Bijbel in Gewone Taal (BGT)
32

Psalm 32

321Een lied van David.

U hebt mijn fouten vergeven

U hebt mij vergeven, Heer,

u denkt niet meer aan mijn fouten.

Daarom ben ik gelukkig.

2Ik kan eerlijk tegen u zijn,

u kijkt niet meer naar mijn schuld.

Daarom ben ik gelukkig.

3Eerst zweeg ik over mijn fouten.

Ik werd ziek, ik huilde de hele dag.

4Dag en nacht voelde ik uw woede, Heer.

Ik verloor al mijn kracht,

ik kon niet meer verder.

5Toen vertelde ik u over mijn fouten,

ik zweeg niet langer over mijn schuld.

Ik zei eerlijk wat niet goed was,

en u hebt me alles vergeven.

Nu kan ik zingen

6Mensen die u trouw zijn,

moeten doen wat ik gedaan heb.

Ze moeten tot u bidden als het niet goed met hen gaat.

Dan zijn ze veilig in het grootste gevaar.

7Heer, u beschermt me, u bevrijdt me.

Daarom zing ik en juich ik.

8Want dit hebt u gezegd:

‘Ik zal je de weg wijzen die je moet gaan.

Ik zal je raad geven,

ik zal voor je zorgen.

9Wees niet eigenwijs,

laat je door mij leiden.

Dan zal geen kwaad je treffen.’

Vertrouw op de Heer

10Iedereen moet dit weten:

Slechte mensen moeten veel lijden.

Maar mensen die op de Heer vertrouwen,

vinden overal liefde en geluk.

11Iedereen die trouw is aan de Heer,

moet blij zijn en juichen.

Iedereen die eerlijk is,

moet zingen van vreugde.

Want de Heer is goed!

33

Psalm 33

De Heer heeft alle macht

331Juich, mensen die horen bij de Heer.

Zing allemaal voor hem!

2Juich voor de Heer en maak muziek,

speel op de harp en zing een lied.

3Zing een nieuw lied voor hem,

zing vrolijk en maak mooie muziek.

4Want wat de Heer zegt, is waar.

Alles wat hij doet, is goed.

5De Heer wil eerlijkheid en recht.

Overal op aarde zie je zijn goedheid.

6De Heer heeft de hemel gemaakt.

De sterren zijn er omdat hij heeft gesproken.

7Hij heeft het water van de zeeën verzameld,

hij bewaart het als een kostbare schat.

8Laat de hele wereld de Heer vereren.

Laat iedereen eerbied voor hem hebben.

9Want de Heer sprak, en alles was er.

Hij zei één woord, en alles bestond.

10De Heer laat plannen van mensen mislukken,

plannen van volken laat hij niet doorgaan.

11Maar de plannen van de Heer blijven bestaan.

Alles gebeurt zoals hij het bedenkt.

De Heer helpt mensen die hem vereren

12Gelukkig is het volk dat leeft met de Heer.

De Heer is hun God,

hij heeft hen uitgekozen.

13Vanuit de hemel kijkt de Heer omlaag,

hij ziet alle mensen op aarde.

14Vanuit de hemel waar hij woont,

kijkt hij naar de mensen op aarde.

15De Heer heeft de mensen gemaakt.

Hij weet precies wat ze doen.

16Een koning wint een oorlog niet met zijn leger.

Soldaten hebben niet genoeg aan hun kracht.

17Paarden kunnen een mens niet redden,

ook al zijn ze nog zo sterk.

18Maar de Heer helpt mensen die hem vereren,

en die vertrouwen op zijn liefde.

19Hij redt hen als de dood dichtbij is.

Als er hongersnood is, blijven zij leven.

Wij vertrouwen op de Heer

20Vol hoop wachten wij op de Heer.

Hij helpt ons, hij beschermt ons.

21Hij maakt ons gelukkig,

bij hem zijn wij veilig.

22Heer, laat ons uw liefde zien!

Op u vertrouwen wij.

34

Psalm 34

341Een lied van David.

David maakte dit lied toen hij bij koning Abimelech was. David deed daar alsof hij gek was. Toen stuurde Abimelech hem weg.

Laten we samen de Heer danken

2Altijd wil ik de Heer danken,

elke dag zing ik een lied voor hem.

3Ik zal juichen voor de Heer

vanuit het diepst van mijn hart.

Mensen die trouw zijn aan de Heer,

horen mijn lied, en ze zijn blij.

4Laten we vertellen hoe machtig hij is,

laten we hem samen prijzen.

5Ik riep de Heer, en hij gaf mij antwoord.

Ik was doodsbang, en hij heeft mij bevrijd.

6Mensen die hulp vragen aan de Heer,

zullen blij zijn en lachen.

Want hij zal hen helpen.

7Toen ik het moeilijk had,

riep ik naar de Heer.

Hij luisterde naar mij,

en hij heeft me gered.

De Heer geeft je wat je nodig hebt

8Mensen die gehoorzaam zijn aan de Heer,

worden door zijn engel beschermd.

Hij redt hen uit alle gevaar.

9Gelukkig zijn mensen die bescherming zoeken bij de Heer.

Zij zullen zien hoe goed hij is.

10Heb eerbied voor de Heer,

want jullie horen bij hem.

Dan krijg je alles wat je nodig hebt.

11Leeuwen kunnen doodgaan van de honger,

maar mensen die hulp vragen aan de Heer,

zullen altijd genoeg te eten hebben.

Probeer steeds het goede te doen

12Kom, vrienden, luister naar mij!

Ik wil je leren om eerbied te hebben voor de Heer.

13Houd je van het leven?

Wil je oud worden en gelukkig zijn?

14Vertel dan geen leugens over anderen.

Zeg geen dingen die niet waar zijn.

15Doe geen kwaad, maar wees goed.

Probeer in vrede met anderen te leven,

elke dag weer.

De Heer redt mensen uit gevaar

16De Heer helpt mensen die trouw zijn aan hem,

hij hoort hen als ze om hulp roepen.

17Maar slechte mensen vernietigt hij,

niemand zal nog aan hen denken.

18De Heer luistert

als mensen om hulp roepen.

Hij redt hen uit alle gevaar.

19De Heer is dicht bij mensen die geen hoop meer hebben,

hij helpt mensen die de moed verliezen.

De Heer zorgt voor zijn volk

20Goede mensen hebben het vaak moeilijk.

Maar de Heer redt hen steeds weer.

21Hij beschermt hen,

zodat hun geen enkel kwaad overkomt.

22Maar de vijanden van God zullen gestraft worden.

Zij zullen sterven door hun eigen kwaad,

omdat ze eerlijke mensen haten.

23Maar de Heer redt mensen die hem dienen.

Zij hoeven niet bang te zijn,

want de Heer beschermt hen.