Bijbel in Gewone Taal (BGT)
20

Psalm 20

201Een lied van David. Voor de zangleider.

De Heer laat de koning overwinnen

2Koning, wij bidden dat de Heer u helpt,

dat de God van Jakob u zal beschermen,

dat hij u helpt als u in nood bent.

3Wij bidden dat de Heer u helpt vanuit zijn tempel,

dat hij u helpt vanaf de berg Sion.

4Wij bidden dat de Heer naar u luistert

als u hem offers brengt.

5Laat hij u alles geven waar u om vraagt,

en laat hij zorgen dat al uw plannen slagen.

6Koning, we zullen juichen omdat u overwint.

We zullen feestvieren,

en onze God danken voor zijn hulp.

Laat de Heer u alles geven wat u vraagt.

7Dit weten we zeker:

De Heer laat u overwinnen.

Hij heeft u uitgekozen,

u bent zijn koning.

Hij helpt u vanuit zijn heilige hemel.

De Heer zelf laat u overwinnen.

Wij vertrouwen op de Heer

8Andere mensen vertrouwen op hun leger,

maar wij vertrouwen op de Heer, onze God.

9Andere mensen vallen en blijven liggen,

maar wij staan op, wij zijn sterk.

10Heer, laat de koning overwinnen.

Luister naar ons gebed!

21

Psalm 21

211Een lied van David. Voor de zangleider.

De Heer helpt de koning

2Heer, de koning juicht

omdat u machtig bent.

De koning is blij

omdat u hem laat overwinnen.

3U gaf hem alles wat hij wilde.

Alles wat hij vroeg, kreeg hij van u.

4U hebt hem geluk en vrede gegeven,

u zette een gouden kroon op zijn hoofd.

5Hij vroeg om een lang leven,

en u gaf hem dat,

u gaf hem een lang en goed leven.

6Iedereen eert de koning,

want u liet hem overwinnen.

U hebt hem veel macht gegeven.

7U maakt hem voor altijd gelukkig.

U bent bij hem, en dat geeft hem vreugde.

8De koning vertrouwt op u.

De koning blijft machtig

omdat u trouw bent, allerhoogste God.

De Heer vernietigt alle vijanden

9Heer, u zult alle vijanden verslaan.

U zult winnen van mensen die u haten.

10Als u komt, zullen zij vernietigd worden.

Dan blijft er niets van hen over.

U zult de vijanden vernietigen met vuur,

want u bent woedend.

Niets blijft er van hen over.

11Ook hun kinderen en kleinkinderen zult u doden,

niemand van hen zal in leven blijven.

12De vijanden maken slechte plannen

en ze verzetten zich tegen u.

Maar ze zullen niets bereiken.

13Want u zult hen wegjagen, Heer,

u schiet uw pijlen op hen af.

14Heer, laat zien hoe machtig u bent.

Dan zullen wij een lied over u zingen.

22

Psalm 22

221Een lied van David. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘Een hert in de ochtend’.

God, waarom laat u mij alleen?

2Mijn God, mijn God,

waarom hebt u mij alleen gelaten?

Hoe hard ik ook schreeuw,

u redt mij niet,

u blijft ver weg.

3Overdag roep ik: ‘Mijn God!’

maar u antwoordt niet.

’s Nachts roep ik: ‘Mijn God!’

maar ik krijg geen rust.

4God, u bent heilig!

Uw troon staat in de tempel,

daar zingt uw volk voor u.

5Onze voorouders hebben op u vertrouwd.

Ze vertrouwden op u, en u bevrijdde hen.

6Ze riepen u om hulp, en u redde hen.

Ze vertrouwden op u, en u hebt hen geholpen.

7Ik ben minder waard dan een mens,

ik ben niet meer waard dan een worm.

Iedereen beledigt mij,

niemand heeft respect voor mij.

8Mensen die mij zien, lachen me uit.

Ze schudden spottend hun hoofd.

9Ze zeggen: ‘Vertrouw op de Heer!

Bij hem ben je toch veilig?

Hij zal je wel redden,

hij is toch je vriend?’

10U haalde me uit de buik van mijn moeder,

u liet me drinken aan haar borst.

11Toen ik geboren werd,

vingen uw handen mij op.

Al voor mijn geboorte was u mijn God.

12Laat mij dan nu niet alleen!

Want ik ben in nood,

en er is niemand die mij helpt.

Overal zijn vijanden

13Mijn vijanden zijn overal om mij heen.

Het lijken wel wilde stieren.

14Het lijken wel brullende leeuwen,

die me willen grijpen en doden!

15Ik voel me als water dat wegstroomt.

Mijn lichaam valt uit elkaar,

mijn hart klopt haast niet meer.

16Mijn kracht is weg,

ik kan niet meer spreken.

U laat me bijna sterven.

17Mijn vijanden zijn overal om me heen,

dreigend als blaffende honden.

Mijn handen en voeten zijn vastgebonden.

18Ik kan mijn botten tellen,

zo mager ben ik.

Mijn vijanden zien het met plezier.

19Ze verdelen mijn kleren,

ze loten erom.

Red mij, Heer

20Heer, kom bij me en geef me kracht!

Wacht niet langer, help mij.

21-22Red mijn leven,

bescherm me tegen mijn vijanden.

Honden zijn het, leeuwen, wilde stieren!

Hoor mijn gebed en bevrijd mij.

23Dan zal ik u danken in de tempel.

Tegen iedereen zal ik zeggen:

24‘Heb eerbied voor de Heer en zing voor hem!

Volk van Jakob, geef hem eer!

Volk van Israël, buig voor hem!

25Want hij ziet de ellende van arme mensen,

mensen in nood laat hij niet alleen.

Hij hoort hun gebed om hulp.’

26Ik zal in de tempel een lied voor u zingen.

Ik zal daar een offer brengen,

zoals ik beloofd heb.

27Ik geef daar een maaltijd,

en arme mensen mogen mijn gasten zijn.

Ze kunnen eten zo veel als ze willen.

Laten ze tot u bidden en u eren!

Dan gaat het altijd goed met hen.

De Heer is koning

28De hele wereld moet de Heer vereren,

iedereen moet voor hem buigen,

29want hij is koning.

De Heer is koning van alle volken.

30Iedereen moet voor hem knielen:

mensen die het goed hebben,

en ook mensen die gaan sterven,

die het leven moeten verlaten.

31Ook hun nakomelingen zullen hem dienen

en over hem vertellen aan hun kinderen.

32Ze zullen altijd over zijn goedheid spreken,

want de Heer heeft wonderen gedaan.