Bijbel in Gewone Taal (BGT)
66

Psalm 66

661Een lied. Voor de zangleider.

Juich voor God

Juich voor God, alle volken!

2Zing een lied over hem,

want hij is de hoogste God.

Breng hem eer en prijs hem.

3Zeg tegen God:

‘U doet grote wonderen,

u bent machtig!

Al uw vijanden zijn bang voor u.

4Iedereen moet voor u knielen

en voor u zingen.’

5Volken, zie wat God gedaan heeft,

kijk naar zijn grote wonderen op aarde!

6Van de zee maakte hij droog land.

Zo kon zijn volk veilig verdergaan.

Wat was iedereen blij!

7God is machtig, hij heerst voor altijd.

Hij ziet alles wat mensen doen.

Laat iedereen hem dus gehoorzaam zijn.

8Volken, zing voor onze God,

prijs hem met een lied!

9Want hij beschermt ons tegen de dood,

en hij geeft ons kracht.

God vergeeft ons

10God, u keek diep in ons hart.

U wilde weten of we goed of slecht waren,

en of we u trouw zouden blijven.

11Daarom bracht u ons in moeilijkheden.

U liet ons veel lijden,

12en u stuurde vijanden op ons af.

Steeds waren we in groot gevaar.

Maar u redde ons,

en u bracht ons naar een vruchtbaar land.

God helpt mij

13Ik zal naar uw tempel komen.

Daar zal ik offers aan u brengen,

en doen wat ik beloofd heb.

14Want toen ik het moeilijk had,

heb ik tegen u gezegd:

15‘Als u mij redt,

zal ik schapen voor u slachten,

en ik zal koeien en geiten offeren.’

16Kom en luister naar mij,

iedereen die trouw is aan God.

Hoor wat hij voor mij deed!

17Ik bad tot God

en ik zong een lied om hem te eren.

18Als mijn hart vol kwaad was geweest,

zou de Heer niet naar mij geluisterd hebben.

19Maar hij heeft wel naar mij geluisterd,

hij heeft mijn gebed gehoord.

20Laat iedereen God danken,

want hij heeft mijn gebed gehoord.

Hij was goed voor mij!

67

Psalm 67

671Een lied. Voor de zangleider. Bij dit lied wordt op een harp gespeeld.

Alle volken moeten zingen over God

2God, laat ons uw liefde zien

en maak ons gelukkig.

Wees bij ons en bescherm ons.

3Dan zal iedereen zien dat u mensen redt,

iedereen zal zien hoe u mensen leidt.

4Laten alle volken over u zingen, God,

laat iedereen u prijzen!

5Laten de mensen blij zijn en juichen,

want u bent een eerlijke rechter.

U heerst over alle landen op aarde.

6God, laten alle volken over u zingen,

laat iedereen u prijzen!

7Onze God gaf ons een goede oogst.

Hij maakt ons gelukkig.

8Laat hij ons steeds weer gelukkig maken.

Dan zal iedereen hem eren,

iedereen, op de hele aarde.

68

Psalm 68

681Een lied van David. Voor de zangleider.

Zing een lied voor God

2Als God verschijnt in de strijd,

vluchten zijn vijanden,

zijn tegenstanders verdwijnen.

3God jaagt hen weg.

Ze verdwijnen,

net als sneeuw die smelt in de zon,

net als rook die wegwaait in de wind.

4Maar mensen die God liefhebben, zijn blij.

Zij juichen als God verschijnt,

ze juichen van blijdschap.

5Zing voor God, zing een lied voor hem.

Juich als hij komt op zijn wagen van wolken,

maak je klaar voor zijn komst.

Heer is zijn naam!

6Hij woont in zijn heilige tempel.

Hij helpt weduwen,

en hij beschermt kinderen zonder vader.

7God geeft aan eenzame mensen een thuis.

Aan gevangenen geeft hij de vrijheid,

hij maakt hen gelukkig.

Maar mensen die zich tegen hem verzetten,

zullen ongelukkig worden.

God heeft zijn volk geholpen

8God, toen u uw volk hielp in de strijd,

en hen leidde door de woestijn,

9toen beefde de aarde,

en uit de hemel stroomde de regen neer.

Want u was daar, God,

u, die heerst vanaf de berg Sinai.

Want u was daar, God,

u, de God van Israël.

10God, u liet de regen stromen,

zo maakte u dor land weer groen.

11U liet uw volk daar wonen, God.

U gaf het land aan mensen zonder macht.

Zo goed bent u!

De Heer heeft overwonnen

12-13Toen de Heer een bevel gaf,

vluchtten de koningen van Kanaän,

ze vluchtten haastig weg met hun legers.

Alle vrouwen vertelden dat nieuws aan elkaar.

En ze verdeelden de spullen

die de legers achtergelaten hadden.

14-15Maar alle mannen sliepen rustig door.

De machtige God heeft rijke koningen verslagen.

Die koningen waren machtig en sterk,

maar de Heer heeft hen overwonnen.

De Heer woont in zijn heilige tempel

16-17Bergen van Basan,

grote, hoge bergen,

waarom zijn jullie jaloers?

Waarom zijn jullie jaloers

op de berg die God heeft uitgekozen?

Op die berg zal hij voor altijd wonen.

18De Heer ging van de berg Sinai

naar zijn heilige tempel.

Hij had veel strijdwagens om zich heen,

duizenden, ja tienduizenden!

19De Heer, onze God, ging naar zijn heilige tempel.

Hij nam gevangenen met zich mee,

en geschenken van zijn vijanden.

Iedereen gaat naar de tempel van God

20Laat iedereen de Heer danken, elke dag.

Want hij helpt ons, hij redt ons.

21Onze God is een God die mensen bevrijdt.

God, de Heer, redt ons van de dood.

22-23De Heer zegt:

‘Ik zal jullie vijanden overal vandaan halen,

van de hoogste bergen,

en uit de diepste zeeën.

Ik sla hun hoofden kapot,

als straf voor hun misdaden.

24Hun bloed ligt in plassen op de grond.

Jullie zullen door dat bloed heen lopen,

en de honden zullen het oplikken.’

25-26Kijk, allemaal!

Een grote stoet gaat naar de tempel van God.

De zangers lopen voorop,

daarachter komen de muzikanten,

en overal dansen meisjes met trommels.

Allemaal zijn ze op weg

naar de tempel van God, de grote koning.

27-28Mensen van alle stammen lopen mee,

uit het hele land, van noord tot zuid.

Laat iedereen God danken in de tempel.

Iedereen uit het volk van Jakob

moet de Heer danken.

God, straf slechte mensen

29-30U liet ons uw macht zien, God,

vanuit uw tempel in Jeruzalem.

Laat ons opnieuw zien hoe machtig u bent!

Dan zullen koningen u geschenken brengen.

31Straf volken die alleen maar willen vechten,

en vernietig mensen die alleen maar rijk willen zijn.

Straf ze allemaal!

32Dan zullen de Egyptenaren u danken,

en de Nubiërs zullen u geschenken brengen.

Iedereen moet God eren

33Laat iedereen op aarde zingen voor God,

laat iedereen een lied zingen voor de Heer.

34Hij rijdt door de hoogste hemel

op een wagen van wolken.

Luister naar zijn machtige stem.

35Breng eer aan God, want hij is machtig.

Hij heerst over Israël,

zijn macht is oneindig groot.

36Breng eer aan God, de God van Israël,

eer hem in zijn tempel.

Hij maakt zijn volk machtig en sterk.

Dank de Heer!