Bijbel in Gewone Taal (BGT)
29

Psalm 29

291Een lied van David.

De stem van de Heer is machtig

Goden, juich voor de Heer!

Juich voor hem, want hij is sterk.

2Juich voor de Heer, want hij is machtig.

Buig voor hem, want hij is heilig.

3De stem van de Heer klinkt over het water,

over de grote, geweldige zeeën.

De machtige God laat de donder horen.

4Krachtig en machtig klinkt de stem van de Heer.

5De stem van de Heer breekt bomen in tweeën,

de hoge bomen op de bergen.

6De bergen schudden van schrik,

de Libanon en de Sirjon schudden en beven.

Het lijken wel springende stieren.

7De stem van de Heer laat de bliksem flitsen.

8De stem van de Heer laat woestijnen schudden,

de woestijn van Kades schudt en beeft.

9De stem van de Heer laat bomen beven,

hun bladeren worden weggeblazen.

Zo machtig is de Heer!

De hemel juicht voor hem.

10De Heer woont hoog in de hemel,

hij is koning voor altijd.

11De Heer zal zijn volk sterk maken,

hij zal zijn volk vrede geven.

30

Psalm 30

301Een lied van David.

Dit lied is gemaakt toen de tempel in gebruik genomen werd.

De Heer geeft mij het leven terug

2Heer, ik breng u eer.

U hebt mijn leven gered!

Daarom konden mijn vijanden niet juichen,

ze konden niet juichen over mijn dood.

3Heer, mijn God, ik riep u om hulp,

en u hebt mij genezen.

4Ik was al bijna dood,

het land van de dood zag ik al.

Maar u gaf mij het leven terug.

5Als je trouw bent aan de Heer,

moet je voor hem zingen en hem prijzen,

want hij is heilig!

6De woede van de Heer duurt kort,

maar zijn liefde duurt een leven lang!

Ook al val je ’s avonds huilend in slaap,

’s ochtends sta je juichend weer op.

Help mij, Heer

7Ik voelde me sterk en ik dacht:

Mij kan niets gebeuren.

8U was goed voor mij, Heer,

daarom overkwam mij geen kwaad.

Maar toen u zich voor mij verborgen hield,

ging ik bijna dood van angst.

9Ik roep u, Heer!

Ik smeek u: Wees goed voor mij.

10U hebt niets aan mij als ik dood ben,

als ik in mijn graf lig.

Dan kan ik u niet meer prijzen,

niet meer zingen over uw trouw.

11Heer, luister naar mij,

wees goed voor mij en help mij.

Ik zing voor de Heer

12U hebt mijn verdriet veranderd in vreugde.

Ik huil niet meer,

maar ik ben weer vrolijk.

13Heer, ik zal voor u zingen

met heel mijn hart.

God, ik zal niet zwijgen.

Ik zal u altijd prijzen!

31

Psalm 31

311Een lied van David. Voor de zangleider.

Heer, bescherm mij

2Heer, bij u zoek ik bescherming.

Laat mij niet alleen!

Wees goed voor mij en red mij.

3Luister naar mij,

kom snel en help mij!

Laat me veilig zijn bij u,

bescherm me en bevrijd me.

4U bent sterk en machtig,

u beschermt mensen tegen gevaar.

Ga met mij mee en leid mij.

5Mijn vijanden jagen op mij,

maar bij u ben ik veilig.

Red mij!

6Heer, u beslist over mijn leven.

U bent een trouwe God,

u zult me redden.

7Ik vertrouw alleen op u, Heer.

Ik wil niet omgaan met mensen die afgoden dienen.

8Ik zal blij zijn en juichen,

want u bent goed.

U ziet mijn ellende,

u weet hoe moeilijk ik het heb.

9U laat mijn vijanden niet overwinnen,

u zult mij bevrijden.

Help mij, Heer

10-11Help mij, Heer,

want het gaat slecht met mij.

Mijn ogen zijn rood van het huilen.

Doodmoe ben ik,

mijn hele lichaam doet pijn.

Mijn leven is vol zorgen,

elke dag heb ik verdriet.

Ik heb geen kracht meer,

en ik voel me ellendig.

12Mijn vijanden lachen me uit,

en mijn buren lachen het hardst.

Vrienden die me tegenkomen,

schrikken van mij, en ze lopen weg.

13Iedereen vergeet mij.

Het lijkt alsof ik al dood ben,

alsof niemand me nodig heeft.

14Ik hoor de mensen over me praten.

Overal is er gevaar,

iedereen is tegen mij.

Ze maken plannen om me te doden.

Ik vertrouw op de Heer

15Maar ik vertrouw op u, Heer.

U bent mijn God,

16u beslist over mijn leven.

Red mij van mijn vijanden,

red mij van de mannen die op me jagen.

17Wees bij mij en bescherm mij.

Laat mij uw liefde zien en red mij.

18Heer, ik roep naar u,

luister naar mij!

Laat het slecht aflopen met slechte mensen.

Laat ze sterven, laat ze voor altijd zwijgen.

19Laat ze zwijgen, want het zijn leugenaars.

Ze spreken kwaad over goede mensen,

ze hebben geen respect voor hen.

Maar zichzelf vinden ze geweldig.

20Mensen die u willen dienen,

mensen die bij u bescherming zoeken,

die maakt u gelukkig.

De hele wereld zal het zien!

21U zult dicht bij hen zijn

en hen beschermen tegen slechte mensen.

U laat hen veilig wonen in uw tempel,

ver weg van ruzies en leugens.

Ik dank de Heer

22Ik wil de Heer danken,

want hij is goed voor mij.

Hij heeft mij geholpen toen ik aangevallen werd.

23Ik was bang, en ik dacht:

De Heer is mij vergeten.

Maar hij heeft mijn gebed gehoord,

hij heeft gehoord hoe ik om hulp riep.

24Heb de Heer lief,

jullie die hem trouw zijn.

De Heer zal jullie beschermen!

Maar mensen die zichzelf geweldig vinden,

die straft hij streng.

25Jullie die vertrouwen op de Heer,

wees sterk en moedig!