Bijbel in Gewone Taal (BGT)

Vorm een eenheid

151De meesten van ons kunnen goed omgaan met de vrijheid die God ons geeft. Maar sommige christenen hebben een zwak geloof. Zij hebben het moeilijk met die vrijheid. Wij moeten hen helpen, en niet bezig zijn met wat goed is voor onszelf.

2Ieder van ons moet doen wat goed is voor de ander en wat de ander helpt. 3Ook Christus was niet bezig met wat goed was voor hemzelf. Hij deed alleen wat God wilde. Dit staat over hem in de heilige boeken: «God, telkens als mensen u beledigen, doet mij dat pijn.»

4Alles wat in de heilige boeken staat, is al lang geleden opgeschreven voor ons. Het geeft ons uitleg over Gods plan. Zo geven de heilige boeken ons moed om vol te houden, en om op God te blijven vertrouwen. 5God zelf geeft ons moed en kracht om vol te houden. En ik bid dat God jullie zal helpen om het voorbeeld van Jezus Christus te volgen. Dan leren jullie om met elkaar mee te voelen. 6Want dan zijn jullie echt een eenheid. En dan kunnen jullie samen de God en Vader van onze Heer Jezus Christus alle eer geven.

Joden en niet-Joden worden één geheel

7Jullie moeten elkaar dus vol liefde accepteren, tot eer van God. Want ook Christus heeft jullie allemaal vol liefde geaccepteerd.

8Luister goed: Christus werd een dienaar van de Joden. Zo liet hij zien dat God doet wat hij beloofd heeft. Want de belofte van God aan de voorouders van de Joden werd werkelijkheid toen Christus kwam.

9Ook liet Christus zien hoe goed God is voor de niet-Joden. Want alle volken danken God voor de redding die hij wil geven. Zo staat het ook in de heilige boeken: «Samen met alle volken wil ik God danken. Ik zing een lied om hem te eren.» 10En er staat ook: «Alle volken moeten blij zijn, samen met Israël.» 11En: «Juich voor de Heer, alle volken. Zing voor hem, alle landen.» 12En de profeet Jesaja heeft gezegd: «Er zal een nieuwe koning komen uit de familie van David. Hij zal regeren over alle volken. En alle mensen verwachten hun redding van hem.»

13God geeft ons het vertrouwen dat we gered zullen worden. Ik bid dat hij jullie vreugde en vrede zal geven door jullie geloof in Jezus Christus. Dan zal jullie vertrouwen op God steeds sterker worden, door de kracht van de heilige Geest.

De plannen van Paulus

God heeft Paulus apostel gemaakt

14Vrienden, ik heb veel vertrouwen in jullie. Jullie willen absoluut het goede voor elkaar. Jullie weten precies wat God van jullie vraagt. En daardoor kunnen jullie elkaar helpen om geen fouten te maken.

15Ik heb jullie veel geschreven. Een deel ervan wisten jullie al. Ik durfde jullie al die dingen te schrijven, omdat God zelf mij heeft uitgekozen om zijn apostel te zijn. 16God stuurde mij naar de niet-Joden als dienaar van Jezus Christus. Overal vertel ik het goede nieuws. Daarmee dien ik God. Want de niet-Joden die het goede nieuws geloven, krijgen de heilige Geest. En die maakt hen heilig. Zo worden zij een geschenk dat God graag wil aannemen.

17Ik ben er trots op dat ik als dienaar van Jezus Christus voor God werk.

Paulus heeft het goede nieuws verteld

18Ik spreek niet namens mijzelf, ik zeg wat Christus mij laat zeggen. Christus gebruikt mijn woorden en daden om mensen van alle volken gehoorzaam aan God te maken. 19Door de macht van Christus gebeuren er wonderen als ik het goede nieuws vertel. En door de macht van de heilige Geest gaan mensen geloven. Zo heb ik het goede nieuws over Christus overal kunnen vertellen, vanuit Jeruzalem helemaal tot in Illyrië.

20Ik heb steeds mijn uiterste best gedaan om het goede nieuws bekend te maken. Ik ging niet naar plaatsen waar anderen al over Christus verteld hadden. Want het is niet mijn taak om verder te gaan met het werk van anderen. 21Nee, mijn taak staat al in de heilige boeken: «Mensen die hem niet kennen, krijgen het goede nieuws te horen. Dan zullen ze de waarheid kennen.»

Paulus wil via Rome naar Spanje gaan

22Vrienden, telkens was er wel iets dat mij tegenhield om naar jullie toe te komen. 23-24Maar nu ben ik klaar met mijn werk in het oosten. Ik ben van plan om naar Spanje te reizen en daar het goede nieuws te vertellen. Maar ik zal via Rome reizen. Want ik verlang er al zo lang naar om naar jullie toe te komen!

Ik wil jullie dus bezoeken om een goede tijd met jullie te hebben. En ik hoop dat jullie mij dan zullen helpen bij mijn reis naar Spanje.

Paulus gaat eerst naar Jeruzalem

25Maar ik ga nu eerst naar Jeruzalem om de christenen daar te steunen. 26Want de christenen in Macedonië en Achaje hebben geld ingezameld voor de arme christenen in Jeruzalem. 27Het was hun eigen beslissing om dat te doen, maar ze waren dat ook verplicht. Want ook zij krijgen de hemelse rijkdom die God beloofde aan het Joodse volk. En daarom moeten zij de Joodse christenen steunen met hun aardse rijkdom.

28Ik ga nu dus eerst naar Jeruzalem. Want ik moet ervoor zorgen dat al het geld daar veilig aankomt. Meteen daarna kom ik naar Rome toe. En dan reis ik daarvandaan verder naar Spanje.

29En dit weet ik zeker: als ik bij jullie kom, dan kom ik met de zegen van Christus.

Paulus vraagt om steun

30Vrienden, ik wil jullie dringend vragen om voor mij te bidden. Wij horen bij elkaar, want Jezus Christus is onze Heer. En de heilige Geest zorgt ervoor dat we van elkaar houden. Steun mij dan ook bij mijn werk door voor mij te bidden!

31Bid dat God mij in Judea beschermt tegen de Joden die niet in Christus geloven. Bid dat de Joodse christenen in Jeruzalem het geld van de niet-Joodse christenen willen aannemen. 32En bid dat God mij daarna veilig bij jullie laat komen. Dan kunnen we er samen blij om zijn dat de christenen een eenheid vormen.

33Ik wens jullie toe dat God aan jullie allemaal zijn vrede geeft. Amen.