Bijbel in Gewone Taal (BGT)
99

Psalm 99

De Heer is koning

991De Heer is koning,

zijn troon staat in de tempel.

Volken, heb eerbied voor hem.

Aarde, schud en beef!

2De Heer woont op de berg Sion.

Hij is machtig,

hij heerst over alle volken.

3Volken, juich voor hem,

want hij is sterk en machtig.

De Heer is heilig!

4De Heer is een machtige koning.

Hij vindt eerlijkheid belangrijk.

Hij zorgt voor rechtvaardige wetten,

en voor eerlijke rechtspraak in Israƫl.

5Breng eer aan de Heer, onze God

en kniel voor hem.

De Heer is heilig!

Breng eer aan de Heer

6Mozes en AƤron waren priesters van de Heer,

en ook Samuel diende hem.

Als zij de Heer riepen, gaf hij antwoord.

7Hij sprak met hen vanuit een wolk.

Hij gaf wetten en regels aan hen,

en zij hielden zich daaraan.

8De Heer, onze God, heeft hun geantwoord.

Hij heeft hun fouten vergeven,

maar hij strafte hen ook voor hun misdaden.

9Breng eer aan de Heer, onze God

en kniel voor zijn heilige berg.

Want de Heer, onze God, is heilig!