Bijbel in Gewone Taal (BGT)
57

Psalm 57

571Een gebed van David. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘Vernietig mij niet’.

David sprak dit gebed uit toen hij voor koning Saul gevlucht was en zich in een grot verstopt had.

Help mij, God

2Help mij, God, help mij,

want bij u ben ik veilig.

U zult mij beschermen

totdat het gevaar voorbij is.

3Ik roep naar u,

u bent de allerhoogste God.

U bent de God die mijn vijanden straft.

4Stuur mij toch hulp vanuit de hemel,

jaag mijn vijanden weg!

Help mij met uw liefde en uw trouw.

5Ik lig op de grond, ik kan niets meer.

Mijn vijanden staan om me heen.

Het lijken wel leeuwen

die mij aan stukken willen scheuren.

Ze jagen op mij,

ze willen me doden.

6God, laat zien hoe machtig u bent,

in de hemel en op aarde!

God heeft mij weer moed gegeven

7Mijn vijanden wilden mij doden,

ze hadden me bijna te pakken!

Ze hadden een kuil voor mij gegraven,

maar ze vielen er zelf in.

8Nu heb ik weer moed, God,

nu heb ik weer moed.

Ik wil muziek maken en zingen.

9Ik wil in het donker opstaan

en mijn harp laten klinken.

Ik wil de zon wakker maken met mijn lied!

10Heer, ik wil u danken,

overal op aarde wil ik voor u zingen.

11Heer, uw liefde is zo groot als de wereld,

uw trouw is zo hoog als de hemel.

12God, laat zien hoe machtig u bent,

in de hemel en op aarde!

58

Psalm 58

581Een stil gebed van David. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘Vernietig mij niet’.

Machtige leiders doen overal kwaad

2Machtige leiders,

zijn jullie eerlijke rechters?

Geven jullie een eerlijk oordeel over mensen?

3Nee, jullie bedenken verschrikkelijke plannen,

en overal op aarde doen jullie kwaad.

4Vanaf het eerste begin

leven jullie niet zoals God het wil.

Jullie liegen al vanaf je geboorte,

jullie deden al kwaad in de buik van je moeder.

5Jullie zijn slecht en oneerlijk,

en jullie luisteren niet.

6Nee, jullie willen niet luisteren,

naar niets en naar niemand.

Heer, straf de slechte leiders

7Heer, vernietig die gevaarlijke leiders,

vernietig ze helemaal.

8Laat ze verdwijnen,

zoals water dat wegstroomt,

zoals pijlen die hun doel nooit raken.

9Laat ze verdwijnen,

zoals slakken die oplossen in slijm,

zoals baby’s die dood geboren worden

en de zon nooit zullen zien.

10Laat ze verdwijnen,

zoals takken die wegwaaien in de wind.

Daar kun je geen vuur meer mee maken.

11Als de slechte leiders gestraft worden,

zijn goede mensen blij.

Want er moet een eind komen aan het kwaad.

12Dan zal iedereen zeggen:

‘Goede mensen worden beloond.

Er is een God die eerlijk rechtspreekt op aarde.’

59

Psalm 59

591Een gebed van David. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘Vernietig mij niet’.

David sprak dit gebed uit toen koning Saul bewakers naar Davids huis gestuurd had. Zij moesten David doden als hij naar buiten kwam.

Red mij, God

2God, bescherm mij tegen mijn vijanden,

red mij van mijn tegenstanders.

3Red mij van die misdadigers,

houd die moordenaars tegen!

4Mijn vijanden jagen op mij.

Ze vallen me aan, ze gebruiken geweld.

Maar ik ben onschuldig, Heer.

5Ze komen op mij af,

ze staan klaar om me te grijpen.

Maar ik heb niets verkeerds gedaan.

Heer, kom mij te hulp!

6U bent een machtige God,

u bent de God van Israël.

Kom mij te hulp en straf mijn vijanden,

straf de mensen die niet trouw zijn aan u,

straf die verraders.

7Elke avond komen mijn vijanden terug,

het lijkt wel een troep grommende honden.

Ze zwerven door de straten,

8ze zeggen vreselijke dingen.

Hun woorden zijn zo scherp als messen.

En ze denken dat u hen niet hoort.

9Maar u zult om hen lachen, Heer,

u lacht hen allemaal uit.

10Op u vertrouw ik, u geeft mij kracht.

U bent mijn God, u beschermt mij.

God, kom mij te hulp

11God, u bent toch trouw?

Kom mij dan te hulp,

laat zien hoe u mijn vijanden verslaat.

12Maar dood ze niet meteen,

want iedereen moet het zien.

Iedereen moet weten hoe u mijn vijanden straft.

Maak ze eerst bang

en laat ze dan pas sterven.

U bent machtig,

u beschermt uw volk, Heer.

13Mijn vijanden zeggen alleen maar slechte dingen,

en ze vinden zichzelf geweldig.

Ze bedriegen iedereen,

en ze wensen andere mensen kwaad toe.

Laat dat kwaad henzelf treffen!

14Laat zien dat u woedend bent.

Vernietig ze, vernietig ze voor altijd!

Dan zal iedereen op aarde weten dat u God bent,

dat u heerst over Israël.

15Elke avond komen mijn vijanden terug,

het lijkt wel een troep grommende honden.

Ze zwerven door de straten,

16op zoek naar eten.

En ze klagen als er niet genoeg is.

17Maar ik, ik zal zingen over uw macht.

Elke ochtend zal ik juichen over uw trouw.

Want u beschermt mij tegen gevaar,

bij u ben ik veilig.

18U geeft mij kracht.

Voor u zal ik zingen.

U bent de God die mij beschermt,

u blijft mij trouw.