Bijbel in Gewone Taal (BGT)
70

Psalm 70

701Een lied van David. Voor de zangleider. Een gebed om hulp.

God, kom mij redden

2God, kom mij redden.

Kom snel en help mij, Heer!

3Houd mijn vijanden tegen,

want ze willen mij kwaad doen.

Straf ze, jaag ze weg,

want ze willen mij doden!

4Zorg dat ze moeten vluchten,

want ze lachen om mijn ellende.

5Maar geef vreugde aan mensen die bij u willen zijn.

Laat ze op u vertrouwen en steeds weer zeggen:

‘God is machtig!’

6Ik ben ongelukkig en alleen.

God, kom snel!

U zult mij helpen,

bij u ben ik veilig.

Wacht niet langer, Heer!

71

Psalm 71

Heer, bescherm mij

711Heer, bij u zoek ik bescherming,

laat me niet alleen.

2Wees goed voor mij en red mij.

Luister naar mij en help mij!

3Wees voor mij een veilige plek

waar ik altijd heen kan gaan.

U zult mij redden,

want u bent sterk en machtig.

U zult me beschermen tegen gevaar.

4God, bevrijd mij uit de macht van slechte mensen,

van mensen die mij onderdrukken.

5Op u vertrouw ik, Heer, mijn God.

Mijn leven lang vertrouw ik al op u.

6U helpt mij al vanaf mijn geboorte,

u zorgde al voor mij in de buik van mijn moeder.

Daarom zal ik altijd voor u zingen.

7Voor veel mensen ben ik een voorbeeld,

want ze zien dat u mij beschermt.

8Ik zing over u,

elke dag weer zing ik over uw macht.

9Vergeet mij niet, nu ik oud ben.

Laat mij niet alleen, nu mijn kracht verdwijnt.

10Want mijn vijanden praten over mij,

samen maken ze plannen om mij te doden.

11Ze zeggen: ‘God heeft hem in de steek gelaten.

Kom op, laten we hem grijpen!

Niemand zal hem komen redden.’

12God, laat mij niet alleen,

kom snel en help mij.

13Mijn vijanden willen me kwaad doen.

Straf ze, houd ze tegen!

Jaag ze weg en dood ze.

Ik blijf altijd op u vertrouwen

14Ik blijf altijd op u vertrouwen,

steeds weer zal ik over u zingen.

15Elke dag zal ik vertellen over uw goedheid.

Steeds opnieuw zal ik spreken over uw wonderen,

het zijn er meer dan ik kan tellen.

16Heer, mijn God,

ik zal spreken over uw macht,

ik zal zingen over uw goedheid,

want niemand is zo goed als u!

17U leert mij hoe ik moet leven, God,

dat leerde u mij al toen ik nog jong was.

En nog steeds vertel ik over uw wonderen.

18God, laat mij niet alleen,

nu ik oud ben en grijze haren heb.

Want ik wil blijven vertellen over uw macht

aan alle mensen die na mij komen.

19God, uw goedheid is zo groot als de wereld.

U hebt wonderen gedaan,

niemand is zo machtig als u!

20U hebt ellende en rampen op mij afgestuurd.

Help mij nu en geef me nieuwe kracht,

red mij en laat me weer leven.

21Zorg dat ik weer van iedereen respect krijg.

Geef mij nieuwe moed!

22Dan zal ik u danken voor uw trouw.

Ik zal voor u spelen op de harp

en een lied zingen voor u,

heilige God van Israël.

23Ik zal voor u juichen en zingen,

want u zult mij bevrijden.

24Ik zal over uw goedheid spreken,

elke dag weer.

Want u straft mijn vijanden,

u jaagt ze weg.

72

Psalm 72

721Een lied van Salomo.

God, laat er overal vrede zijn

God, help de koning.

Help hem om een goede heerser te zijn,

net zo rechtvaardig als u.

2Help hem om een eerlijke rechter te zijn,

een goede leider van uw trouwe volk.

3Laat er overal vrede zijn,

op alle bergen, op alle heuvels.

4God, help de koning,

help hem om goed te zijn voor arme mensen,

voor mensen zonder macht.

Zorg dat hij hun onderdrukkers doodt.

5Laat de koning heel lang leven,

zo lang als de zon en de maan bestaan,

zo lang als er mensen op aarde zijn.

6Zorg dat hij goed is voor mensen,

zoals regen goed is voor droog land.

7Laat het goed gaan met eerlijke mensen,

zo lang als de koning regeert.

Laat er overal vrede zijn,

zo lang als de maan bestaat.

8Laat de koning heersen over de hele aarde,

van het oosten tot het westen,

van het noorden tot het zuiden.

9Laten de volken uit de woestijn hem dienen,

en laten zijn vijanden voor hem knielen.

10Laten andere heersers hem geschenken brengen,

overal vandaan.

Laten zij hem kostbare schatten geven.

11Laten ze hem gehoorzaam zijn,

laten alle volken naar hem luisteren.

De koning redt arme mensen

12De koning zal arme mensen bevrijden,

mensen in nood zal hij helpen.

Iedereen die om hulp roept, zal hij helpen.

13Mensen zonder macht zal hij bevrijden,

hij zal het leven van arme mensen redden.

14Hij zal hen redden uit gevaar,

hij zal hen bevrijden van geweld,

want hun leven is kostbaar voor hem.

15Laat de koning lang regeren!

Mensen zullen hem goud geven

en steeds voor hem bidden.

Ze zullen God vragen om de koning te helpen,

elke dag opnieuw.

16Overal zal koren groeien,

zelfs boven op de bergen.

Het rijpe koren bedekt het hele land,

zoals bossen de Libanon-bergen bedekken.

En iedereen zal leven in vrede en geluk.

17De koning zal altijd machtig zijn,

zo lang als de zon bestaat.

Iedereen zal dat weten.

Alle volken eren de koning.

Ze willen net zo gelukkig worden als hij,

dat wensen ze elkaar toe.

Laat iedereen God danken

18Laat iedereen God danken.

Hij is de Heer, de God van Israël.

Hij doet wonderen, hij alleen.

19Laat iedereen hem altijd danken,

want hij is machtig.

Laat God over de hele aarde heersen.

Amen, amen!

20Hier eindigen de gebeden van David, de zoon van Isaï.