Bijbel in Gewone Taal (BGT)
68

Psalm 68

681Een lied van David. Voor de zangleider.

Zing een lied voor God

2Als God verschijnt in de strijd,

vluchten zijn vijanden,

zijn tegenstanders verdwijnen.

3God jaagt hen weg.

Ze verdwijnen,

net als sneeuw die smelt in de zon,

net als rook die wegwaait in de wind.

4Maar mensen die God liefhebben, zijn blij.

Zij juichen als God verschijnt,

ze juichen van blijdschap.

5Zing voor God, zing een lied voor hem.

Juich als hij komt op zijn wagen van wolken,

maak je klaar voor zijn komst.

Heer is zijn naam!

6Hij woont in zijn heilige tempel.

Hij helpt weduwen,

en hij beschermt kinderen zonder vader.

7God geeft aan eenzame mensen een thuis.

Aan gevangenen geeft hij de vrijheid,

hij maakt hen gelukkig.

Maar mensen die zich tegen hem verzetten,

zullen ongelukkig worden.

God heeft zijn volk geholpen

8God, toen u uw volk hielp in de strijd,

en hen leidde door de woestijn,

9toen beefde de aarde,

en uit de hemel stroomde de regen neer.

Want u was daar, God,

u, die heerst vanaf de berg Sinai.

Want u was daar, God,

u, de God van Israël.

10God, u liet de regen stromen,

zo maakte u dor land weer groen.

11U liet uw volk daar wonen, God.

U gaf het land aan mensen zonder macht.

Zo goed bent u!

De Heer heeft overwonnen

12-13Toen de Heer een bevel gaf,

vluchtten de koningen van Kanaän,

ze vluchtten haastig weg met hun legers.

Alle vrouwen vertelden dat nieuws aan elkaar.

En ze verdeelden de spullen

die de legers achtergelaten hadden.

14-15Maar alle mannen sliepen rustig door.

De machtige God heeft rijke koningen verslagen.

Die koningen waren machtig en sterk,

maar de Heer heeft hen overwonnen.

De Heer woont in zijn heilige tempel

16-17Bergen van Basan,

grote, hoge bergen,

waarom zijn jullie jaloers?

Waarom zijn jullie jaloers

op de berg die God heeft uitgekozen?

Op die berg zal hij voor altijd wonen.

18De Heer ging van de berg Sinai

naar zijn heilige tempel.

Hij had veel strijdwagens om zich heen,

duizenden, ja tienduizenden!

19De Heer, onze God, ging naar zijn heilige tempel.

Hij nam gevangenen met zich mee,

en geschenken van zijn vijanden.

Iedereen gaat naar de tempel van God

20Laat iedereen de Heer danken, elke dag.

Want hij helpt ons, hij redt ons.

21Onze God is een God die mensen bevrijdt.

God, de Heer, redt ons van de dood.

22-23De Heer zegt:

‘Ik zal jullie vijanden overal vandaan halen,

van de hoogste bergen,

en uit de diepste zeeën.

Ik sla hun hoofden kapot,

als straf voor hun misdaden.

24Hun bloed ligt in plassen op de grond.

Jullie zullen door dat bloed heen lopen,

en de honden zullen het oplikken.’

25-26Kijk, allemaal!

Een grote stoet gaat naar de tempel van God.

De zangers lopen voorop,

daarachter komen de muzikanten,

en overal dansen meisjes met trommels.

Allemaal zijn ze op weg

naar de tempel van God, de grote koning.

27-28Mensen van alle stammen lopen mee,

uit het hele land, van noord tot zuid.

Laat iedereen God danken in de tempel.

Iedereen uit het volk van Jakob

moet de Heer danken.

God, straf slechte mensen

29-30U liet ons uw macht zien, God,

vanuit uw tempel in Jeruzalem.

Laat ons opnieuw zien hoe machtig u bent!

Dan zullen koningen u geschenken brengen.

31Straf volken die alleen maar willen vechten,

en vernietig mensen die alleen maar rijk willen zijn.

Straf ze allemaal!

32Dan zullen de Egyptenaren u danken,

en de Nubiërs zullen u geschenken brengen.

Iedereen moet God eren

33Laat iedereen op aarde zingen voor God,

laat iedereen een lied zingen voor de Heer.

34Hij rijdt door de hoogste hemel

op een wagen van wolken.

Luister naar zijn machtige stem.

35Breng eer aan God, want hij is machtig.

Hij heerst over Israël,

zijn macht is oneindig groot.

36Breng eer aan God, de God van Israël,

eer hem in zijn tempel.

Hij maakt zijn volk machtig en sterk.

Dank de Heer!

69

Psalm 69

691Een lied van David. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De lelies’.

Red mij, God

2-3Red mij, God,

want ik krijg bijna geen adem meer.

Het is alsof ik verdrink,

alsof ik wegzak in de modder.

Nergens vind ik meer steun!

Het is alsof ik meegetrokken word

door de stroom van een rivier,

in water dat te diep is.

4Ik bleef steeds om u roepen,

maar nu kan ik niet meer,

er komt geen geluid meer uit mijn keel.

Ik bleef kijken of ik u zag,

maar nu zijn mijn ogen te moe.

5Ik heb heel veel vijanden,

meer dan ik kan tellen.

Ze haten mij zonder reden.

Ze willen me kwaad doen

en ze vertellen leugens over mij.

Ze willen dingen van mij terug

die ik nooit heb gestolen.

Niemand heeft respect voor mij

6God, u weet dat ik verkeerd geleefd heb,

u weet dat ik schuldig ben.

7Heer, machtige God,

zorg dat mensen die op u vertrouwen,

zich niet voor mij hoeven te schamen.

God van Israël, laat mensen die u zoeken,

niet lijden door mijn fouten.

8Ik ben ongelukkig omdat ik u trouw ben.

Niemand heeft respect voor mij!

9Zelfs mijn familie wil me niet meer kennen,

ik ben een vreemde voor mijn eigen broers.

10Mijn liefde voor uw tempel is groot,

ik kan aan niets anders denken.

Het doet mij pijn als mensen u beledigen.

11Ik huilde omdat ik u liefheb,

ik at niet en ik dronk niet.

Maar ik werd door iedereen beledigd.

12Ik trok sombere kleren aan,

maar ik werd door iedereen uitgelachen.

13Nu wordt er op straat over mij gepraat,

en dronken kerels zingen liedjes over mij.

Heer, laat mij uw goedheid zien

14Heer, ik vraag u om hulp,

laat mij opnieuw uw goedheid zien!

Antwoord mij, God,

want uw liefde is groot.

Laat mij uw trouw zien, en red mij.

15-16Red mij van mijn vijanden,

laat me niet sterven!

Het is alsof ik stik in de modder,

alsof ik verdrink in diep water.

Laat de stroom van het water me niet meetrekken,

laat me niet verdrinken in de diepte.

17Antwoord mij, Heer,

want u bent goed en trouw.

Help mij, want uw liefde is groot.

18Verberg u niet voor mij,

geef mij toch antwoord,

want ik ben in nood.

19Kom bij me en red mijn leven,

bevrijd me van mijn vijanden.

Heer, straf mijn vijanden

20Heer, u kent al mijn vijanden.

U weet wat ze met mij hebben gedaan,

u ziet hoe slecht het met mij gaat.

21Ik heb alle moed verloren,

ik voel me ziek.

Ik hoopte op medelijden,

maar dat kreeg ik niet.

Ik zocht mensen die me konden troosten,

maar die vond ik niet.

22Mijn vijanden deden vergif in mijn eten,

en ze gaven me azijn te drinken.

23Heer, laat ze stikken in hun eigen eten,

samen met hun vrienden.

24Zorg dat hun ogen niets meer zien,

zorg dat ze geen kracht meer hebben.

25Laat ze zien hoe woedend u bent,

zorg dat ze niet kunnen ontsnappen.

26Verwoest hun huizen,

laat er niemand meer wonen!

27Want ze achtervolgen mensen die al door u zijn gestraft,

en ze lachen om mensen die door u zijn gedood.

28Tel al hun misdaden bij elkaar op,

vergeef hun niets!

29Haal hun namen weg uit uw boek,

tel ze niet mee bij de goede mensen.

30God, ik ben zwak en ik heb pijn,

help mij en bescherm mij.

Het volk van God krijgt nieuwe moed

31Ik wil God prijzen met een lied,

ik wil hem eren en danken.

32Dat heeft de Heer liever dan een offer,

dan een stier die voor hem wordt geslacht.

33Mensen die trouw zijn aan God,

zullen zien dat ik hem dank.

Zo krijgen ze nieuwe moed.

34De Heer zal luisteren naar zijn arme volk.

Nu leven ze nog in het land van hun vijanden,

maar hij zal hen niet vergeten.

35Laat de hele wereld zingen voor de Heer,

alles wat leeft in de hemel, op aarde en in de zee.

36-37Want de Heer zal Jeruzalem redden,

hij zorgt dat er weer huizen komen in Juda.

Het volk van God zal daar weer wonen,

de mensen die God liefhebben, krijgen hun land terug.

Zij zullen het land voor altijd bezitten.

70

Psalm 70

701Een lied van David. Voor de zangleider. Een gebed om hulp.

God, kom mij redden

2God, kom mij redden.

Kom snel en help mij, Heer!

3Houd mijn vijanden tegen,

want ze willen mij kwaad doen.

Straf ze, jaag ze weg,

want ze willen mij doden!

4Zorg dat ze moeten vluchten,

want ze lachen om mijn ellende.

5Maar geef vreugde aan mensen die bij u willen zijn.

Laat ze op u vertrouwen en steeds weer zeggen:

‘God is machtig!’

6Ik ben ongelukkig en alleen.

God, kom snel!

U zult mij helpen,

bij u ben ik veilig.

Wacht niet langer, Heer!