Bijbel in Gewone Taal (BGT)
80

Psalm 80

801Een lied van Asaf. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De lelies en de wet’.

God, hoor ons gebed

2God, u zorgt voor Israël,

zoals een herder voor zijn schapen zorgt.

Luister naar ons gebed!

Uw troon staat in de hemel,

een stralend licht schijnt om u heen.

Kom naar ons toe,

laat u zien aan de stammen van Israël,

3aan Efraïm, Benjamin en Manasse.

Laat zien hoe machtig u bent,

en kom ons redden.

4God, geef ons weer kracht.

Kom bij ons en bescherm ons,

dan zijn we gered.

Heer, geef ons weer kracht

5Heer, machtige God,

hoe lang blijft u nog boos op ons?

Wanneer hoort u ons gebed?

6Wij eten niet meer van verdriet.

We huilen alleen maar,

we drinken onze eigen tranen.

7Andere volken maken ruzie om ons land,

onze vijanden lachen ons uit.

En u laat dat gebeuren!

8Machtige God, geef ons weer kracht.

Kom bij ons en bescherm ons,

dan zijn we gered.

Vroeger waren we een machtig volk

9-10Vroeger hebt u ons uit Egypte bevrijd,

u hebt andere volken voor ons weggejaagd.

U zorgde goed voor ons,

zoals een boer zorgt voor zijn wijngaard.

Hij zoekt goede grond uit voor zijn druiven.

Zo hebt u ons een goed land gegeven

met ruimte om te wonen.

11Zoals een druivenplant groeit en sterk wordt,

zo groeiden ook wij.

We werden een machtig volk.

12We heersten in de hele wereld,

van het oosten tot het westen,

van het noorden tot het zuiden.

13Waarom hebt u ons nu in de steek gelaten?

Iedereen kan alles van ons stelen.

14Onze vijanden gaan tekeer als beesten,

ze pakken alles van ons af.

15Machtige God,

kijk naar ons vanuit uw hemel,

en kom bij ons terug.

God, zorg weer voor ons

God, zorg weer voor ons,

en maak ons weer sterk.

16U had ons toch een eigen land gegeven?

En u had toch een koning voor ons uitgekozen?

17Maar nu zijn we alles kwijt,

en ons land is verwoest.

Jaag onze vijanden weg, vernietig ze!

18Help en bescherm uw volk,

help de koning die u hebt uitgekozen.

19Dan zullen wij u altijd trouw zijn.

Maak ons weer sterk,

dan zullen wij u eren.

20Heer, machtige God, geef ons weer kracht.

Kom bij ons en bescherm ons,

dan zijn we gered.

81

Psalm 81

811Een lied van Asaf. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De vrouw uit de stad Gat’.

Zing voor God

2Zing voor God, want hij beschermt ons!

Juich voor de God van Jakob.

3Zing een lied en maak muziek,

sla op de trommel en speel op de harp.

4Blaas op de trompet als we feestvieren,

bij nieuwe maan en bij volle maan.

5Dat moeten de Israëlieten doen,

het is een wet van de God van Jakob.

6God gaf die opdracht aan hen,

toen hij hen uit Egypte bevrijdde.

Israël moet gehoorzaam zijn aan God

God zei deze bijzondere woorden:

7‘Israëlieten, ik heb jullie bevrijd,

ik heb jullie bevrijd van het zware werk.

Jullie hoefden geen slaven meer te zijn.

8Toen jullie om hulp riepen,

heb ik jullie gered.

Ik gaf jullie antwoord,

het klonk als de donder.

Toen jullie klaagden in de woestijn,

onderzocht ik of jullie mij trouw waren.

En ik zei tegen jullie:

9‘Israël, luister naar mijn waarschuwing.

Mijn volk, luister goed naar mij!

10Luister niet naar andere goden,

wees niet gehoorzaam aan hen.

11Want ik ben de Heer, jullie God.

Ik heb jullie bevrijd uit Egypte.

Als jullie iets nodig hebben,

zal ik het jullie geven.’

De Heer zal goed zijn voor zijn volk

12Maar jullie luisterden niet naar mij, Israëlieten,

jullie wilden mij niet gehoorzaam zijn.

13Jullie bleven je tegen mij verzetten,

jullie deden wat je zelf wilde.

Toen wilde ik jullie niet meer helpen.

14Israëlieten, jullie zijn mijn volk!

Waarom leven jullie niet volgens mijn wet?

Als jullie naar mij zouden luisteren,

15dan zou ik je vijanden meteen verslaan,

al je tegenstanders zou ik overwinnen.

16Dan zou iedereen die mij haat,

voor altijd jullie knecht zijn.

17Maar voor jullie zou ik goed zorgen.

Jullie zouden een goede oogst hebben,

tarwe en honing zo veel als je wilt.’

82

Psalm 82

821Een lied van Asaf.

God verdedigt mensen zonder macht

Als alle goden bij elkaar zijn,

spreekt God recht, en hij zegt:

2‘Jullie zijn oneerlijke rechters,

jullie straffen slechte mensen niet!

Hoe lang blijft dat nog zo?

3-4Jullie moeten arme mensen beschermen,

en kinderen zonder vader helpen.

Jullie moeten mensen zonder macht verdedigen,

en hen bevrijden van hun onderdrukkers.

Jullie moeten arme en machteloze mensen redden.

5Maar jullie willen het niet begrijpen,

jullie zien niet wat goed is.

Daarom heeft iedereen het moeilijk.

6Ooit heb ik gezegd dat jullie goden zijn,

zonen van de allerhoogste God.

7Maar nu zeg ik dat jullie zullen sterven,

net als mensen.

Jullie zullen doodgaan,

net als aardse leiders.’

8God, kom, en spreek recht over de aarde,

want alle volken zijn van u!