Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

Begin van het boek

Waar gaat dit boek over?

11-2In dit boek staat wat er binnenkort gaat gebeuren. God heeft zijn plannen aan Jezus Christus verteld, zodat Jezus ze aan de christenen bekend kon maken. Jezus stuurde een engel naar zijn dienaar Johannes. Die engel liet in een droom aan Johannes zien wat er zou gaan gebeuren.

Johannes heeft in dit boek opgeschreven wat hij zag. Zo geeft hij de plannen van God en Jezus Christus door.

3Gelukkig zijn de mensen die dit boek voorlezen! En gelukkig zijn de mensen die ernaar luisteren en doen wat er in dit boek staat. Want het duurt niet lang meer voordat al die dingen gaan gebeuren!

Brieven aan de zeven kerken

Johannes groet de christenen

4-5Van Johannes. Aan de christenen van de zeven kerken in Asia.

Ik wens jullie toe dat God, en de zeven goede geesten die voor zijn troon staan, en Jezus Christus goed voor jullie zijn. En dat zij jullie vrede geven.

God is er, hij was er, en hij zal komen. En op Jezus Christus kunnen jullie vertrouwen. Hij spreekt de waarheid. Hij heeft als eerste de dood overwonnen, en hij is de machtigste koning van de aarde.

Jezus houdt van ons. Hij is gestorven om ons te bevrijden van onze zonden. 6Hij heeft van ons een volk van priesters gemaakt, zodat wij God, de Vader, kunnen dienen. Alle eer en macht aan Jezus, voor altijd en eeuwig! Amen.

Johannes vertelt over de toekomst

7Jezus Christus zal op de wolken uit de hemel komen. Iedereen zal hem zien, ook de mensen die hem gedood hebben. Dan zullen alle mensen op aarde om hem huilen en jammeren. Ja, zo zal het gaan!

8God, de Heer, zegt: ‘Ik ben de machtige God! Ik ben het begin en het einde. Ik ben degene die er is, die er was, en die zal komen.’

Johannes vertelt over een droom

9Vrienden, ik heb het moeilijk, net als jullie. Maar omdat we samen Gods volk zijn, zullen we geduldig volhouden. En Jezus zal ons helpen.

Ik vertelde de mensen over God en over Jezus. Daardoor kwam ik op het eiland Patmos terecht. 10Op een zondag, de dag van de Heer, kreeg ik een bijzondere droom. Ik hoorde een luide stem achter me, een stem die klonk als een trompet. 11De stem zei: ‘Schrijf in een boek alles op wat je ziet. En stuur dat boek naar de zeven kerken in Asia: naar Efeze, Smyrna, Pergamum, Tyatira, Sardes, Filadelfia en Laodicea.’

Johannes ziet Jezus in zijn droom

12Ik wilde zien wie er tegen me sprak, en draaide me om. Ik zag zeven gouden kandelaars. 13En tussen de kandelaars stond iemand die eruitzag als een mens.

Hij had een lange mantel aan, en een gouden band om zijn borst. 14Zijn haar was zo wit als witte wol, het was zo wit als sneeuw. Zijn ogen schitterden als vlammen. 15Zijn voeten hadden een felle glans, net als gesmolten koper. En zijn stem klonk als het geluid van de bulderende zee. 16In zijn rechterhand had hij zeven sterren. Uit zijn mond kwam een scherp zwaard, en zijn gezicht straalde zo fel als de zon.

17Toen ik hem zag, schrok ik heel erg, en ik viel languit op de grond alsof ik dood was. Maar hij legde zijn rechterhand op me en zei:

‘Je hoeft niet bang te zijn. Ik ben de eerste en de laatste. 18Ik ben degene die leeft! Ik was dood, maar nu leef ik voor altijd en eeuwig. Ik heb de macht gekregen over de dood en het land van de dood.

19Schrijf op wat je gezien hebt. Vertel wat er nu gebeurt, en wat er daarna zal gebeuren.

20Ik zal je vertellen wat de zeven sterren in mijn rechterhand en de zeven gouden kandelaars betekenen. De zeven kandelaars zijn de zeven kerken, en de zeven sterren zijn de engelen die bij die kerken horen.

2

Brief aan de christenen in Efeze

21Schrijf aan de engel van Efeze een brief voor de christenen daar. Schrijf:

‘Jezus Christus is aanwezig tussen de zeven gouden kandelaars, en hij houdt zeven sterren in zijn rechterhand. Hij zegt: 2Ik weet hoe jullie je gedragen. Ik weet hoe jullie je best doen en hoe jullie dat volhouden. Ik weet ook dat jullie niet van slechte mensen houden. Want er kwamen mensen bij jullie die zeiden dat ze apostelen waren. Maar jullie onderzochten dat en ontdekten dat ze leugens vertelden.

3Jullie hebben het moeilijk omdat jullie in mij geloven. Maar jullie twijfelen niet, en jullie blijven volhouden.

4Toch heb ik ook kritiek op jullie. Want vroeger was ik het belangrijkste in jullie leven. Maar dat is nu niet meer zo. 5Laat zien dat jullie spijt hebben, en verander je leven. Leef weer zoals eerst. Anders kom ik naar jullie toe, en dan zal het zijn alsof het licht van je kandelaar dooft. Dan blijft er niets van jullie over.

6Maar er is ook iets goeds over jullie te zeggen. Jullie haten de dingen die de Nikolaïeten doen, net als ik.

7Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen. Als jullie volhouden, zal ik jullie laten eten van de boom die eeuwig leven geeft. Die boom staat in de tuin van God.’

Brief aan de christenen in Smyrna

8Schrijf aan de engel van Smyrna een brief voor de christenen daar. Schrijf:

‘Jezus Christus is de eerste en de laatste. Hij was dood, maar nu leeft hij. Hij zegt: 9Ik weet hoe moeilijk jullie het hebben, en hoe arm jullie zijn. Maar eigenlijk zijn jullie rijk.

Ik weet dat er leugens over jullie verteld worden. De mensen die dat doen, noemen zich Joden, maar dat zijn ze niet. Ze horen niet bij God, maar bij Satan.

10Jullie zullen het moeilijk krijgen, maar daar moeten jullie niet bang voor zijn. De duivel zal sommigen van jullie in de gevangenis laten opsluiten. Zo zal hij proberen jullie van je geloof af te brengen. In de gevangenis zullen jullie tien dagen lang lijden. Maar als jullie tot aan je dood in mij blijven geloven, beloon ik jullie met het eeuwige leven.

11Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen. Als jullie volhouden, zullen jullie niet voor de tweede keer sterven, en niet voor eeuwig lijden in het vuur.’

Brief aan de christenen in Pergamum

12Schrijf aan de engel van Pergamum een brief voor de christenen daar. Schrijf:

‘Jezus Christus heeft een scherp zwaard. Hij zegt: 13Ik weet waar jullie wonen. Jullie wonen in de stad waar Satan zelf woont. Zijn troon staat in jullie stad. Toch zijn jullie trouw aan mij gebleven. Jullie zijn niet bang geweest om te zeggen dat jullie in mij geloven. Zelfs niet toen mijn dienaar Antipas gedood werd, die aan iedereen over mij vertelde.

14Toch heb ik ook kritiek op jullie. Want er zijn bij jullie volgelingen van de profeet Bileam. Lang geleden wilde koning Balak dat de Israëlieten ongehoorzaam zouden worden aan God. Hij liet Bileam halen om hem te helpen. Die verleidde de Israëlieten om verboden seks te hebben, en om vlees te eten dat aan afgoden geofferd was. 15Nu zijn er bij jullie volgelingen van de Nikolaïeten, en die doen precies hetzelfde.

16Verander je leven! Als jullie dat niet doen, dan kom ik snel naar jullie toe. Dan zal ik tegen die volgelingen vechten met het zwaard dat uit mijn mond komt.

17Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen. Als jullie volhouden, zal ik jullie brood geven dat eeuwig leven geeft. En ik geef jullie een witte steen waar een nieuwe naam op staat. Niemand kent die naam, behalve degene die de steen krijgt.’

Brief aan de christenen in Tyatira

18Schrijf aan de engel van Tyatira een brief voor de christenen daar. Schrijf:

‘De Zoon van God heeft ogen die schitteren als vlammen, en voeten die glanzen als koper. Hij zegt: 19Ik weet hoe jullie je gedragen. Ik weet hoe groot jullie liefde is, en jullie geloof. Ik weet dat jullie veel mensen helpen, en dat jullie blijven volhouden. Jullie gedrag is nu beter dan vroeger.

20Toch heb ik ook kritiek op jullie. Want jullie laten die slechte vrouw Izebel haar gang gaan. Zij verleidt jullie. Ze zegt dat ze een profetes is, maar ze leert jullie verkeerde dingen! Ze heeft jullie verleid om verboden seks te hebben, en om vlees te eten dat aan afgoden geofferd is.

21Ik heb haar de tijd gegeven om haar leven te veranderen en te stoppen met haar slechte gedrag. Maar dat wil ze helemaal niet! 22-23Dus ik zal ervoor zorgen dat ze ziek wordt. Ik zal haar volgelingen doden. En ik breng iedereen die naar haar blijft luisteren, in grote moeilijkheden. Dan zullen alle christenen begrijpen dat ik het hart van de mensen ken. En dat ik iedereen geef wat hij verdient.

24De volgelingen van Izebel zeggen dat ze de geheimen van Satan kennen. Gelukkig zijn er ook christenen in Tyatira die daar niets van willen weten. Zij hebben niet naar Izebel geluisterd. Tegen hen zeg ik: Jullie hoeven maar één ding te doen. 25Blijf geloven totdat ik kom.

26Als jullie volhouden en blijven doen wat ik wil, dan geef ik jullie macht over alle volken. 27Alle landen zullen van jullie zijn. Jullie zullen je vijanden vernietigen, er zal niets van hen overblijven. 28Ik zal macht geven aan jullie, zoals mijn Vader macht gegeven heeft aan mij. En dan zullen jullie net zo zijn als ik.

29Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen.’

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]