Bijbel in Gewone Taal (BGT)
2

Regels voor de kerk

Regels voor oude en jonge mensen

21Titus, leer de mensen om zich goed te gedragen, op een manier die past bij de juiste uitleg van het geloof. 2Oudere mannen moeten niet te veel drinken, ze moeten verstandig zijn en zich goed gedragen. Hun geloof, hun liefde en hun geduld moeten volmaakt zijn.

3Hetzelfde geldt voor oudere vrouwen. Zij moeten een heilig leven leiden. Ze mogen niet roddelen of verslaafd zijn aan wijn. Ze moeten juist een goed voorbeeld zijn. 4Want dan kunnen ze aan jongere vrouwen leren hoe die moeten leven. Zij moeten hun man en kinderen liefhebben, 5ze moeten verstandig zijn, en trouw zijn aan hun man. Ze moeten hun huis netjes houden, vriendelijk zijn en hun man gehoorzamen. Want dan heeft niemand een reden om slechte dingen te zeggen over Gods boodschap.

Wees een goed voorbeeld

6-7Zeg tegen de jonge mannen dat ook zij zich altijd verstandig moeten gedragen. Jij moet zelf goed leven, zodat je een voorbeeld voor hen bent.

Zorg ervoor dat je uitleg van het geloof zuiver is, zodat iedereen er respect voor heeft. 8En vertel op zo’n manier over het geloof dat niemand er kritiek op kan hebben. Dan kunnen onze tegenstanders ons nergens van beschuldigen, en durven ze niets meer te zeggen.

Regels voor slaven

9Slaven moeten hun meester altijd gehoorzamen. Ze moeten het hem naar de zin maken, en ze mogen zich niet tegen hem verzetten. 10Ze mogen niet van hem stelen, ze moeten juist altijd te vertrouwen zijn.

Zo zorgen ze ervoor dat mensen respect hebben voor onze uitleg over God, onze redder.

God is goed voor ons

11God heeft laten zien dat hij goed is, en dat hij alle mensen wil redden. 12Zijn goedheid helpt ons om betere mensen te worden. Zodat we nee kunnen zeggen tegen een leven zonder God en tegen onze slechte verlangens. Dan kunnen we in deze wereld een wijs en eerlijk leven leiden, zoals God het wil. 13En intussen wachten we vol vertrouwen op het grote geluk: de komst van onze grote God en redder Jezus Christus. 14Hij gaf zijn leven om ons te redden. Daardoor heeft hij ons bevrijd van alle schuld. Zo maakte hij van ons zijn heilige volk, een volk dat zijn best doet om goed te leven.

15Titus, gebruik het gezag dat God je gegeven heeft. Doe dat als je mensen uitleg geeft, als je ze moed inspreekt of op hun fouten wijst. Laat je door niemand beledigen!

3

God redt mensen omdat hij goed is

31Blijf de christenen vertellen dat ze het gezag van heersers en machthebbers moeten accepteren. Christenen moeten gehoorzaam zijn. Ze moeten bereid zijn om alles te doen wat goed is. 2Ze mogen niemand beledigen en geen ruzie zoeken, ze moeten juist vriendelijk zijn. Ja, ze moeten altijd laten zien dat ze vriendelijk zijn voor iedereen.

3Voordat we christenen werden, waren ook wij dwaas en ongehoorzaam. We hadden verkeerde ideeën. We waren in de macht van allerlei slechte verlangens. We waren gemeen en jaloers. We hadden een vreselijke hekel aan elkaar, we haatten elkaar.

4Maar toen liet God, onze redder, zien hoe goed hij is, en hoeveel hij van mensen houdt. 5Hij heeft ons gered. Niet omdat wij dat verdienen door onze goede daden, maar omdat hij medelijden met ons had. Door onze doop zijn we een nieuw leven begonnen. Dankzij de heilige Geest leven we als nieuwe mensen. 6God heeft ons allemaal zijn Geest gegeven, dankzij Jezus Christus, onze redder. 7We zijn dus gered omdat God goed voor ons is. We zullen het eeuwige leven krijgen. Daar vertrouwen we op.

Wees duidelijk

8Onze boodschap is betrouwbaar. Ik wil dat je er met grote zekerheid over vertelt. Want dan zullen de mensen die op God vertrouwen, hun uiterste best doen om goed te leven. Dat is goed en nuttig voor iedereen.

9Maar houd je niet bezig met domme discussies, met lijsten van voorouders, of met ruzies over de wet. Want die dingen zijn niet nuttig, maar zinloos.

10Iemand die ruzie in de kerk veroorzaakt, moet je twee keer waarschuwen. Als hij dan toch door blijft gaan, moet je hem uit de kerk zetten. 11Want het is duidelijk dat hij helemaal verkeerd bezig is. Doordat hij zondigt, laat hij zelf zien dat hij straf verdient.

Slot van de brief

12Ik zal ervoor zorgen dat Artemas of Tychikus naar je toe komt. Daarna moet je zo snel mogelijk bij mij komen in Nikopolis. Ik ga naar Nikopolis, want ik heb besloten om deze winter daar te blijven. 13Help Zenas, de advocaat, en Apollos goed bij het voorbereiden van hun reis. Zorg dat ze alles krijgen wat ze nodig hebben. 14Ook de christenen op Kreta moeten leren om goede dingen te doen. Daar moeten ze alles voor overhebben, juist als de nood groot is. Dan laten ze zien dat hun geloof nut heeft.

15Ik breng je de groeten over van iedereen die bij mij is. Doe mijn groeten aan onze vrienden die hetzelfde geloof hebben als wij.

Ik wens jullie toe dat God goed is voor jullie allemaal.