Bijbel in Gewone Taal (BGT)

Psalm 63

631Een lied van David.

David maakte dit lied toen hij gevlucht was naar de woestijn van Juda.

Ik verlang naar God

2God, u bent mijn God!

Ik zoek u,

met heel mijn hart verlang ik naar u,

mijn hele lichaam verlangt naar u.

Om mij heen is het dor en droog,

nergens vind ik water.

3Ik verlang naar u,

want ik heb u gezien in uw tempel.

Daar zag ik hoe machtig u bent.

4Ik wil voor u zingen,

want uw liefde is meer waard dan mijn leven.

5Mijn leven lang wil ik u prijzen,

met mijn handen omhoog tot u bidden.

6Dat is genoeg voor mij,

dat is alles wat ik verlang.

Ik wil voor u juichen en zingen.

7’s Nachts lig ik wakker en dan denk ik aan u,

steeds weer noem ik uw naam.

8Want u hebt mij altijd geholpen.

Bij u ben ik veilig,

en ik juich van vreugde.

9Ik wil dicht bij u zijn,

want u houdt mij vast,

u beschermt mij.

10Mijn vijanden willen mij doden.

Jaag ze weg naar het land van de dood,

diep in de aarde.

11Laat ze sterven door geweld,

laat wilde dieren hen aan stukken scheuren!

12Dan zal de koning blij zijn, God,

en heel uw trouwe volk zal gelukkig zijn.

Maar leugenaars zullen voor altijd zwijgen.