Bijbel in Gewone Taal (BGT)
2

Brief aan de christenen in Efeze

21Schrijf aan de engel van Efeze een brief voor de christenen daar. Schrijf:

‘Jezus Christus is aanwezig tussen de zeven gouden kandelaars, en hij houdt zeven sterren in zijn rechterhand. Hij zegt: 2Ik weet hoe jullie je gedragen. Ik weet hoe jullie je best doen en hoe jullie dat volhouden. Ik weet ook dat jullie niet van slechte mensen houden. Want er kwamen mensen bij jullie die zeiden dat ze apostelen waren. Maar jullie onderzochten dat en ontdekten dat ze leugens vertelden.

3Jullie hebben het moeilijk omdat jullie in mij geloven. Maar jullie twijfelen niet, en jullie blijven volhouden.

4Toch heb ik ook kritiek op jullie. Want vroeger was ik het belangrijkste in jullie leven. Maar dat is nu niet meer zo. 5Laat zien dat jullie spijt hebben, en verander je leven. Leef weer zoals eerst. Anders kom ik naar jullie toe, en dan zal het zijn alsof het licht van je kandelaar dooft. Dan blijft er niets van jullie over.

6Maar er is ook iets goeds over jullie te zeggen. Jullie haten de dingen die de Nikolaïeten doen, net als ik.

7Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen. Als jullie volhouden, zal ik jullie laten eten van de boom die eeuwig leven geeft. Die boom staat in de tuin van God.’

Brief aan de christenen in Smyrna

8Schrijf aan de engel van Smyrna een brief voor de christenen daar. Schrijf:

‘Jezus Christus is de eerste en de laatste. Hij was dood, maar nu leeft hij. Hij zegt: 9Ik weet hoe moeilijk jullie het hebben, en hoe arm jullie zijn. Maar eigenlijk zijn jullie rijk.

Ik weet dat er leugens over jullie verteld worden. De mensen die dat doen, noemen zich Joden, maar dat zijn ze niet. Ze horen niet bij God, maar bij Satan.

10Jullie zullen het moeilijk krijgen, maar daar moeten jullie niet bang voor zijn. De duivel zal sommigen van jullie in de gevangenis laten opsluiten. Zo zal hij proberen jullie van je geloof af te brengen. In de gevangenis zullen jullie tien dagen lang lijden. Maar als jullie tot aan je dood in mij blijven geloven, beloon ik jullie met het eeuwige leven.

11Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen. Als jullie volhouden, zullen jullie niet voor de tweede keer sterven, en niet voor eeuwig lijden in het vuur.’

Brief aan de christenen in Pergamum

12Schrijf aan de engel van Pergamum een brief voor de christenen daar. Schrijf:

‘Jezus Christus heeft een scherp zwaard. Hij zegt: 13Ik weet waar jullie wonen. Jullie wonen in de stad waar Satan zelf woont. Zijn troon staat in jullie stad. Toch zijn jullie trouw aan mij gebleven. Jullie zijn niet bang geweest om te zeggen dat jullie in mij geloven. Zelfs niet toen mijn dienaar Antipas gedood werd, die aan iedereen over mij vertelde.

14Toch heb ik ook kritiek op jullie. Want er zijn bij jullie volgelingen van de profeet Bileam. Lang geleden wilde koning Balak dat de Israëlieten ongehoorzaam zouden worden aan God. Hij liet Bileam halen om hem te helpen. Die verleidde de Israëlieten om verboden seks te hebben, en om vlees te eten dat aan afgoden geofferd was. 15Nu zijn er bij jullie volgelingen van de Nikolaïeten, en die doen precies hetzelfde.

16Verander je leven! Als jullie dat niet doen, dan kom ik snel naar jullie toe. Dan zal ik tegen die volgelingen vechten met het zwaard dat uit mijn mond komt.

17Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen. Als jullie volhouden, zal ik jullie brood geven dat eeuwig leven geeft. En ik geef jullie een witte steen waar een nieuwe naam op staat. Niemand kent die naam, behalve degene die de steen krijgt.’

Brief aan de christenen in Tyatira

18Schrijf aan de engel van Tyatira een brief voor de christenen daar. Schrijf:

‘De Zoon van God heeft ogen die schitteren als vlammen, en voeten die glanzen als koper. Hij zegt: 19Ik weet hoe jullie je gedragen. Ik weet hoe groot jullie liefde is, en jullie geloof. Ik weet dat jullie veel mensen helpen, en dat jullie blijven volhouden. Jullie gedrag is nu beter dan vroeger.

20Toch heb ik ook kritiek op jullie. Want jullie laten die slechte vrouw Izebel haar gang gaan. Zij verleidt jullie. Ze zegt dat ze een profetes is, maar ze leert jullie verkeerde dingen! Ze heeft jullie verleid om verboden seks te hebben, en om vlees te eten dat aan afgoden geofferd is.

21Ik heb haar de tijd gegeven om haar leven te veranderen en te stoppen met haar slechte gedrag. Maar dat wil ze helemaal niet! 22-23Dus ik zal ervoor zorgen dat ze ziek wordt. Ik zal haar volgelingen doden. En ik breng iedereen die naar haar blijft luisteren, in grote moeilijkheden. Dan zullen alle christenen begrijpen dat ik het hart van de mensen ken. En dat ik iedereen geef wat hij verdient.

24De volgelingen van Izebel zeggen dat ze de geheimen van Satan kennen. Gelukkig zijn er ook christenen in Tyatira die daar niets van willen weten. Zij hebben niet naar Izebel geluisterd. Tegen hen zeg ik: Jullie hoeven maar één ding te doen. 25Blijf geloven totdat ik kom.

26Als jullie volhouden en blijven doen wat ik wil, dan geef ik jullie macht over alle volken. 27Alle landen zullen van jullie zijn. Jullie zullen je vijanden vernietigen, er zal niets van hen overblijven. 28Ik zal macht geven aan jullie, zoals mijn Vader macht gegeven heeft aan mij. En dan zullen jullie net zo zijn als ik.

29Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen.’

3

Brief aan de christenen in Sardes

31Schrijf aan de engel van Sardes een brief voor de christenen daar. Schrijf:

‘Jezus Christus heeft de macht over de zeven sterren. Dat zijn de zeven goede geesten van God. Jezus zegt: Ik weet hoe jullie je gedragen. Jullie leven ziet er mooi uit, maar het is niets waard. 2Want jullie doen slechte dingen, die God niet wil. Stop daarmee! Ga beter leven, jullie weten nu nog hoe dat moet. 3Denk aan het moment dat jullie het goede nieuws over mij voor het eerst hoorden en begrepen. Houd daaraan vast en verander je leven.

Als jullie dat niet doen, dan zal ik jullie plotseling overvallen. Jullie zullen niet weten wanneer ik kom. Want ik kom zo onverwachts als een dief.

4In jullie stad zijn ook een paar christenen die trouw gebleven zijn aan Jezus. Zij zullen bij mij wonen en de witte kleren van Gods nieuwe wereld dragen. Want dat verdienen ze.

5-6Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen. Als jullie volhouden, zullen ook jullie die witte kleren dragen. Ik zal jullie naam dan niet wegstrepen uit het boek van het leven. Maar ik zal tegen mijn Vader en zijn engelen zeggen dat jullie bij mij horen.’

Brief aan de christenen in Filadelfia

7Schrijf aan de engel van Filadelfia een brief voor de christenen daar. Schrijf:

‘Jezus Christus is heilig en betrouwbaar. Hij heeft de sleutel van de stad van David, het nieuwe Jeruzalem. Als Jezus de poort van die stad voor je opent, kan niemand hem weer sluiten. Als hij de poort voor je sluit, kan niemand hem weer openen.

Hij zegt: 8Ik weet hoe jullie je gedragen. Jullie hebben weinig invloed, maar jullie zijn wel trouw aan mij, en jullie doen wat ik wil. Daarom heb ik de poort naar het nieuwe Jeruzalem voor jullie opengedaan. Niemand kan die poort weer sluiten.

9Er zijn mensen bij jullie die liegen. Ze zeggen dat ze Joden zijn, maar dat is niet zo. Ze horen niet bij God, maar bij Satan. Ik zal ervoor zorgen dat ze voor jullie knielen en jullie eren. Ze zullen begrijpen dat ik van jullie houd.

10Er komt een tijd van grote ellende op aarde, een tijd dat alle mensen het heel moeilijk zullen hebben. Maar jullie zal ik beschermen. Want ik heb gezegd dat jullie mij trouw moesten blijven, en daar hebben jullie naar geluisterd. 11Ik zal snel komen. Blijf in mij geloven, dan kan niemand jullie het eeuwige leven afnemen.

12-13Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen. Als jullie volhouden, zullen jullie belangrijk zijn in Gods nieuwe wereld. Zo belangrijk als een zuil in Gods tempel, een zuil die nooit verdwijnen zal. Jullie zullen mijn nieuwe naam dragen, en de naam van God, en de naam van Gods stad. De stad van God is het nieuwe Jeruzalem. Dat nieuwe Jeruzalem zal vanuit de hemel naar de aarde komen.’

Brief aan de christenen in Laodicea

14Schrijf aan de engel van Laodicea een brief voor de christenen daar. Schrijf:

‘Christus was het begin van Gods schepping. Hij doet wat hij belooft, hij spreekt de waarheid en je kunt op hem vertrouwen. Hij zegt: 15Ik weet hoe jullie je gedragen. Jullie zijn niet tegen mij, maar ook niet voor mij. Waren jullie maar voor mij of tegen mij! 16Omdat jullie geen van beide zijn, wil ik niets met jullie te maken hebben.

17Jullie zeggen dat jullie rijk zijn. Dat jullie alles hebben wat jullie willen, en niets meer nodig hebben. Maar jullie zien niet hoe slecht het met jullie gaat! Hoe ongelukkig jullie zijn, hoe arm, blind en naakt.

18Daarom geef ik jullie deze raad: Koop zuiver goud bij mij, want pas dan zul je echt rijk zijn. Koop witte kleren bij mij en trek ze aan, zodat je niet langer naakt bent. Koop mijn zalf en smeer die op je ogen, zodat je weer kunt zien.

19Ik houd van jullie, en daarom straf ik jullie. Zo wil ik jullie leren goed te leven. Dus ga je best doen en verander je leven!

20Ik roep jullie alsof ik voor jullie deur sta. Als jullie mij horen en binnenlaten, zal ik altijd bij jullie zijn.

21-22Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen. Als jullie volhouden, zullen jullie overwinnen en samen met mij op mijn troon zitten. Net zoals ik overwonnen heb, en nu samen met mijn Vader op zijn troon zit.’’

4

Johannes ziet de troon van God

In de hemel staat een deur open

41Daarna keek ik omhoog. En ik zag in de hemel een deur openstaan. Weer hoorde ik de stem die klonk als een trompet. De stem zei: ‘Kom naar boven, dan laat ik je zien wat er vanaf nu zal gebeuren.’

2Op datzelfde moment kwam de Geest van God in mij. Ik zag een troon staan in de hemel. Op die troon zat iemand 3die straalde als groene en rode edelstenen. Boven de troon was een schitterende regenboog, 4en om de troon heen stonden 24 andere tronen. Op die tronen zaten 24 leiders van Gods volk. Ze droegen witte kleren en hadden een gouden kroon op hun hoofd.

5Uit de troon van God kwam bliksem en donder. En voor de troon brandden zeven grote vlammen. Dat zijn de zeven goede geesten van God. 6De grond voor de troon leek op een zee van glas, net zo helder als kristal.

Bij Gods troon staan vier dieren

Om de troon heen stonden vier dieren, aan elke kant één. De dieren hadden overal op hun lichaam ogen, aan de voorkant en aan de achterkant. 7Het eerste dier leek op een leeuw. Het tweede dier leek op een jonge stier. Het derde dier had het gezicht van een mens. En het vierde dier leek op een vliegende adelaar. 8Elk dier had zes vleugels, en ook op de vleugels zaten overal ogen.

De vier dieren eren God

Dag en nacht zingen de dieren:

‘Heilig is hij!

Heilig is God, de Heer.

Heilig is de machtige God,

die er is, die er was, en die zal komen.’

9De vier dieren zingen voor God, die op zijn troon zit en eeuwig leeft. Ze juichen, en ze eren en danken hem.

10Telkens als de dieren zingen, knielen de 24 leiders voor Gods troon. Ze eren God, die eeuwig leeft. Ze leggen hun gouden kronen voor zijn troon neer, en zingen:

11‘Heer, onze God, u hebt alles gemaakt.

De wereld bestaat omdat u dat wilt.

Iedereen moet voor u juichen,

iedereen moet uw macht prijzen.

U verdient alle eer!’