Bijbel in Gewone Taal (BGT)
15

Psalm 15

151Een lied van David.

Goede mensen mogen bij de Heer komen

Heer, wie mag er altijd in uw huis komen?

Wie mag er bij u wonen op uw heilige berg?

2Mensen die eerlijk leven,

mensen die doen wat goed is

en zeggen wat waar is.

3Ze spreken geen kwaad over anderen.

Ze behandelen iedereen goed,

en ze beledigen niemand.

4Ze gaan niet om met slechte mensen,

maar ze houden van mensen die trouw zijn aan de Heer.

Ze doen wat ze beloofd hebben,

zelfs als dat in hun eigen nadeel is.

5Als ze iemand geld lenen,

vragen ze geen rente.

En ze nemen geen geld aan

om te liegen over iemand die onschuldig is.

Met mensen die zo leven,

zal het altijd goed gaan.

16

Psalm 16

161Een stil gebed van David.

Alleen bij de Heer ben ik gelukkig

Bescherm mij, God,

bij u ben ik veilig.

2Ik zeg tegen u:

U bent mijn Heer,

ik vind mijn geluk alleen bij u.

3-4Vroeger vereerde ik andere goden.

Maar ik zal niet meer offeren in hun tempels,

ik zal niet meer tot hen bidden.

Want mensen die andere goden dienen,

krijgen veel ellende en verdriet.

5Heer, u geeft me alles wat ik nodig heb.

Mijn leven is in uw handen.

6Alles wat ik van u ontvang, is goed.

Ik ben gelukkig met wat u mij geeft.

De Heer leert mij hoe ik moet leven

7Heer, ik dank u, want u geeft mij raad.

Steeds denk ik aan uw lessen,

zelfs in de nacht.

8Steeds denk ik aan u, Heer.

U bent altijd bij me,

er kan met mij niets ergs gebeuren.

9Daarom ben ik blij.

Ik juich en zing, want bij u ben ik veilig.

10U verlaat mij niet, ik zal niet sterven.

U houdt mij weg van de dood,

omdat ik trouw ben aan u.

11U leert mij hoe ik moet leven.

Ik ben blij, omdat u bij me bent.

Dat maakt me gelukkig,

voor altijd.

17

Psalm 17

171Een gebed van David.

Luister naar mijn gebed, Heer

Luister naar mijn gebed, Heer.

Hoor hoe ik om hulp roep!

Luister, want ik vraag om recht.

Ik ben eerlijk tegen u.

2Zie dat ik onschuldig ben,

geef een eerlijk oordeel over mij.

3Als u ’s nachts in mijn hart kijkt,

dan vindt u daar geen kwaad.

Mijn gedachten zijn goed,

net als mijn woorden.

4Ik leef niet zoals andere mensen,

maar ik doe altijd wat u wilt.

Ik ben geen dief, ik ben geen moordenaar.

5Altijd heb ik naar u geluisterd,

nooit heb ik getwijfeld.

Bescherm mij als uw liefste kind

6God, ik roep naar u om hulp,

want ik weet dat u mij antwoord geeft.

Luister naar mij, hoor wat ik zeg.

7U doet wonderen en u bent trouw.

Laat dat aan mij zien!

U redt mensen die hulp zoeken bij u,

u redt ze van hun tegenstanders.

Zo machtig bent u.

8Bescherm mij als uw liefste kind.

Blijf dicht bij mij, zodat ik veilig ben.

9Bescherm me tegen mijn vijanden.

Ze vallen me aan, ze willen me doden!

10Mijn vijanden hebben geen medelijden,

en ze vinden zichzelf geweldig.

11Ze komen op me af,

ze zijn overal om me heen,

en ze hopen dat ik val.

12Het zijn net leeuwen die op jacht zijn,

ze staan klaar om mij te grijpen.

Bevrijd mij van mijn vijanden

13-14Kom, Heer, val mijn vijanden aan!

Heer, versla mijn vijanden en bevrijd mij.

Bevrijd me van die slechte mensen,

die alleen maar leven voor kort geluk.

Ze denken alleen aan zichzelf.

Straf hen zo streng als u kunt,

straf ook hun kinderen en kleinkinderen.

Geef hun alle straffen die u hebt.

15Ik ben onschuldig.

Maak mij gelukkig en kom bij me,

elke ochtend weer.