Bijbel in Gewone Taal (BGT)
74

Psalm 74

741Een lied van Asaf.

God, vergeet uw volk niet

God, waarom wilt u ons niet meer zien?

Waarom bent u woedend op ons?

U zou toch voor ons zorgen?

2Denk aan het volk dat u eens hebt uitgekozen.

Denk aan de mensen die u bevrijd hebt

en die voor altijd bij u horen.

Denk aan de berg Sion,

de plek waar u woonde.

3Kom terug naar uw stad,

waar alleen nog maar puin ligt.

Kom terug naar uw tempel,

die verwoest is door uw vijanden.

4Midden in uw huis stonden zij te schreeuwen.

Ze zetten er hun vlag neer

als teken van hun overwinning.

5-6Ze zwaaiden hun bijlen omhoog

en hakten wild om zich heen.

Alle versieringen sloegen ze stuk.

7Ze staken uw heilige tempel in brand,

ze verwoestten de plaats waar u woonde.

Ze hadden geen respect voor uw huis.

8Ze wilden ons allemaal vernietigen,

ze verbrandden alle tempels in het land.

God, waarom doet u niets?

9God, wij krijgen van u geen enkel teken.

Er is niet één profeet meer,

en niemand weet hoe lang dat nog duurt.

10Hoe lang zullen uw vijanden nog om u lachen?

Mogen ze altijd met u blijven spotten?

11-12God, waarom doet u niets?

U bent toch altijd onze koning geweest?

U hebt uw volk en uw land toch altijd geholpen?

Laat ons zien hoe machtig u bent,

vernietig uw vijanden!

13Met grote kracht hebt u de zee in tweeën gedeeld,

en de koppen van zeemonsters vernietigd.

14U hebt hun koppen stukgeslagen,

en hun vlees gevoerd aan de wilde dieren.

15U hebt rivieren laten stromen,

en ze weer veranderd in droog land.

16De dag is van u, de nacht is van u.

U hebt de zon en de maan een plaats gegeven.

17U hebt de grenzen van de aarde bepaald,

u hebt de zomer en de winter gemaakt.

Heer, denk aan wat u ons beloofd hebt

18Heer, hoor hoe uw vijanden lachen,

hoor hoe dom ze zijn, hoe ze met u spotten!

19Heer, wij zijn toch uw volk,

zonder u kunnen we niets.

Bescherm ons tegen het geweld van uw vijanden,

vergeet ons niet voorgoed.

20Help ons, zoals u beloofd hebt!

Het land is vol geweld,

nergens is het meer veilig.

21Laat onderdrukte mensen niet in de steek!

Als u ze helpt, zullen ze weer voor u zingen.

22God, doe iets en verdedig uzelf!

Hoor toch hoe slechte mensen om u lachen,

elke dag weer.

23Hoor hoe uw vijanden schreeuwen,

ze blijven maar tekeergaan!

75

Psalm 75

751Een lied van Asaf. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘Vernietig mij niet’.

Wij danken God

2Wij danken u, God.

Wij danken u,

omdat u dicht bij ons bent.

We vertellen over uw wonderen.

God is een eerlijke rechter

3God zal eerlijk rechtspreken,

op zijn eigen tijd.

4Als de aarde beeft

en alle mensen bang zijn,

houdt God de aarde vast.

5Tegen trotse mensen zegt God:

‘Waarom vind je jezelf zo geweldig?’

Tegen slechte mensen zegt hij:

‘Waarom vind je jezelf zo goed?

6Doe niet zo trots,

denk niet dat je de beste bent!’

7Er komt geen redding uit het oosten,

niet uit het westen,

en niet uit het zuiden.

8De redding komt van God,

hij is een eerlijke rechter.

Aan sommige mensen geeft hij macht,

maar anderen vernedert hij.

9De Heer zal slechte mensen op aarde straffen,

hij zal ze vernietigen,

want hij is woedend.

Wij zullen zingen over God

10Wij zullen altijd over God vertellen,

we zullen zingen over de God van Jakob.

11Want slechte mensen vernedert hij,

maar aan goede mensen geeft hij macht.

76

Psalm 76

761Een lied van Asaf. Voor de zangleider. Bij dit lied wordt op een harp gespeeld.

God overwint zijn vijanden

2God, iedereen in Juda kent u.

In heel Israël noemen ze uw naam.

3Uw huis staat in Jeruzalem,

uw tempel is op de berg Sion.

4Daar hebt u een eind gemaakt aan de strijd,

alle wapens hebt u gebroken.

5God, u bent stralend als het licht van de zon,

u bent sterk als bergen die nooit verdwijnen.

6Als u sterke soldaten aanvalt,

dan vallen ze dood op de grond.

Ze kunnen niets meer.

7God van Jakob, zelfs als u alleen maar dreigt,

sterven soldaten en hun paarden.

8Iedereen is bang voor u,

niemand kan uw woede verdragen.

9Als u rechtspreekt vanuit de hemel,

beeft iedereen op aarde, en zwijgt.

10God, u bent een goede rechter,

u redt mensen uit hun ellende.

11Ook uw tegenstanders zullen u danken,

ook uw laatste vijand zal voor u juichen.

12Heer, iedereen zal doen

wat hij aan u beloofd heeft.

Iedereen zal geschenken geven aan u,

machtige God.

13God, u laat heersers de moed verliezen,

koningen zijn bang voor u.