Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

Psalm 1

Twee manieren van leven

11Gelukkig is iemand die niet luistert naar slechte mensen,

die nee zegt tegen hun verkeerde plannen.

Als slechte mensen spotten met God,

doet hij niet mee.

2Maar hij is blij met de wet van de Heer.

Daar is hij dag en nacht mee bezig.

3Het gaat altijd goed met hem.

Hij lijkt op een boom aan het water.

De boom geeft vruchten,

ieder jaar opnieuw,

en zijn bladeren blijven altijd groen.

4Met slechte mensen gaat het heel anders.

Zij zullen verdwijnen,

zoals stof dat wegwaait in de wind.

5Als God rechtspreekt,

blijft er niets van hen over.

Ze horen niet bij het volk van God.

6De Heer beschermt mensen die leven zoals hij het wil.

Maar met slechte mensen loopt het verkeerd af.

2

Psalm 2

De Heer heeft een koning uitgekozen

21-2Waarom komen alle volken in opstand?

Waarom verzetten hun koningen zich tegen de Heer

en tegen de koning die hij uitgekozen heeft?

Waarom maken die koningen samen slechte plannen?

Dat is allemaal zinloos!

3Ze roepen: ‘Wij willen niet langer luisteren

naar de Heer en zijn koning.

Wij willen vrij zijn!’

4Maar de Heer in de hemel lacht om hen,

hij lacht de volken uit.

5Dan wordt hij woedend, en zij worden bang.

Hij zegt tegen hen:

6‘Ik heb mijn koning uitgekozen.

Hij woont op de Sion, mijn heilige berg.’

De koning is de zoon van God

7Dit heeft de Heer tegen de koning gezegd:

‘Vanaf vandaag ben jij mijn zoon,

vanaf vandaag ben ik jouw vader.

En iedereen moet dat weten.

8Alles wat je aan mij vraagt,

zal ik je geven.

Jij zult alle volken overwinnen,

alle landen zullen van jou zijn.

9Je zult je vijanden vernietigen,

niets blijft er van ze over!’

10Koningen van alle volken,

wees dus verstandig.

Leiders van alle landen,

wees dus gehoorzaam.

11Dien de Heer, heb eerbied voor hem.

Juich voor hem en breng hem eer.

12En eer ook de koning, zijn zoon.

Anders wordt de Heer woedend.

Dan loopt het slecht met jullie af!

Gelukkig zijn mensen die hulp zoeken bij de Heer.

3

Psalm 3

31Een lied van David.

David maakte dit lied toen hij moest vluchten voor zijn zoon Absalom.

De Heer beschermt mij altijd

2Heer, mijn vijanden vallen mij aan,

het zijn er ontelbaar veel.

3Ze zeggen tegen mij:

‘God zal je niet redden!’

4Maar u beschermt mij, Heer.

U geeft mij kracht,

u laat me overwinnen.

5Heer, als ik naar u roep,

dan antwoordt u mij vanaf uw heilige berg.

6Elke avond ga ik rustig slapen,

en elke ochtend word ik weer wakker,

want u beschermt mij, Heer.

7Ik ben niet bang voor mijn vijanden,

ook al zijn het er ontelbaar veel,

ook al vallen ze mij aan.

8Kom, Heer.

Help me, mijn God!

Sla mijn vijanden neer,

vernietig ze helemaal.

9Heer, alleen u bent mijn redder.

U geeft geluk en vrede

aan mensen die u trouw zijn.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]