Bijbel in Gewone Taal (BGT)
93

Psalm 93

De Heer is een machtige koning

931Heer, u bent koning,

een koning met macht,

een koning met kracht!

De aarde staat vast,

altijd blijft ze staan.

2U was altijd al koning, Heer.

U was er vanaf het eerste begin.

3Ik hoor de diepe zeeën,

ik hoor de hoge golven,

de hoge golven van de zee!

4Maar machtiger dan de hoge golven,

machtiger dan de diepe zeeën

bent u, Heer in de hemel.

5Heer, uw wetten blijven altijd gelden.

Uw tempel is heilig,

voor altijd.

94

Psalm 94

De Heer is rechter van de hele aarde

941Heer, u straft mensen die kwaad doen,

u straft ze allemaal.

Laat ook nu zien hoe machtig u bent!

2U bent toch de rechter van de hele aarde?

Straf die onderdrukkers,

geef hun de straf die ze verdienen.

3Laat slechte mensen niet langer juichen, Heer,

laat ze zwijgen!

4Ze hebben altijd een grote mond,

ze scheppen op over hun misdaden.

5Heer, ze onderdrukken uw volk,

uw eigen volk vertrappen ze.

6Ze doden weduwen en vreemdelingen,

ze vermoorden kinderen zonder vader.

7Ze zeggen: ‘De Heer ziet het niet,

de God van Jakob merkt toch niets.’

De Heer zal slechte mensen straffen

8Maar denk eens na, domme mensen.

Word toch eens wijs en verstandig!

9De Heer heeft onze oren gemaakt.

Dan kan hij toch zelf ook horen?

De Heer heeft onze ogen gemaakt.

Dan kan hij toch zelf ook zien?

10Hij leidt de volken, hij waarschuwt ze.

Dan kan hij ze toch ook straffen?

11De Heer kent de plannen van mensen,

hij weet dat die zinloos zijn.

De Heer laat zijn volk niet alleen

12Heer, gelukkig zijn mensen die u leidt,

die van u leren wat uw wil is.

13Als er gevaar is, zijn zij veilig,

maar slechte mensen zullen sterven.

14Want u laat uw eigen volk niet in de steek, Heer,

u laat ze nooit alleen.

15U zorgt dat er weer goede rechters komen.

Dan zullen alle eerlijke mensen blij zijn.

16Heer, u helpt mij als mensen mij kwaad doen,

u beschermt me tegen misdadigers.

17Als u me niet had geholpen,

dan was ik allang dood geweest.

18Steeds als ik geen moed meer had,

hebt u mij vol liefde geholpen.

19Als ik bang was en vol zorgen,

hebt u mij getroost en blij gemaakt.

De Heer laat slechte rechters zwijgen

20Heer, u bent geen vriend van slechte rechters,

die doen wat volgens de wet niet mag.

21Ze beschuldigen eerlijke mensen,

en ze geven onschuldige mensen de doodstraf.

22Maar u helpt mij, Heer.

Bij u ben ik veilig,

u bent mijn God.

23Mensen die kwaad doen,

krijgen de straf die ze verdienen.

U laat ze voor altijd zwijgen.

U bent de Heer, onze God.

95

Psalm 95

Laten we zingen voor de Heer

951Kom, laten we zingen voor de Heer!

Laten we juichen voor hem,

want hij beschermt ons en hij redt ons.

2Laten we hem danken in zijn tempel,

en vrolijk voor hem zingen.

3De Heer is een grote koning, een machtige God,

machtiger dan alle andere goden.

4Alles op aarde is van hem,

het diepste dal en de hoogste berg.

5Ook de zee en het land zijn van hem,

hij heeft alles gemaakt.

6Laten we knielen voor de Heer,

laten we diep voor hem buigen,

want hij heeft ons gemaakt.

7Hij is onze God,

en wij zijn zijn volk.

Hij is onze herder,

en wij zijn de schapen die hij leidt.

Wees gehoorzaam aan God

Vandaag spreekt God tegen jullie.

Luister dus goed,

8-9wees gehoorzaam aan hem.

Verzet je niet tegen hem,

zoals jullie voorouders deden.

Zij vroegen God om water in de woestijn.

Ze hadden gezien dat hij wonderen kon doen,

maar toch twijfelden ze aan zijn macht.

10-11Daarom ergerde God zich aan hen,

veertig jaar lang.

Hij werd woedend, en zei tegen hen:

‘Jullie willen niet luisteren,

jullie doen nooit wat ik wil.

Zo zeker als ik leef,

nooit zullen jullie het land binnengaan waar je rust krijgt!’