Bijbel in Gewone Taal (BGT)
6

Psalm 6

61Een lied van David. Voor de zangleider. Bij dit lied wordt op een harp met acht snaren gespeeld.

Help mij, Heer

2Heer, straf mij niet,

ook al bent u boos.

Doe me geen pijn,

ook al bent u woedend.

3Red mij, Heer,

want ik heb geen kracht meer.

Help mij, Heer,

want ik ben doodsbang.

4Ik ben bang dat ik sterf.

Hoe lang moet dit duren?

Hoe lang nog, Heer?

5Kom bij mij terug, Heer,

en red mijn leven.

Help me en laat me niet alleen.

6Want als ik dood ben,

kan ik u niet meer prijzen.

In het land van de dood

kan ik niet voor u zingen.

7Ik ben moe van verdriet.

Mijn bed is nat van tranen,

elke nacht weer.

8Mijn ogen zijn rood van het huilen,

want overal zie ik vijanden.

9Ga weg, vijanden, ga weg!

Jullie doen alleen maar kwaad.

De Heer hoort mijn gebed

De Heer hoort hoe ik huil.

10De Heer hoort hoe ik om hulp roep,

hij luistert naar mijn gebed.

11Mijn vijanden worden doodsbang.

Ze vluchten weg, ze voelen zich vernederd.

Plotseling zijn ze verdwenen.