Bijbel in Gewone Taal (BGT)
3

Psalm 3

31Een lied van David.

David maakte dit lied toen hij moest vluchten voor zijn zoon Absalom.

De Heer beschermt mij altijd

2Heer, mijn vijanden vallen mij aan,

het zijn er ontelbaar veel.

3Ze zeggen tegen mij:

‘God zal je niet redden!’

4Maar u beschermt mij, Heer.

U geeft mij kracht,

u laat me overwinnen.

5Heer, als ik naar u roep,

dan antwoordt u mij vanaf uw heilige berg.

6Elke avond ga ik rustig slapen,

en elke ochtend word ik weer wakker,

want u beschermt mij, Heer.

7Ik ben niet bang voor mijn vijanden,

ook al zijn het er ontelbaar veel,

ook al vallen ze mij aan.

8Kom, Heer.

Help me, mijn God!

Sla mijn vijanden neer,

vernietig ze helemaal.

9Heer, alleen u bent mijn redder.

U geeft geluk en vrede

aan mensen die u trouw zijn.

4

Psalm 4

41Een lied van David. Voor de zangleider. Bij dit lied wordt op een harp gespeeld.

Luister naar mijn gebed

2Goede God,

als ik om hulp roep,

geef mij dan antwoord.

U beschermt mij altijd als ik het moeilijk heb.

Wees ook nu goed voor mij,

en luister naar mijn gebed!

God is goed voor trouwe mensen

3Rijke en machtige mensen,

hoe lang nog lachen jullie mij uit?

Hoe lang nog blijven jullie mij bedriegen

en liegen jullie over mij?

4Dit moeten jullie weten:

de Heer is goed voor trouwe mensen,

hij luistert als ze om hulp roepen.

5Rijke en machtige mensen,

heb eerbied voor de Heer.

Doe geen kwaad meer,

denk na over je fouten,

wees rustig en zwijg.

6Breng offers volgens zijn regels,

en vertrouw op hem.

Alleen de Heer geeft geluk en vrede

7Rijke en machtige mensen,

jullie zeggen:

‘Voor ons geluk hebben we God niet nodig.’

Maar ik weet:

Alleen de Heer geeft geluk en vrede!

8Door hem ben ik gelukkig,

gelukkiger dan die mensen met al hun rijkdom.

9Heer, u laat mij veilig wonen.

Ik hoef niet bang te zijn,

ik kan rustig slapen.

5

Psalm 5

51Een lied van David. Voor de zangleider. Bij dit lied wordt op een fluit gespeeld.

Luister naar mij, Heer

2Luister naar mij, Heer!

Hoor hoe ik klaag.

3Hoor hoe ik om hulp roep,

mijn koning, mijn God.

Hoor mijn gebed.

4Elke ochtend hoort u mijn stem, Heer.

Elke ochtend bid ik tot u,

en dan wacht ik op antwoord.

5God, u kunt niet tegen onrecht,

u wilt geen kwaad.

6Mensen die niet leven zoals u dat wilt,

mogen niet in uw tempel komen.

U haat mensen die kwaad doen,

7u vernietigt mensen die liegen.

Bedriegers en moordenaars moeten verdwijnen.

8Maar ik mag bij u komen,

want u bent goed voor mij.

Ik wil u vereren

en voor u knielen in uw heilige tempel.

Help mij, en straf mijn vijanden

9Heer, help mij om te leven zoals u dat wilt.

Leid mij, en bescherm mij tegen mijn vijanden.

10Want zij spreken nooit de waarheid.

Ze willen alleen maar slechte dingen.

Ze spreken alleen maar kwaad

en ze vertellen alleen maar leugens.

11God, straf mijn vijanden,

laat al hun plannen mislukken.

Misdadigers zijn het, jaag ze weg!

Want ze verzetten zich tegen u.

12Maar geef vreugde aan mensen die hulp zoeken bij u.

Als u hen beschermt, zullen ze altijd juichen.

Iedereen die van u houdt, zal vrolijk zijn.

13Heer, u maakt goede mensen gelukkig.

U bent goed, u zult hen beschermen.