus betreft.

9Immers, bij wie deze dingen niet aanwezig zijn,

1:9
Jes. 59:10
Zef. 1:17
die is blind en kortzichtig, omdat hij de reiniging van zijn vroegere zonden vergeten is.

10Daarom, broeders, beijver u des te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want als u dat doet, zult u nooit struikelen.

11Want zo zal u in rijke mate de toegang worden verleend tot het eeuwig Koninkrijk van onze Heere en Zaligmaker, Jezus Christus.

12Daarom zal ik niet nalaten u altijd aan deze dingen te herinneren, hoewel u ze weet en in de waarheid, die bij u is, versterkt bent.

13En ik acht het juist, zolang ik in deze tent ben, u

1:13
2 Petr. 3:1
op te wekken door de herinnering hieraan,

14

1:14
2 Tim. 4:6
omdat ik weet dat het afbreken van mijn tent nu snel zal plaatsvinden,
1:14
Joh. 21:18,19
zoals onze Heere Jezus Christus mij ook duidelijk heeft gemaakt.

15Maar ik zal mij ook voortdurend beijveren dat u na mijn heengaan deze dingen in gedachten blijft houden.

Het profetische woord, dat vast en zeker is

16

1:16
1 Kor. 1:17
2:1,4
4:20
Want wij zijn geen kunstig bedachte verzinsels gevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Heere Jezus Christus bekendmaakten,
1:16
Matt. 17:1
Joh. 1:14
1 Joh. 1:1
maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn majesteit.

17Want Hij heeft van God de Vader eer en heerlijkheid ontvangen, toen een stem als deze van de verheven heerlijkheid tot Hem kwam:

1:17
Matt. 3:17
17:5
Mark. 1:11
9:7
Luk. 3:22
9:35
Kol. 1:13
Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.

18En deze stem hebben wij gehoord, toen deze vanuit de hemel kwam, terwijl wij met Hem op de heilige berg waren.

19En wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan

1:19
2 Kor. 4:6
als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en
1:19
Openb. 22:16
de morgenster opgaat in uw hart.

20Dit moet u allereerst weten, dat geen enkele profetie van de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat;

21want de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God,

1:21
2 Tim. 3:16
door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken.

2

Waarschuwing tegen de dwaalleraars

21Maar er zijn ook

2:1
Deut. 13:1
valse profeten onder het volk geweest,
2:1
Matt. 24:11
Hand. 20:29
1 Tim. 4:1
2 Tim. 3:1
zoals er ook onder u valse leraars zullen zijn, die heimelijk verderfelijke afwijkingen in de leer zullen invoeren. Daarmee verloochenen zij zelfs de Heere, Die hen gekocht heeft, en brengen zij een snel verderf over zichzelf.

2En velen zullen hen, door wie de weg van de waarheid gelasterd zal worden, op hun verderfelijke wegen navolgen.

3En zij zullen u door hebzucht met verzonnen woorden uitbuiten.

2:3
Judas vs. 4
Het vonnis over hen is reeds lang in werking en hun verderf sluimert niet.

4Want als God

2:4
Judas vs. 6;
de engelen die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar hen in de hel geworpen en overgegeven heeft aan de ketenen van de duisternis om tot het oordeel bewaard te worden;

5en als God de oude wereld niet gespaard heeft, maar het achttal van

2:5
Gen. 7:23
1 Petr. 3:19
Noach, de prediker van de gerechtigheid, bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld van de goddelozen bracht;

6en als God de steden

2:6
Gen. 19:24
Deut. 29:23
Jes. 13:19
Jer. 50:40
Ezech. 16:49
Hos. 11:8
Amos 4:117
Sodom en Gomorra tot as verbrand en tot de vernietiging veroordeeld heeft en tot een voorbeeld gesteld heeft voor hen die goddeloos zouden leven;

7en als God de rechtvaardige Lot,

2:7
Gen. 19:7,8
die leed onder de losbandige levenswandel van normloze mensen, verlost heeft

8– want deze rechtvaardige, die in hun midden woonde, heeft dag in dag uit zijn rechtvaardige ziel

2:8
Ps. 119:158
gekweld bij het zien en horen van hun wetteloze daden –

9

2:9
1 Kor. 10:13
dan weet de Heere ook nu de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen, maar de onrechtvaardigen te bewaren tot de dag van het oordeel, om gestraft te worden.

10In het bijzonder echter hen die in onreine begeerte het vlees achternalopen en het gezag verachten; die roekeloos zijn, eigenzinnig en er niet voor terugschrikken om al wat eer toekomt, te lasteren,

11terwijl de engelen, die in sterkte en kracht hun meerdere zijn, geen aanklacht wegens lasterlijk oordeel tegen hen indienen bij de Heere.

12

2:12
Jer. 12:3
Maar deze mensen
2:12
Judas vs. 10
lasteren wat zij niet kennen, als redeloze dieren, geboren met een natuur om gevangen te worden en te gronde te gaan. Zij zullen in hun verdorvenheid ten verderve gaan,

13en zij die een zwelgpartij overdag als een genot beschouwen, zullen het loon van de ongerechtigheid ontvangen; schandvlekken en smetten zijn het, die zwelgen in hun bedriegerijen, als zij met u de maaltijd gebruiken.

14Hun ogen zijn vol overspel en zondigen onophoudelijk; zij verlokken onstandvastige mensen2:14 mensen - Letterlijk: zielen. en hebben hun hart geoefend in hebzucht; kinderen van de vervloeking zijn het.

15Zij hebben de rechte weg verlaten en zijn verdwaald en

2:15
Num. 22:7,2111
volgen de weg van Bileam, de zoon van Beor, die het loon van de ongerechtigheid liefhad.

16Maar hij heeft de bestraffing voor zijn overtreding gekregen, want

2:16
Num. 22:21
het stomme lastdier, dat met een mensenstem sprak, heeft de dwaasheid van de profeet verhinderd.

17

2:17
Judas vs. 12
Deze mensen zijn bronnen zonder water, wolken die door een wervelwind voortgedreven worden, voor wie de diepste duisternis2:17 de diepste duisternis - Letterlijk: de donkerheid van de duisternis. tot in eeuwigheid bewaard wordt.

18Want door zeer hoogdravende woorden vol onzin te spreken, verlokken zij met de begeerten van het vlees en met losbandigheden mensen die daadwerkelijk ontvlucht waren aan hen die in dwaling verkeren.

19Zij beloven aan hen vrijheid, terwijl zij zelf slaven van de verdorvenheid zijn;

2:19
Joh. 8:34
Rom. 6:16
want door wie iemand overwonnen is, van hem is hij ook een slaaf geworden.

20

2:20
Hebr. 6:4
10:26
Want als zij de besmettingen van de wereld ontvlucht zijn door de kennis van de Heere en Zaligmaker Jezus Christus, maar daarin opnieuw verwikkeld raken en daardoor overwonnen worden,
2:20
Matt. 12:45
dan is voor hen het laatste erger geworden dan het eerste.

21Het zou immers beter voor hen geweest zijn dat zij de weg van de gerechtigheid niet gekend hadden, dan dat zij, nadat zij die hebben leren kennen, zich weer afkeren van het heilige gebod dat hun overgeleverd was.

22Maar hun is overkomen wat een waar spreekwoord zegt:

2:22
Spr. 26:11
De hond is teruggekeerd naar zijn eigen uitbraaksel en de gewassen zeug naar het rondwentelen in de modder.