Bijbel in Gewone Taal (BGT)
50

Psalm 50

501Een lied van Asaf.

God gaat rechtspreken

De Heer, de machtige God, gaat spreken.

Alle mensen roept hij bij elkaar,

alle mensen op de hele aarde.

2God komt uit Sion, die prachtige stad.

Een stralend licht schijnt om hem heen.

3Onze God komt, en hij zal niet zwijgen.

Een groot vuur gaat voor hem uit,

en rondom hem waait een hevige storm.

4God gaat rechtspreken over zijn volk.

Hemel en aarde moeten zijn oordeel horen.

5Alle mensen moeten komen,

iedereen die offers aan God brengt,

iedereen die trouw aan hem is.

6De hemel laat zien dat God rechtvaardig is,

hij is een eerlijke rechter.

God wil dankbaarheid

7God zegt: ‘Luister, mijn volk.

Israël, luister goed.

Ik, jullie eigen God, ga spreken.

Ik ga mijn oordeel geven.

8Jullie brengen veel offers aan mij,

precies zoals het hoort.

9Maar ik heb al die stieren uit je stal niet nodig,

en ook de bokken van je land hoef ik niet.

10Want alle dieren zijn van mij,

in de bossen, op de bergen, overal.

11Ik ken alle vogels in de lucht,

en de kleine dieren op het land zijn ook van mij.

12Als ik honger had,

zou ik jullie niet om eten vragen.

Want de aarde en alles wat er leeft, is van mij.

13Dus vlees van jullie stieren hoef ik niet,

en bloed van jullie bokken wil ik niet.

14Breng alleen maar offers om mij te danken.

Doe wat je aan mij belooft,

want ik ben de Allerhoogste.

15Bid tot mij in moeilijke tijden.

Dan zal ik jullie redden,

en jullie zullen mij eren.’

God is kwaad op slechte mensen

16Maar tegen slechte mensen zegt God:

‘Waarom doe je alsof je naar me luistert?

Waarom doe je alsof je trouw aan mij bent?

17Jullie willen mijn regels niet,

jullie luisteren niet naar mijn woorden.

18Jullie gaan graag met dieven om.

En iemand die de vrouw van een ander afpakt,

mag gewoon je vriend zijn.

19Uit jullie mond komen altijd leugens,

je liegt en bedriegt alleen maar.

20Jullie zeggen slechte dingen over je vrienden,

je spreekt zelfs kwaad over je eigen broer.

21Als jullie zulke slechte dingen doen,

kan ik niet zwijgen.

Want ik ben anders dan jullie!

Ik zal jullie aanklagen,

al jullie misdaden maak ik bekend.

22Luister dus goed,

jullie die mij niet trouw zijn.

Want anders scheur ik jullie aan stukken,

dan is er niemand die jullie redt.

23Maar mensen die mij dankoffers brengen,

die eren mij.

Ik zal hen redden,

en zij zullen dat zien.’

51

Psalm 51

511Een lied van David. Voor de zangleider.

2David maakte dit lied nadat de profeet Natan met hem gesproken had. Want David had met Batseba geslapen, terwijl zij getrouwd was met één van zijn soldaten.

God, heb medelijden met mij

3God, u bent goed,

heb medelijden met mij!

Uw liefde is groot.

Vergeef me mijn zonden,

4neem mijn schuld weg,

maak mij weer schoon.

5Ik weet wat ik verkeerd heb gedaan,

steeds denk ik aan mijn fouten.

6Ik ben schuldig, schuldig tegenover u.

Ik heb gedaan wat u verkeerd vindt.

God, neem mijn schuld weg

God, u bent een goede rechter,

u geeft een eerlijk oordeel over mij.

7Ik had al schuld toen ik geboren werd,

in de buik van mijn moeder was ik al schuldig.

8Maar u wilt dat ik u trouw ben,

en u helpt me daarbij.

U zult mij wijsheid geven,

diep in mijn hart.

9Neem mijn schuld weg,

dan kan ik weer bij u komen.

Maak mij weer schoon,

zo schoon als witte sneeuw.

10U hebt mij zwaar gestraft.

Maak me nu weer vrolijk en gelukkig,

laat me weer juichen!

11Let niet meer op mijn zonden,

vergeet wat ik verkeerd heb gedaan.

God, maak mij van binnen nieuw

12God, geef mij weer een onschuldig hart.

Maak mij van binnen nieuw,

zorg dat ik trouw blijf aan u.

13Stuur me niet weg,

blijf dicht bij mij met uw kracht.

14Red mij, en geef me weer vreugde,

geef me nieuwe moed.

15Dan zal ik aan slechte mensen uw wetten leren,

zodat zij naar u gaan luisteren.

16U bent mijn redder, God,

red mij van de dreigende dood!

Dan zal ik juichen over uw goedheid.

17Heer, geef me kracht om te spreken.

Dan zal ik overal over u vertellen.

18Heer, u wilt van mij geen offers op uw altaar.

Die offers geven u geen vreugde.

19U wilt dat ik verdriet en spijt heb,

dat is het offer dat u wilt.

God, wees goed voor Jeruzalem

20God, wees goed voor Jeruzalem,

bouw de muren van Sion weer op.

21Dan wilt u weer offers ontvangen,

offers die volgens de regels worden gebracht.

Dan worden er weer dieren geofferd in uw tempel,

dan worden er weer stieren verbrand op uw altaar.

52

Psalm 52

521Een lied van David. Voor de zangleider.

2David maakte dit lied toen Doëg uit Edom hem verraden had. Want Doëg had tegen Saul gezegd: ‘David heeft zich verstopt in het huis van Achimelech.’

God zal bedriegers straffen

3Waarom ben je trots op het kwaad dat je doet?

Waarom beledig je God steeds opnieuw?

Je denkt dat je sterk bent, maar dat ben je niet.

4Je maakt alleen maar slechte plannen,

je liegt altijd, en je bedriegt iedereen.

5Je houdt meer van het kwade dan van het goede.

Je vertelt liever leugens dan de waarheid.

6Je doet mensen graag pijn met je woorden,

je hebt er plezier in om hen te bedriegen.

7Maar God zal je vernietigen,

hij zal je grijpen en je weghalen uit je huis.

En met geweld haalt hij je weg uit het leven.

8Goede mensen zullen het zien,

en ze zullen eerbied hebben voor God.

Maar jou zullen ze uitlachen

en ze zullen zeggen:

9‘Daar heb je die man!

Hij vertrouwde niet op God.

Hij dacht dat zijn geld hem wel kon redden,

maar dat werd juist zijn dood.’

Ik dank God

10Maar ik ben dicht bij God,

in zijn huis ben ik gelukkig.

Want ik vertrouw op de liefde van God,

eeuwig en altijd.

11God, ik zal u altijd danken,

want u hebt veel voor mij gedaan.

Altijd zal ik over u vertellen

aan alle mensen die trouw zijn aan u.

Want u bent goed!