Bijbel in Gewone Taal (BGT)
69

Psalm 69

691Een lied van David. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De lelies’.

Red mij, God

2-3Red mij, God,

want ik krijg bijna geen adem meer.

Het is alsof ik verdrink,

alsof ik wegzak in de modder.

Nergens vind ik meer steun!

Het is alsof ik meegetrokken word

door de stroom van een rivier,

in water dat te diep is.

4Ik bleef steeds om u roepen,

maar nu kan ik niet meer,

er komt geen geluid meer uit mijn keel.

Ik bleef kijken of ik u zag,

maar nu zijn mijn ogen te moe.

5Ik heb heel veel vijanden,

meer dan ik kan tellen.

Ze haten mij zonder reden.

Ze willen me kwaad doen

en ze vertellen leugens over mij.

Ze willen dingen van mij terug

die ik nooit heb gestolen.

Niemand heeft respect voor mij

6God, u weet dat ik verkeerd geleefd heb,

u weet dat ik schuldig ben.

7Heer, machtige God,

zorg dat mensen die op u vertrouwen,

zich niet voor mij hoeven te schamen.

God van Israël, laat mensen die u zoeken,

niet lijden door mijn fouten.

8Ik ben ongelukkig omdat ik u trouw ben.

Niemand heeft respect voor mij!

9Zelfs mijn familie wil me niet meer kennen,

ik ben een vreemde voor mijn eigen broers.

10Mijn liefde voor uw tempel is groot,

ik kan aan niets anders denken.

Het doet mij pijn als mensen u beledigen.

11Ik huilde omdat ik u liefheb,

ik at niet en ik dronk niet.

Maar ik werd door iedereen beledigd.

12Ik trok sombere kleren aan,

maar ik werd door iedereen uitgelachen.

13Nu wordt er op straat over mij gepraat,

en dronken kerels zingen liedjes over mij.

Heer, laat mij uw goedheid zien

14Heer, ik vraag u om hulp,

laat mij opnieuw uw goedheid zien!

Antwoord mij, God,

want uw liefde is groot.

Laat mij uw trouw zien, en red mij.

15-16Red mij van mijn vijanden,

laat me niet sterven!

Het is alsof ik stik in de modder,

alsof ik verdrink in diep water.

Laat de stroom van het water me niet meetrekken,

laat me niet verdrinken in de diepte.

17Antwoord mij, Heer,

want u bent goed en trouw.

Help mij, want uw liefde is groot.

18Verberg u niet voor mij,

geef mij toch antwoord,

want ik ben in nood.

19Kom bij me en red mijn leven,

bevrijd me van mijn vijanden.

Heer, straf mijn vijanden

20Heer, u kent al mijn vijanden.

U weet wat ze met mij hebben gedaan,

u ziet hoe slecht het met mij gaat.

21Ik heb alle moed verloren,

ik voel me ziek.

Ik hoopte op medelijden,

maar dat kreeg ik niet.

Ik zocht mensen die me konden troosten,

maar die vond ik niet.

22Mijn vijanden deden vergif in mijn eten,

en ze gaven me azijn te drinken.

23Heer, laat ze stikken in hun eigen eten,

samen met hun vrienden.

24Zorg dat hun ogen niets meer zien,

zorg dat ze geen kracht meer hebben.

25Laat ze zien hoe woedend u bent,

zorg dat ze niet kunnen ontsnappen.

26Verwoest hun huizen,

laat er niemand meer wonen!

27Want ze achtervolgen mensen die al door u zijn gestraft,

en ze lachen om mensen die door u zijn gedood.

28Tel al hun misdaden bij elkaar op,

vergeef hun niets!

29Haal hun namen weg uit uw boek,

tel ze niet mee bij de goede mensen.

30God, ik ben zwak en ik heb pijn,

help mij en bescherm mij.

Het volk van God krijgt nieuwe moed

31Ik wil God prijzen met een lied,

ik wil hem eren en danken.

32Dat heeft de Heer liever dan een offer,

dan een stier die voor hem wordt geslacht.

33Mensen die trouw zijn aan God,

zullen zien dat ik hem dank.

Zo krijgen ze nieuwe moed.

34De Heer zal luisteren naar zijn arme volk.

Nu leven ze nog in het land van hun vijanden,

maar hij zal hen niet vergeten.

35Laat de hele wereld zingen voor de Heer,

alles wat leeft in de hemel, op aarde en in de zee.

36-37Want de Heer zal Jeruzalem redden,

hij zorgt dat er weer huizen komen in Juda.

Het volk van God zal daar weer wonen,

de mensen die God liefhebben, krijgen hun land terug.

Zij zullen het land voor altijd bezitten.

70

Psalm 70

701Een lied van David. Voor de zangleider. Een gebed om hulp.

God, kom mij redden

2God, kom mij redden.

Kom snel en help mij, Heer!

3Houd mijn vijanden tegen,

want ze willen mij kwaad doen.

Straf ze, jaag ze weg,

want ze willen mij doden!

4Zorg dat ze moeten vluchten,

want ze lachen om mijn ellende.

5Maar geef vreugde aan mensen die bij u willen zijn.

Laat ze op u vertrouwen en steeds weer zeggen:

‘God is machtig!’

6Ik ben ongelukkig en alleen.

God, kom snel!

U zult mij helpen,

bij u ben ik veilig.

Wacht niet langer, Heer!

71

Psalm 71

Heer, bescherm mij

711Heer, bij u zoek ik bescherming,

laat me niet alleen.

2Wees goed voor mij en red mij.

Luister naar mij en help mij!

3Wees voor mij een veilige plek

waar ik altijd heen kan gaan.

U zult mij redden,

want u bent sterk en machtig.

U zult me beschermen tegen gevaar.

4God, bevrijd mij uit de macht van slechte mensen,

van mensen die mij onderdrukken.

5Op u vertrouw ik, Heer, mijn God.

Mijn leven lang vertrouw ik al op u.

6U helpt mij al vanaf mijn geboorte,

u zorgde al voor mij in de buik van mijn moeder.

Daarom zal ik altijd voor u zingen.

7Voor veel mensen ben ik een voorbeeld,

want ze zien dat u mij beschermt.

8Ik zing over u,

elke dag weer zing ik over uw macht.

9Vergeet mij niet, nu ik oud ben.

Laat mij niet alleen, nu mijn kracht verdwijnt.

10Want mijn vijanden praten over mij,

samen maken ze plannen om mij te doden.

11Ze zeggen: ‘God heeft hem in de steek gelaten.

Kom op, laten we hem grijpen!

Niemand zal hem komen redden.’

12God, laat mij niet alleen,

kom snel en help mij.

13Mijn vijanden willen me kwaad doen.

Straf ze, houd ze tegen!

Jaag ze weg en dood ze.

Ik blijf altijd op u vertrouwen

14Ik blijf altijd op u vertrouwen,

steeds weer zal ik over u zingen.

15Elke dag zal ik vertellen over uw goedheid.

Steeds opnieuw zal ik spreken over uw wonderen,

het zijn er meer dan ik kan tellen.

16Heer, mijn God,

ik zal spreken over uw macht,

ik zal zingen over uw goedheid,

want niemand is zo goed als u!

17U leert mij hoe ik moet leven, God,

dat leerde u mij al toen ik nog jong was.

En nog steeds vertel ik over uw wonderen.

18God, laat mij niet alleen,

nu ik oud ben en grijze haren heb.

Want ik wil blijven vertellen over uw macht

aan alle mensen die na mij komen.

19God, uw goedheid is zo groot als de wereld.

U hebt wonderen gedaan,

niemand is zo machtig als u!

20U hebt ellende en rampen op mij afgestuurd.

Help mij nu en geef me nieuwe kracht,

red mij en laat me weer leven.

21Zorg dat ik weer van iedereen respect krijg.

Geef mij nieuwe moed!

22Dan zal ik u danken voor uw trouw.

Ik zal voor u spelen op de harp

en een lied zingen voor u,

heilige God van Israël.

23Ik zal voor u juichen en zingen,

want u zult mij bevrijden.

24Ik zal over uw goedheid spreken,

elke dag weer.

Want u straft mijn vijanden,

u jaagt ze weg.