Bijbel in Gewone Taal (BGT)
9

God bepaalt wie hij uitkiest

Paulus heeft verdriet over zijn volk

91-3Wat ik nu ga zeggen, is de volle waarheid. Christus weet dat ik niet lieg: ik ben kapot van verdriet over mijn eigen volk, de Joden. Echt, ik meen het, de heilige Geest weet dat het waar is. Ik ben ziek van verdriet. Ik zou willen dat ik mijn volk, mijn eigen mensen, kon helpen. God zou mij mogen straffen en bij Christus weghalen, als ik mijn volk daarmee het geloof kon geven.

4De Israëlieten zijn Gods kinderen. Ze vereren de ware God, die altijd bij hen is. Met hen maakte God zijn afspraken, en aan hen gaf hij zijn wet. En God deed aan hen al zijn beloftes. 5Zij zijn het volk dat afstamt van Abraham, Isaak en Jakob. En zij zijn het volk waaruit Christus is gekomen, toen hij leefde als mens.

Alle eer aan Christus, die als God heerst over alle mensen, voor altijd! Amen.

God bepaalt wie zijn kinderen zijn

6Een deel van de Joden gelooft niet in Jezus Christus. Toch blijven Gods beloftes voor zijn volk gelden. Maar niet iedereen die een Jood is, hoort ook echt bij het volk van God.

7Er stammen veel volken van Abraham af, maar alleen de Joden gelden als de echte nakomelingen van Abraham. Want in de heilige boeken zegt God tegen Abraham: «Alleen de kinderen van Isaak gelden later als jouw echte nakomelingen.» 8God heeft de Joden als zijn kinderen uitgekozen. Niet omdat ze van Abraham afstammen, maar omdat God beloofd heeft dat zij Gods kinderen zouden zijn. 9Dit was de belofte die God aan Abraham gaf: «Binnen een jaar zal Sara een zoon krijgen.»

10-12Later werd Rebekka zwanger van onze voorvader Isaak. God vertelde haar dat ze een tweeling zou krijgen. En hij zei: ‘Ik maak de jongste belangrijk, maar de oudste niet.’ Zo liet God zien hoe hij werkt: hij bepaalt wie hij uitkiest. De kinderen waren nog niet eens geboren. Ze hadden nog geen goed of kwaad gedaan. Het gaat dus om de keuze van God, niet om het gedrag van mensen. 13En dit staat in de heilige boeken: «God hield van Jakob, maar hij hield niet van Esau.»

Alles hangt af van Gods goedheid

14Maar is dat niet oneerlijk van God? Nee, natuurlijk niet! 15God heeft tegen Mozes gezegd: «Ik zal goed zijn voor wie ik goed wil zijn. Ik geef liefde aan wie ik liefde wil geven.» 16God bepaalt zelf wat hij doet. En dat hangt niet af van wat een mens wil of hoe goed een mens zijn best doet. Maar alles hangt af van Gods goedheid en liefde.

17-18In de heilige boeken zegt God tegen de farao van Egypte: «Ik heb jou koning gemaakt, en ik zorg ervoor dat je tegen mij in opstand komt, en dat je gestraft wordt. Zo laat ik zien dat ik alle macht heb. Zo laat ik aan iedereen op aarde zien wie ik ben.» Het is dus God die bepaalt of iemand tegen hem in opstand komt. En het is God die beslist voor wie hij goed is.

God beslist over de mensen

19Je zou kunnen vragen: ‘Waarom wordt God dan boos als mensen verkeerde dingen doen? Hij beslist toch zelf of iemand hem wel of niet gehoorzaamt?’

20Dan zeg ik: Luister, jij bent een mens. Hoe durf je dan zo over God te spreken? Heb je ooit een pot horen vragen aan de pottenbakker: ‘Had je mij niet anders kunnen maken?’ 21De pottenbakker beslist wat hij doet met zijn klei. Van hetzelfde stuk klei kan hij een prachtige vaas maken, maar ook een heel gewone pot. Net zo beslist God zelf wat hij doet.

22God had de mensen kunnen straffen, want door hun slechtheid verdienden zij de zwaarste straf. God was boos op hen, en hij wilde zijn macht laten zien. Toch bleef hij geduld hebben met de mensen, en hij liet ze in leven. 23Want hij had een deel van de mensen bestemd voor het eeuwige leven. God wilde hun laten zien hoe goed hij voor hen is. En hij wilde hun laten zien hoe geweldig het eeuwige leven is.

24Dat gaat over ons. Wij horen bij de mensen die God uitgekozen heeft. En dat zijn dus niet alleen Joden, maar ook mensen van andere volken.

God heeft Joden en niet-Joden uitgekozen

25God heeft ook mensen uitgekozen die niet bij het Joodse volk horen. Dat staat al in de heilige boeken. In het boek Hosea zegt God: «Mensen die eerst niet mijn volk waren, zullen mijn volk worden. Eerst hield ik niet van hen, maar ik zal van hen gaan houden. 26Eerst zei ik dat zij niet mijn volk waren. Maar eens zullen ze kinderen van de levende God genoemd worden.»

27Maar God heeft ook Joden uitgekozen. De profeet Jesaja heeft over hen gezegd: «Van dat grote volk Israël zal een klein deel gered worden. 28De Heer zal dat doen. Hij zal snel redding brengen op aarde.» 29En de profeet Jesaja zei ook al: «Gelukkig heeft de machtige Heer nog iets overgelaten van ons volk. Anders zou ons volk verdwenen zijn, net zoals de steden Sodom en Gomorra verdwenen zijn.»

De Joden en het goede nieuws

Het gaat om geloof in Jezus Christus

30Dit is de situatie: De niet-Joden deden niet hun uiterste best om te leven als goede mensen. Toch ziet God sommigen van hen nu als goede mensen. Waarom? Omdat ze geloven in Jezus Christus.

31-32De Joden deden juist wel hun uiterste best om te leven zoals God het wil. Ze probeerden gered te worden door zich aan de wet te houden. Toch hebben ze hun doel niet bereikt. Waarom niet? Omdat ze niet geloofden in Jezus Christus. Hij is de steen waarover ze gestruikeld zijn. 33Dat staat al in de heilige boeken: «God zegt: Ik stuur de redder naar mijn volk Israël. Het loopt slecht af met alle mensen die zich tegen hem verzetten. Want hij is als een steen waarover ze struikelen. Maar wie in hem gelooft, zal gered worden.»

10

Je kunt jezelf niet redden

101Vrienden, het is mijn grootste wens dat de Joden gered zullen worden. Daarom bid ik voor hen tot God.

2-3De Joden willen leven zoals God het wil, daar hebben ze alles voor over. Dat heb ik met mijn eigen ogen gezien. Maar ze kunnen en willen niet begrijpen dat het gaat om geloof. Als je gelooft, ziet God je als een goed mens. De Joden proberen gered te worden door zelf goed te leven. Maar zo zijn ze juist ongehoorzaam aan God. Want God redt mensen omdat ze geloven.

4Het doel van de wet was altijd al dat mensen gered zouden worden doordat ze geloven. Door Christus is dat doel bereikt.

De heilige boeken gaan over redding

5Kunnen mensen gered worden door zich te houden aan de wet? Mozes schrijft daarover: «Een mens die zich houdt aan alle regels van de wet, zal eeuwig leven.»

6-7Toch laten de heilige boeken duidelijk zien dat mensen alleen gered kunnen worden door het geloof. Want daarin staat: «Het is verkeerd om te zeggen: Je moet zelf omhoogklimmen naar de hemel, je moet zelf naar het land van de dood gaan!» Alsof jullie Christus moeten ophalen uit de hemel! Alsof jullie Christus moeten terughalen uit de dood!

8Nee, in de heilige boeken staat iets heel anders: «Gods boodschap is dicht bij jullie: in jullie mond en in jullie hart.» Gods boodschap is het goede nieuws waarover wij vertellen. 9Met onze mond eren we Jezus als onze Heer. En met heel ons hart geloven we dat God hem uit de dood heeft laten opstaan. Daarom zullen we gered worden. 10Want als we geloven met heel ons hart, ziet God ons als goede mensen. En als we Jezus eren als onze Heer, worden we gered.

11En in de heilige boeken staat ook: «Iedereen die in hem gelooft, zal gered worden.» 12Daarom is er geen verschil tussen Joden en mensen van andere volken. Iedereen heeft dezelfde Heer, Jezus Christus. Hij geeft zijn hemelse rijkdom aan alle mensen die hem Heer noemen. 13Want in de heilige boeken staat: «Iedereen die hem Heer noemt, zal gered worden.»

Het goede nieuws wordt verteld

14Er zijn dus mensen die Christus hun Heer noemen. Dat betekent dat ze in hem geloven. En dat kan alleen doordat ze het nieuws over hem gehoord hebben. Dat betekent dus dat iemand het goede nieuws aan hen verteld heeft. 15En dat kan alleen doordat God aan mensen de opdracht gegeven heeft om het te vertellen. Zo staat het ook in de heilige boeken: «God kiest het moment waarop het goede nieuws verteld wordt.»

16-17Je kunt pas geloven als je het goede nieuws over Christus gehoord hebt. Maar niet iedereen die het gehoord heeft, wil het geloven. In het boek Jesaja staat: «Heer, wij hebben het nieuws bekendgemaakt, maar veel mensen wilden het niet geloven.»

Veel Joden geloven niet in Jezus

18Hebben de Joden die niet geloven, het goede nieuws dan niet gehoord? Jawel, ze hebben het wel gehoord. Want in de heilige boeken staat: «Het goede nieuws gaat de hele aarde over, het gaat de hele wereld rond.»

19Maar heeft het volk van Israël het goede nieuws dan niet begrepen? Luister hoe het gegaan is. Eerst heeft Mozes tegen Israël deze woorden van God gezegd: «Ik zal jullie jaloers maken op mensen die niet bij mijn volk horen en mij niet kennen. Ik zal jullie woedend op hen maken.» 20En later heeft Jesaja zelfs deze woorden van God gesproken: «Mensen die mij niet zochten, hebben mij gevonden. Ik heb mijzelf bekendgemaakt aan mensen die niet naar mij op zoek waren.» 21En over Israël zei God: «Ik heb steeds klaargestaan om mijn volk met open armen te ontvangen. Maar mijn volk was ongehoorzaam, het heeft zich steeds tegen mij verzet.»

11

Straks zal iedereen geloven

God blijft trouw aan zijn volk

111Dan is nu mijn vraag: Heeft God zijn eigen volk in de steek gelaten? Nee, natuurlijk niet! Kijk maar naar mij: Ik ben zelf een Israëliet. Ik ben een nakomeling van Abraham, en ik hoor bij de stam Benjamin. 2God heeft zijn volk Israël niet in de steek gelaten. Hij heeft zijn volk vanaf het begin zelf uitgekozen!

Jullie kennen toch het verhaal over de profeet Elia? Het staat in de heilige boeken. Elia klaagt tegen God over het volk van Israël: 3«Heer, ze hebben uw altaren verwoest en uw profeten gedood. Ik ben de enige die nog overgebleven is. En nu willen ze ook mij doden!» 4Maar dan zegt God tegen Elia: «Ik heb ervoor gezorgd dat zevenduizend mensen geen afgoden gediend hebben, maar trouw gebleven zijn aan mij.»

5-6Ook nu zorgt God ervoor dat een deel van de Joden trouw aan hem blijft. God heeft die mensen zelf uitgekozen. Niet omdat zij zich zo goed aan de wet houden, maar omdat God goed voor hen wil zijn. Want het is alleen te danken aan Gods goedheid dat mensen gered kunnen worden.

Niet iedereen is uitgekozen

7Dit is de situatie: De Joden proberen zo te leven dat God hen zal redden. Maar het lukt ze niet. Alleen degenen die door God uitgekozen zijn, worden gered. God zorgt ervoor dat de anderen niet naar hem willen luisteren.

8Zo staat het in de heilige boeken: «God zorgt ervoor dat jullie er niets van begrijpen. Jullie ogen kunnen niets zien, jullie oren kunnen niets horen. Het lijkt wel of jullie heel diep slapen. En zo is het nog steeds.»

9-10En David zegt in de heilige boeken: «Heer, zorg dat hun ogen niets meer zien. Zorg dat ze geen kracht meer hebben. Laat het goede dat u hun gaf, voor hen een straf worden. Zorg dat uw geschenken hun leven verwoesten.»

Het plan van God

11Veel Joden geloven niet in Jezus Christus. Wil God dat zij voor altijd ongehoorzaam blijven? Nee, natuurlijk niet! Gods plan is anders. Door de ongehoorzaamheid van de Joden konden mensen van andere volken gered worden. Op die manier wilde God de Joden jaloers maken.

12De ongehoorzaamheid van de Joden zorgde er dus voor dat de hele wereld een groot geschenk kreeg. En het grootste geschenk komt nog, als het weer goed is tussen God en heel het Joodse volk.

Eens zullen alle Joden geloven

13Vrienden, het volgende schrijf ik speciaal voor de niet-Joodse christenen. Ik ben een apostel voor de niet-Joden. En ik dank God voor de taak die hij mij gegeven heeft. 14Maar ik hoop dat ik ook Joden, mensen van mijn eigen volk, zal kunnen redden. Ik hoop dat zij jaloers worden op het geloof van de niet-Joden. Want dan gaan ze misschien zelf ook geloven.

15Veel Joden geloofden niet in Jezus Christus. Toen kregen de niet-Joden het goede nieuws te horen, en zij gingen geloven. Zo kwam het weer goed tussen God en de wereld. En het wordt nog veel beter als straks alle Joden gaan geloven. Want dan zullen de mensen opstaan uit de dood, en dan begint het eeuwige leven!

Het voorbeeld van de olijfboom

Israël is een heilig volk

16-17Het volk van Israël is ontstaan door Gods belofte aan Abraham. Gods belofte is heilig. Daarom is en blijft Israël een heilig volk.

Het volk van Israël lijkt op een olijfboom. De wortel van die boom is Gods belofte aan Abraham. En de takken zijn de mensen van het volk van Israël. Een deel van die mensen gelooft niet in Jezus Christus. Zij lijken op takken die van de boom afgebroken zijn.

Alle gelovigen horen bij Israël

Jullie zijn geen Joden, maar jullie zijn wel gaan geloven. Eerst waren jullie takken van een wilde struik, maar nu zijn jullie takken aan de olijfboom geworden. Alle takken van de olijfboom krijgen hun voedsel uit de wortels, 18ze leven dankzij de wortels. Zo is het ook met jullie: jullie leven dankzij de belofte van God. Denk dus niet dat jullie beter zijn dan de Joden die niet geloven!

19Jullie zeggen misschien: ‘Die andere takken zijn van de boom afgebroken om plaats te maken voor ons.’ 20Dat is waar. Die mensen geloofden niet in Jezus Christus, en daarom horen ze niet meer bij Gods volk. Jullie horen er nu wel bij, omdat jullie geloven. Maar pas op! Denk niet dat jullie beter zijn dan zij! 21Want God heeft takken afgebroken die vanaf het begin bij de boom hoorden. Dan kan hij zeker de nieuwe takken, jullie dus, er weer afbreken!

Door Gods macht kan iedereen bij Israël horen

22Zo zien we hoe God werkt: hij is goed en streng tegelijk. God is streng voor de Joden die niet geloven. Ze horen niet meer bij zijn volk. En God is goed voor jullie, niet-Joden. Want jullie mogen er nu wel bij horen. Maar blijf alleen op God vertrouwen, vertrouw niet op jezelf. Want anders mag je niet langer bij Gods volk horen.

23-24En als de Joden die eerst niet geloofden, later toch gaan geloven? Dan zal God hen weer bij zijn volk laten horen. Dan lijken ze op afgebroken takken die door God weer aan de boom gezet worden. Want God heeft de macht om takken van een wilde struik aan de olijfboom te zetten. En dus heeft hij zeker de macht om afgebroken takken weer aan hun eigen boom te zetten!

Gods plan om mensen te redden

Het geheim van de redding

25Vrienden, het is belangrijk dat ik jullie vertel over het wijze plan van God. Want jullie moeten niet vertrouwen op je eigen ideeën.

Een deel van het volk van Israël weigert om te geloven in Jezus Christus. Dat zal zo blijven totdat alle volken gaan geloven. 26En dan, als het einde gekomen is, zal heel Israël gered worden.

Want in de heilige boeken staat: «De redder zal uit Sion komen. Hij zal een eind maken aan de ongehoorzaamheid van Israël. 27God zal de zonden van zijn volk wegnemen. Zijn belofte aan hen blijft altijd gelden.»

God redt iedereen op dezelfde manier

28Veel Joden hebben zich tegen God verzet. Zij wilden het goede nieuws niet geloven. Zo moest het gaan, want daardoor kon het goede nieuws aan de andere volken verteld worden. Maar God blijft zijn volk liefhebben, want hij heeft hen zelf uitgekozen. Hij heeft zijn belofte aan hun voorouders gegeven. 29De liefde die God geeft, duurt eeuwig. Als hij iemand uitkiest, is dat voor altijd.

30Niet-Joden, luister! Vroeger waren jullie ongehoorzaam aan God. Maar nu merken jullie dat God toch goed voor jullie wil zijn. Dat kon gebeuren doordat de Joden ongehoorzaam werden aan God. 31Zo moest het gaan. Door hun ongehoorzaamheid leerden jullie Gods goedheid kennen. Maar God wil dat ook de Joden zullen merken dat hij goed voor hen wil zijn. 32God heeft er dus voor gezorgd dat alle mensen, Joden en niet-Joden, ongehoorzaam werden. Want alleen zo zouden alle mensen, Joden en niet-Joden, merken dat God goed voor hen wil zijn.

33Zo geweldig is Gods wijsheid! Zo bijzonder zijn Gods beslissingen! Voor mensen zijn ze onbegrijpelijk, ongelofelijk, onvoorstelbaar. 34Geen mens kan bedenken wat God van plan is. Niemand heeft hem raad gegeven. 35Niemand heeft hem geholpen. Niemand kan iets van hem eisen.

36God heeft alles gemaakt. Alles bestaat dankzij hem, en alles bestaat tot zijn eer. Alle eer aan God, voor eeuwig! Amen.