Bijbel in Gewone Taal (BGT)
14

Psalm 14

141Een lied van David. Voor de zangleider.

God kijkt of er wijze mensen zijn

Mensen zonder verstand denken:

Er is geen God.

Die mensen doen verschrikkelijke dingen,

ze zijn alleen maar slecht.

Er is niemand die goed doet.

2De Heer ziet alle mensen op aarde.

Vanuit de hemel kijkt hij

of er nog één mens wijs is,

één mens die zich houdt aan zijn wet.

3Maar ze zijn allemaal slecht,

slecht, oneerlijk en gemeen.

Er is niet één mens goed, niet één.

4Ze weten niet wat ze doen.

Ze onderdrukken het volk van de Heer

om er zelf beter van te worden.

En ze bidden niet tot hem.

God zal goede mensen helpen

5-6Maar nog even,

en ze worden bang, heel bang.

Nu nog lachen ze goede mensen uit.

Maar God zal goede mensen helpen,

bij de Heer zijn ze veilig.

7Laat er uit Sion redding komen voor Israël!

Als de Heer zijn volk helpt,

zal iedereen blij zijn.

Heel Israël zal juichen.

15

Psalm 15

151Een lied van David.

Goede mensen mogen bij de Heer komen

Heer, wie mag er altijd in uw huis komen?

Wie mag er bij u wonen op uw heilige berg?

2Mensen die eerlijk leven,

mensen die doen wat goed is

en zeggen wat waar is.

3Ze spreken geen kwaad over anderen.

Ze behandelen iedereen goed,

en ze beledigen niemand.

4Ze gaan niet om met slechte mensen,

maar ze houden van mensen die trouw zijn aan de Heer.

Ze doen wat ze beloofd hebben,

zelfs als dat in hun eigen nadeel is.

5Als ze iemand geld lenen,

vragen ze geen rente.

En ze nemen geen geld aan

om te liegen over iemand die onschuldig is.

Met mensen die zo leven,

zal het altijd goed gaan.

16

Psalm 16

161Een stil gebed van David.

Alleen bij de Heer ben ik gelukkig

Bescherm mij, God,

bij u ben ik veilig.

2Ik zeg tegen u:

U bent mijn Heer,

ik vind mijn geluk alleen bij u.

3-4Vroeger vereerde ik andere goden.

Maar ik zal niet meer offeren in hun tempels,

ik zal niet meer tot hen bidden.

Want mensen die andere goden dienen,

krijgen veel ellende en verdriet.

5Heer, u geeft me alles wat ik nodig heb.

Mijn leven is in uw handen.

6Alles wat ik van u ontvang, is goed.

Ik ben gelukkig met wat u mij geeft.

De Heer leert mij hoe ik moet leven

7Heer, ik dank u, want u geeft mij raad.

Steeds denk ik aan uw lessen,

zelfs in de nacht.

8Steeds denk ik aan u, Heer.

U bent altijd bij me,

er kan met mij niets ergs gebeuren.

9Daarom ben ik blij.

Ik juich en zing, want bij u ben ik veilig.

10U verlaat mij niet, ik zal niet sterven.

U houdt mij weg van de dood,

omdat ik trouw ben aan u.

11U leert mij hoe ik moet leven.

Ik ben blij, omdat u bij me bent.

Dat maakt me gelukkig,

voor altijd.