Bijbel in Gewone Taal (BGT)

Psalm 53

531Een lied van David. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De fluit’.

God kijkt of er wijze mensen zijn

2Mensen zonder verstand denken:

Er is geen God.

Die mensen doen verschrikkelijke dingen,

ze zijn alleen maar slecht.

Er is niemand die goed doet.

3God ziet alle mensen op aarde.

Vanuit de hemel kijkt hij

of er nog één mens wijs is,

één mens die zich houdt aan zijn wet.

4Maar ze zijn allemaal slecht,

slecht, oneerlijk en gemeen.

Er is niet één mens goed, niet één.

5Ze weten niet wat ze doen.

Ze onderdrukken het volk van God

om er zelf beter van te worden.

En ze bidden niet tot hem.

God zal zijn volk helpen

6Maar nog even

en ze worden bang, heel bang.

Zo bang waren ze nog nooit.

God zal de vijanden van zijn volk doden,

dan liggen hun botten overal.

God wil hen niet meer,

en zijn volk lacht hen uit.

7Laat er uit Sion redding komen voor Israël!

Als God zijn volk helpt,

zal iedereen blij zijn.

Heel Israël zal juichen.