Bijbel in Gewone Taal (BGT)
53

Psalm 53

531Een lied van David. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De fluit’.

God kijkt of er wijze mensen zijn

2Mensen zonder verstand denken:

Er is geen God.

Die mensen doen verschrikkelijke dingen,

ze zijn alleen maar slecht.

Er is niemand die goed doet.

3God ziet alle mensen op aarde.

Vanuit de hemel kijkt hij

of er nog één mens wijs is,

één mens die zich houdt aan zijn wet.

4Maar ze zijn allemaal slecht,

slecht, oneerlijk en gemeen.

Er is niet één mens goed, niet één.

5Ze weten niet wat ze doen.

Ze onderdrukken het volk van God

om er zelf beter van te worden.

En ze bidden niet tot hem.

God zal zijn volk helpen

6Maar nog even

en ze worden bang, heel bang.

Zo bang waren ze nog nooit.

God zal de vijanden van zijn volk doden,

dan liggen hun botten overal.

God wil hen niet meer,

en zijn volk lacht hen uit.

7Laat er uit Sion redding komen voor Israël!

Als God zijn volk helpt,

zal iedereen blij zijn.

Heel Israël zal juichen.

54

Psalm 54

541Een lied van David. Voor de zangleider. Bij dit lied wordt op een harp gespeeld.

2David maakte dit lied toen de inwoners van de stad Zif hem verraden hadden. Want ze hadden aan koning Saul verteld dat David zich bij hen verstopt had.

God zal mij helpen

3Red mij, God!

U bent machtig, help mij!

4God, hoor mijn gebed,

luister naar mijn woorden.

5Want vijanden vallen mij aan,

met geweld proberen ze mij te doden.

En aan u denken ze niet.

6God, u zult mij helpen.

Heer, u geeft mij kracht.

7Laat mij nu niet in de steek!

Straf mijn tegenstanders en vernietig ze.

8Dan zal ik u een offer brengen.

Dan zal ik u danken, Heer,

want u bent goed.

9U zult mij bevrijden uit alle gevaar,

u zult mijn vijanden verslaan.

55

Psalm 55

551Een lied van David. Voor de zangleider. Bij dit lied wordt op een harp gespeeld.

Mijn vijanden maken me bang

2God, luister naar mijn gebed,

verberg u niet als ik om hulp roep.

3Hoor mij en geef mij antwoord!

Ongelukkig loop ik rond,

ik ben wanhopig.

4Mijn vijanden maken me bang,

ze schreeuwen tegen mij.

Ze zijn slecht, ze brengen ellende.

Woedend vallen ze mij aan.

5Mijn hart bonst hevig,

ik ben doodsbang.

6Ik beef van angst,

mijn hele lichaam trilt.

7O, had ik maar vleugels,

net als een duif!

Dan zou ik wegvliegen,

op zoek naar rust.

8Ver weg zou ik vluchten,

’s nachts zou ik slapen in de woestijn.

9Ik zou vluchten naar een veilige plek,

waar wind en storm me niet kunnen raken.

Vernietig mijn vijanden, Heer

10Heer, breng mijn vijanden in verwarring,

laat ze voor altijd zwijgen.

Want nu is er ruzie en geweld in de stad,

11dag en nacht zie ik mijn vijanden vechten.

De stad is vol ellende en verdriet.

12Overal dreigt gevaar,

iedereen bedriegt elkaar.

13Niet alleen mijn vijanden lachen mij uit,

daar kan ik nog wel tegen!

Niet alleen mijn tegenstanders spotten met mij,

voor hen kan ik me verstoppen.

14Maar zelfs mijn vriend is een vijand geworden!

Hij was mijn beste vriend,

een mens zoals ikzelf.

Ik vertrouwde hem helemaal.

15Samen waren we vrolijk,

samen gingen we naar de tempel.

Daar vierden we feest met iedereen.

En toch is hij nu mijn vijand.

16Heer, laat al mijn vijanden sterven,

stuur ze levend naar het land van de dood!

Want ze zijn slecht,

ze brengen alleen maar ellende.

God zal mij redden

17-18En ik? Ik roep naar God,

hij zal mij redden.

De hele dag ben ik verdrietig,

maar de Heer hoort mij.

19Hij zal mij redden, hij zal mij rust geven,

hij zal mij beschermen tegen mijn vijanden,

ook al zijn het er nog zo veel.

20God zal mij horen.

Hij is voor altijd koning,

hij zal mijn vijanden straffen.

Want zij hebben geen eerbied voor God,

ze zijn slecht en ze blijven slecht.

21Ze verraden hun vrienden,

en ze doen niet wat ze beloven.

22Ze zeggen prachtige dingen,

maar hun hart is vol haat.

Hun woorden klinken mooi,

maar ze zijn zo scherp als een mes.

Vertrouw op de Heer

23Vertrouw op de Heer als het leven zwaar is.

Hij zal voor je zorgen.

Goede mensen laat hij nooit in de steek.

24God stuurt zijn vijanden naar het land van de dood.

Moordenaars en bedriegers zijn het!

Hij laat ze sterven als ze nog jong zijn.

Maar ik, ik mag op God vertrouwen.