Bijbel in Gewone Taal (BGT)
45

Psalm 45

451Een prachtig liefdeslied van de Korachieten. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De lelies’.

Ik maak een lied voor de koning

2Speciaal voor de koning maak ik een lied.

Ik bedenk mooie woorden,

en uit mijn hart komen prachtige zinnen.

3Koning, niemand is zo mooi als u.

En alles wat u zegt, is goed.

God maakt u voor altijd gelukkig.

De koning is een goede heerser

4Sterke koning, pak uw zwaard,

het teken van uw grote macht.

5Laat zien hoe machtig u bent,

en begin met de strijd.

Vecht voor waarheid, eerlijkheid en recht.

U zult geweldige dingen doen.

6Want uw pijlen zijn scherp,

ze raken uw vijanden in hun hart.

Dood vallen ze voor u neer.

7U bent voor altijd koning.

U bent een goede en eerlijke heerser,

zo machtig als een god.

8U wilt eerlijkheid, u haat het kwaad.

Daarom heeft God u uitgekozen,

daarom bent u koning geworden.

Niemand is zo goed als u.

De koning krijgt zijn bruid

9Koning, uw kleren ruiken heerlijk,

ze ruiken naar zoete kruiden en geurige olie.

En in uw prachtige paleizen klinkt vrolijke muziek.

10Prinsessen met mooie sieraden zijn bij u,

en naast u staat uw bruid.

De allermooiste sieraden zijn van haar.

11Luister, bruid, luister goed!

Vergeet waar u vandaan komt,

vergeet uw familie.

12Als de koning naar u verlangt,

doe dan wat hij wil.

Voortaan moet u hem gehoorzaam zijn.

13Bruid uit Tyrus,

rijke mensen uit uw nieuwe land

eren u met geschenken.

14De stralende bruid wacht op de koning.

Ze draagt een jurk die met gouddraad versierd is.

15Zo wordt ze naar de koning gebracht,

samen met haar dienaressen.

Allemaal dragen ze prachtige kleren.

16Ze gaan het paleis van de koning binnen,

en iedereen is vrolijk en juicht.

Ik zal altijd zingen over de koning

17Koning, uw zonen zullen na u heersen,

ze zullen koning zijn van het hele land.

18Ik zal altijd over u zingen

en alle volken zullen u prijzen,

eeuwig en altijd!

46

Psalm 46

461Een lied van de Korachieten. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De jonge meisjes’.

God helpt altijd

2Bij God zijn wij veilig.

Hij helpt ons als we in nood zijn.

3We hoeven niet bang te zijn,

ook al beeft de aarde,

ook al vallen de bergen in zee.

4Laat de zeeën maar bulderen,

laat de bergen maar beven,

wij zijn niet bang.

5Er stroomt een rivier door de stad van God.

Daarom is er vreugde in de heilige tempel,

in het huis van de allerhoogste God.

6God zelf woont daar.

Hij helpt de stad, elke dag opnieuw.

Met zijn hulp blijft de stad stevig staan.

7Als God zijn stem laat horen,

worden alle volken doodsbang.

Koninkrijken verdwijnen,

en de hele aarde beeft.

8De machtige Heer helpt ons,

de God van Jakob beschermt ons.

De Heer maakt een eind aan de strijd

9Kom en zie wat de Heer heeft gedaan.

Wat hij doet, verbaast iedereen.

10Overal maakt hij een eind aan de strijd.

Alle wapens maakt hij kapot.

Hij breekt ze in stukken,

en gooit ze in het vuur.

11Stop met de strijd,

en weet dat de Heer God is.

Hij heerst over alle volken,

hij heerst overal op aarde.

12De machtige Heer helpt ons,

de God van Jakob beschermt ons.

47

Psalm 47

471Een lied van de Korachieten. Voor de zangleider.

De Heer is de Allerhoogste

2Volken, klap in je handen.

Zing en juich voor God!

3Want de Heer is de Allerhoogste,

iedereen moet hem eren.

Hij is een machtige koning,

hij heerst over de hele aarde.

4Hij liet ons overwinnen

in de strijd tegen andere volken.

5Hij gaf ons een eigen land,

een land waar we trots op zijn.

Zo veel houdt hij van ons.

God is koning van alle volken

6Als God op zijn troon gaat zitten,

juicht iedereen voor hem

en klinken er trompetten.

7Zing, zing voor God!

Zing, zing voor onze koning!

8God is koning van de hele aarde,

zing daarom een lied voor hem.

9God is koning van alle volken.

Hij zit op zijn heilige troon.

10De leiders van de volken komen bij elkaar

om de God van Abraham te dienen.

De leiders van de aarde horen bij God.

Hij is hun koning,

hij is machtig!