Bijbel in Gewone Taal (BGT)
10

De Heer laat alles groeien

101Je moet de Heer om regen vragen als het lente wordt. Hij maakt de wolken en de wind. Hij alleen geeft regen aan de mensen, hij alleen laat alles groeien op het land.

2Je kunt op afgoden niet vertrouwen. Waarzeggers vertellen leugens, hun voorspellingen komen niet uit. Ze kunnen je niet helpen.

De mensen zijn ongelukkig, want er is niemand die voor hen zorgt. Ze zijn alleen, ze lijken op schapen die geen herder hebben.

De Heer zal zijn volk sterk maken

3De Heer is woedend op de onderdrukkers van zijn volk. Hij zal hen straffen.

De machtige Heer zal voor zijn volk zorgen, zoals een goede herder voor zijn schapen zorgt. Hij zal het volk van Juda weer sterk maken, zodat ze voor hem kunnen vechten. 4Ze zullen sterke leiders krijgen om hen te leiden in de strijd.

5De Heer zal hen helpen, zodat ze hun vijanden kunnen verslaan. Ze zullen hun vijanden vertrappen in de modder. Ze zullen zelfs de ruiters en hun paarden op de vlucht jagen.

De Heer zal zijn volk terugbrengen

6Dit zegt de Heer: ā€˜Ik zal het volk van Juda sterk maken en de IsraĆ«lieten redden. Ik zal voor hen zorgen en hen naar hun land terugbrengen. Ik had hen weggejaagd, maar het zal weer worden zoals vroeger. Ik ben de Heer, hun God, en ik zal naar hun gebeden luisteren.

7De Israƫlieten zullen hun vijanden verslaan. Ze zullen blij zijn en feestvieren. En als hun kinderen dat zien, zullen ze voor mij juichen van blijdschap.

De Heer zal de Israƫlieten redden

8Ik zal de Israƫlieten redden. Ik zal hen roepen en hen bij elkaar brengen. Ze zullen weer een groot volk worden, net zo groot als vroeger. 9Ze zullen kinderen krijgen in de verre landen waar ze nu zijn. Daar zullen ze aan mij blijven denken. En als hun kinderen groot zijn, zullen ze samen met hen terugkomen naar hun land.

10Ik zal de Israƫlieten terughalen uit Egypte en Assyriƫ. Ik breng hen naar hun eigen land. Ik breng hen ook naar het gebied Gilead en naar de Libanon-bergen. En zelfs dan zal er niet genoeg plaats voor hen zijn.

11De Israƫlieten zullen door een gevaarlijke zee trekken, maar ze zullen sterker zijn dan de golven. Ook het diepe water van de Nijl zal voor hen opzij gaan.

AssyriĆ« wordt verslagen, en er komt een einde aan de macht van Egypte. 12Ik, de Heer, zal de IsraĆ«lieten sterk maken. Zij zullen mij eren, en leven zoals ik het wil.ā€™

Dat heeft de Heer gezegd.