Bijbel in Gewone Taal (BGT)
5

Psalm 5

51Een lied van David. Voor de zangleider. Bij dit lied wordt op een fluit gespeeld.

Luister naar mij, Heer

2Luister naar mij, Heer!

Hoor hoe ik klaag.

3Hoor hoe ik om hulp roep,

mijn koning, mijn God.

Hoor mijn gebed.

4Elke ochtend hoort u mijn stem, Heer.

Elke ochtend bid ik tot u,

en dan wacht ik op antwoord.

5God, u kunt niet tegen onrecht,

u wilt geen kwaad.

6Mensen die niet leven zoals u dat wilt,

mogen niet in uw tempel komen.

U haat mensen die kwaad doen,

7u vernietigt mensen die liegen.

Bedriegers en moordenaars moeten verdwijnen.

8Maar ik mag bij u komen,

want u bent goed voor mij.

Ik wil u vereren

en voor u knielen in uw heilige tempel.

Help mij, en straf mijn vijanden

9Heer, help mij om te leven zoals u dat wilt.

Leid mij, en bescherm mij tegen mijn vijanden.

10Want zij spreken nooit de waarheid.

Ze willen alleen maar slechte dingen.

Ze spreken alleen maar kwaad

en ze vertellen alleen maar leugens.

11God, straf mijn vijanden,

laat al hun plannen mislukken.

Misdadigers zijn het, jaag ze weg!

Want ze verzetten zich tegen u.

12Maar geef vreugde aan mensen die hulp zoeken bij u.

Als u hen beschermt, zullen ze altijd juichen.

Iedereen die van u houdt, zal vrolijk zijn.

13Heer, u maakt goede mensen gelukkig.

U bent goed, u zult hen beschermen.