Bijbel in Gewone Taal (BGT)
135

Psalm 135

De Heer is machtig

1351Halleluja!

Zing voor de Heer!

Dienaren van de Heer,

zing voor hem.

2Jullie die in zijn tempel zijn,

die werken in het huis van onze God,

zing voor de Heer!

3Zing voor de Heer,

want hij is goed.

Maak muziek voor hem,

want hij maakt ons gelukkig.

4De Heer heeft Israël uitgekozen,

het volk van Jakob hoort bij hem.

5Ik weet hoe machtig de Heer is,

machtiger dan alle andere goden.

6De Heer doet alles wat hij wil,

in de hemel, op de aarde

en in de diepe zeeën.

7Hij haalt wolken van het einde van de aarde,

van hem komt de regen en de bliksem,

uit zijn hemel stuurt hij de wind.

De Heer heeft Israël altijd geholpen

8-9De Heer deed grote daden in Egypte.

Hij doodde daar de oudste zonen van de mensen,

en het eerste jong van elk dier.

De Heer liet wonderen zien

aan de farao en al zijn dienaren.

10De Heer overwon veel volken,

hij doodde hun machtige koningen.

11Hij doodde Sichon, de koning van de Amorieten

en Og, de koning van Basan.

Hij doodde alle koningen van Kanaän.

12Hun land gaf hij aan Israël,

zijn volk mocht daar voor altijd wonen.

13De Heer blijft altijd machtig,

iedereen zal over hem blijven spreken.

14Hij beschermt zijn volk,

hij is goed voor zijn dienaren.

Afgoden kunnen niets

15De goden van andere volken kunnen niets.

Het zijn beelden van zilver en goud,

die door mensen gemaakt zijn.

16Ze hebben een mond,

maar ze kunnen niet praten.

Ze hebben ogen,

maar ze kunnen niet zien.

17Ze hebben oren,

maar ze kunnen niet horen.

Ze hebben een mond,

maar ze ademen niet.

18Mensen die zulke beelden maken,

mensen die op zulke beelden vertrouwen,

worden net zoals die beelden:

ze kunnen niets meer.

Laat iedereen de Heer danken

19Israëlieten, dank de Heer.

Priesters, dank de Heer.

20Levieten, dank de Heer.

Dienaren van de Heer, dank hem!

21Inwoners van Sion, dank de Heer,

de Heer die woont in Jeruzalem.

Halleluja!

136

Psalm 136

De Heer is goed

1361Dank de Heer, want hij is goed.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

2Dank de allerhoogste God.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

3Dank de allerhoogste Heer.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

De Heer heeft de wereld gemaakt

4Hij alleen doet grote wonderen.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

5Hij heeft met wijsheid de hemel gemaakt.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

6Hij heeft de aarde vastgezet in zee.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

7Hij maakte de zon en de maan.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

8De zon schijnt overdag.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

9De maan en de sterren schijnen ’s nachts.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

De Heer heeft wonderen gedaan

10Hij doodde de oudste zonen van de Egyptenaren.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

11Hij bevrijdde de Israëlieten uit Egypte.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

12Hij deed dat met grote kracht en macht.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

13Hij maakte een pad door de Rietzee.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

14Zo kon het volk veilig door de zee gaan.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

15Maar de farao en zijn leger verdronken.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

16De Heer leidde zijn volk door de woestijn.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

17Hij versloeg grote koningen.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

18Hij doodde machtige koningen.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

19Hij doodde Sichon, de koning van de Amorieten.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

20Hij doodde Og, de koning van Basan.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

21-22De Heer gaf het land van al die koningen aan Israël.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

Zijn trouwe volk mocht daar voor altijd wonen.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

23Hij dacht aan ons in moeilijke tijden.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

24Hij bevrijdde ons van onze vijanden.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

Dank de Heer

25Hij geeft mensen en dieren te eten.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

26Dank de God van de hemel.

– Zijn liefde blijft altijd bestaan!

137

Psalm 137

Jeruzalem, ik vergeet je nooit

1371We woonden bij de rivieren van Babel

en we huilden,

want we dachten aan Jeruzalem.

2We maakten geen muziek meer,

we hingen onze harpen aan een boom.

3Maar van onze vijanden moesten we vrolijk zijn.

Ze zeiden: ‘Zing voor ons over Jeruzalem,

zing een vrolijk lied.’

4Maar dat konden we niet,

zingen over de Heer in het land van de vijand.

5Jeruzalem, nooit zal ik jou vergeten.

Liever maak ik nooit meer muziek,

6liever zwijg ik voor altijd

dan dat ik jou vergeet.

Jij bent het liefste wat ik heb.

De vijanden worden gestraft

7Heer, straf de vijanden uit Edom.

Want toen Jeruzalem werd verwoest,

riepen ze: ‘Weg met die stad, breek alles maar af!’

8Babel, ook jij zult verwoest worden.

Gelukkig zijn de mensen die jou straffen,

die met jou doen wat jij met ons hebt gedaan.

9Gelukkig zijn de mensen die jouw inwoners grijpen

en ze allemaal vernietigen.