Bijbel in Gewone Taal (BGT)
25

Psalm 25

251Een lied van David.

Ik verlang naar de Heer

Heer, ik verlang naar u.

2Op u vertrouw ik, God.

Laat me niet alleen!

Zorg dat mijn vijanden me niet verslaan,

laat ze niet om me lachen.

3U helpt mensen die op u vertrouwen,

maar u straft mensen die u niet trouw zijn.

4Heer, laat mij zien hoe ik moet leven,

wijs mij de goede weg.

5Leer me om trouw te zijn aan u,

zeg me wat ik moet doen.

Want u bent mijn God,

u bent mijn redder.

Ik hoop op uw hulp,

elke dag weer.

6U bent altijd goed geweest voor uw volk.

Wees dan nu ook goed voor mij.

7Toen ik jong was,

heb ik veel verkeerd gedaan.

Heer, vergeet het!

Denk daar niet meer aan.

U bent toch goed en trouw?

De Heer is goed

8De Heer is goed en eerlijk,

hij leert slechte mensen om goed te leven.

9Hij wijst ook de goede weg

aan mensen die op hem vertrouwen.

Hij zegt hun wat ze moeten doen.

10De Heer is altijd goed en trouw

voor mensen die hem gehoorzaam zijn.

11Ik weet hoe goed u bent, Heer.

Vergeef me mijn zonden,

hoe groot die ook zijn!

12De Heer wijst de goede weg

aan mensen die hem trouw zijn.

Hij zegt hun hoe ze moeten leven.

13Dan worden ze gelukkig,

en hun kinderen zullen in vrede leven.

14De Heer is dichtbij voor mensen die hem trouw zijn.

Hij geeft hun zijn wetten en regels.

Ik zoek hulp bij de Heer

15Heer, ik denk steeds aan u,

want u redt mij van mijn vijanden.

16Kom bij me en laat me uw liefde zien,

want ik ben ongelukkig en alleen.

17Ik word steeds banger,

bevrijd me uit de ellende!

18Zie hoe moeilijk ik het heb,

en vergeef me al mijn zonden.

19Zie hoeveel vijanden ik heb,

zie hoe ze mij haten en bedreigen.

20Bescherm mij en red mij!

Bij u zoek ik hulp,

laat me niet alleen.

21Ik wil altijd goed en eerlijk leven,

en ik vertrouw op u.

22God, bevrijd Israël,

bevrijd uw volk uit alle gevaar.

26

Psalm 26

261Een lied van David.

Ik ben onschuldig, Heer

Heer, geef een eerlijk oordeel over mij.

Ik heb geen kwaad gedaan,

ik leef zoals u het wilt.

Heer, ik vertrouw op u,

ik twijfel niet.

2Kijk goed naar mij, Heer,

kijk of ik de waarheid spreek.

Zie wat ik voel en denk.

3Steeds denk ik aan uw liefde,

altijd ben ik u trouw.

4Ik doe niet mee met bedriegers,

ik ga niet om met leugenaars.

5Met slechte mensen wil ik niet samen zijn,

ik wil niet bij hen horen.

6Ik ben onschuldig, Heer.

Daarom ga ik naar uw tempel.

7Daar dank ik u, daar zing ik voor u,

daar vertel ik over uw wonderen.

8Heer, ik houd van uw huis.

Daar kan ik u ontmoeten.

Straf mij niet, Heer

9-10U straft mensen die kwaad doen,

u straft moordenaars met de dood.

Het zijn misdadigers, die voor geld alles doen.

Maar straf mij niet, Heer,

want ik ben niet zoals zij.

11Ik ben onschuldig,

ik leef zoals u het wilt.

Wees goed voor mij en red mij.

12Dan blijf ik u trouw,

dan zal ik u danken en voor u zingen,

samen met uw volk.

27

Psalm 27

271Een lied van David.

De Heer helpt mij altijd

De Heer helpt mij altijd,

hij is als een licht in het donker.

Ik ben voor niemand bang.

Bij de Heer ben ik veilig,

daarom heb ik geen angst.

2Als vijanden mij aanvallen,

dan zullen ze struikelen.

Als ze mij willen doden,

dan vallen ze zelf dood neer.

3Ik ben niet bang,

ook niet als een heel leger mij aanvalt.

Ik blijf op de Heer vertrouwen,

ook als de strijd begint.

Ik wil elke dag bij de Heer zijn

4Ik vraag aan de Heer maar één ding,

meer heb ik niet nodig.

Ik wil bij hem wonen,

elke dag, heel mijn leven.

Ik wil bij hem zijn in de tempel.

Dan zal ik zien hoe goed hij is.

5Als er gevaar is,

verbergt hij mij in zijn tempel.

In zijn huis ben ik veilig.

6Ik zie vijanden om mij heen,

maar ik weet dat ik sterker ben dan zij.

Vol vreugde zal ik de Heer danken.

Ik zal vrolijk voor hem zingen,

en offers brengen in de tempel.

De Heer laat me niet alleen

7Heer, ik roep naar u!

Luister naar mijn gebed.

Wees goed voor mij

en geef mij antwoord.

8Ik weet dat ik u moet zoeken.

Dat doe ik, Heer,

want ik wil dicht bij u zijn.

9Verberg u niet voor mij.

Wees niet boos,

stuur mij niet weg.

U hebt mij altijd geholpen,

jaag me nu niet weg.

Laat me niet alleen, God,

u bent mijn redder.

10U blijft vol liefde voor mij zorgen,

ook als iedereen mij verlaat,

zelfs als mijn vader en moeder mij verlaten.

Vertrouw op de Heer

11Zeg mij wat ik moet doen, Heer!

Wijs mij een veilige weg,

want mijn tegenstanders zijn dichtbij.

12Houd ze bij mij vandaan.

Ze vertellen leugens over mij

en ze dreigen met geweld.

13De Heer is goed voor mij,

zolang ik leef.

Dat weet ik zeker.

14Iedereen moet op de Heer vertrouwen.

Wees daarom sterk en houd moed.

Vertrouw op de Heer!