Bijbel in Gewone Taal (BGT)
52

Psalm 52

521Een lied van David. Voor de zangleider.

2David maakte dit lied toen Doëg uit Edom hem verraden had. Want Doëg had tegen Saul gezegd: ‘David heeft zich verstopt in het huis van Achimelech.’

God zal bedriegers straffen

3Waarom ben je trots op het kwaad dat je doet?

Waarom beledig je God steeds opnieuw?

Je denkt dat je sterk bent, maar dat ben je niet.

4Je maakt alleen maar slechte plannen,

je liegt altijd, en je bedriegt iedereen.

5Je houdt meer van het kwade dan van het goede.

Je vertelt liever leugens dan de waarheid.

6Je doet mensen graag pijn met je woorden,

je hebt er plezier in om hen te bedriegen.

7Maar God zal je vernietigen,

hij zal je grijpen en je weghalen uit je huis.

En met geweld haalt hij je weg uit het leven.

8Goede mensen zullen het zien,

en ze zullen eerbied hebben voor God.

Maar jou zullen ze uitlachen

en ze zullen zeggen:

9‘Daar heb je die man!

Hij vertrouwde niet op God.

Hij dacht dat zijn geld hem wel kon redden,

maar dat werd juist zijn dood.’

Ik dank God

10Maar ik ben dicht bij God,

in zijn huis ben ik gelukkig.

Want ik vertrouw op de liefde van God,

eeuwig en altijd.

11God, ik zal u altijd danken,

want u hebt veel voor mij gedaan.

Altijd zal ik over u vertellen

aan alle mensen die trouw zijn aan u.

Want u bent goed!

53

Psalm 53

531Een lied van David. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De fluit’.

God kijkt of er wijze mensen zijn

2Mensen zonder verstand denken:

Er is geen God.

Die mensen doen verschrikkelijke dingen,

ze zijn alleen maar slecht.

Er is niemand die goed doet.

3God ziet alle mensen op aarde.

Vanuit de hemel kijkt hij

of er nog één mens wijs is,

één mens die zich houdt aan zijn wet.

4Maar ze zijn allemaal slecht,

slecht, oneerlijk en gemeen.

Er is niet één mens goed, niet één.

5Ze weten niet wat ze doen.

Ze onderdrukken het volk van God

om er zelf beter van te worden.

En ze bidden niet tot hem.

God zal zijn volk helpen

6Maar nog even

en ze worden bang, heel bang.

Zo bang waren ze nog nooit.

God zal de vijanden van zijn volk doden,

dan liggen hun botten overal.

God wil hen niet meer,

en zijn volk lacht hen uit.

7Laat er uit Sion redding komen voor Israël!

Als God zijn volk helpt,

zal iedereen blij zijn.

Heel Israël zal juichen.

54

Psalm 54

541Een lied van David. Voor de zangleider. Bij dit lied wordt op een harp gespeeld.

2David maakte dit lied toen de inwoners van de stad Zif hem verraden hadden. Want ze hadden aan koning Saul verteld dat David zich bij hen verstopt had.

God zal mij helpen

3Red mij, God!

U bent machtig, help mij!

4God, hoor mijn gebed,

luister naar mijn woorden.

5Want vijanden vallen mij aan,

met geweld proberen ze mij te doden.

En aan u denken ze niet.

6God, u zult mij helpen.

Heer, u geeft mij kracht.

7Laat mij nu niet in de steek!

Straf mijn tegenstanders en vernietig ze.

8Dan zal ik u een offer brengen.

Dan zal ik u danken, Heer,

want u bent goed.

9U zult mij bevrijden uit alle gevaar,

u zult mijn vijanden verslaan.