Bijbel in Gewone Taal (BGT)
114

Psalm 114

God doet bijzondere dingen

1141Het volk van Israël ging weg uit Egypte,

uit dat land met een vreemde taal.

2Toen werd Israël het volk van God,

het volk waarover hij heerste.

3De zee zag het en vluchtte weg,

en de Jordaan stroomde niet meer.

4Bergen en heuvels sprongen op,

het leken wel jonge lammetjes.

5Zee, waarom ben je gevlucht?

Jordaan, waarom stroomde je niet meer?

6Bergen en heuvels, wat is er gebeurd?

Waarom sprongen jullie op als lammetjes?

7Wij vluchtten voor de Heer,

wij sprongen op voor de God van Israël.

De hele aarde moet voor hem beven!

8Want hij maakt van stenen een stromende bron,

van rotsen maakt hij een rivier.

115

Psalm 115

De Heer is goed

1151Alle eer is voor u, Heer.

Niet voor ons, maar voor u alleen,

want u bent trouw en goed.

2Mensen lachen ons uit,

en ze vragen: ‘Waar is jullie God?’

3Wij weten dat u in de hemel bent.

U kunt alles doen wat u wilt.

Andere goden kunnen niets

4Maar andere goden kunnen niets.

Het zijn beelden van zilver en goud,

die door mensen gemaakt zijn.

5Ze hebben een mond,

maar ze kunnen niet praten.

Ze hebben ogen,

maar ze kunnen niet zien.

6Ze hebben oren,

maar ze kunnen niet horen.

Ze hebben een neus,

maar ze kunnen niet ruiken.

7Hun handen kunnen niet voelen,

hun voeten kunnen niet bewegen,

en uit hun keel komt geen geluid.

8Mensen die zulke beelden maken,

mensen die op zulke goden vertrouwen,

worden net als die beelden:

ze kunnen niets meer.

Iedereen moet op de Heer vertrouwen

9Israëlieten, vertrouw op de Heer.

Hij helpt jullie, hij beschermt jullie.

10Priesters, vertrouw op de Heer.

Hij helpt jullie, hij beschermt jullie.

11Dienaren van de Heer, vertrouw op hem!

Hij helpt jullie, hij beschermt jullie.

De Heer geeft iedereen geluk en vrede

12De Heer denkt aan ons,

hij geeft ons geluk en vrede.

Hij geeft geluk en vrede

aan alle Israëlieten en aan de priesters.

13Hij geeft geluk en vrede aan al zijn dienaren,

van klein tot groot.

14Hij zal ons allemaal veel kinderen geven,

veel kinderen en kleinkinderen.

15De Heer zal ons geluk en vrede geven.

Hij heeft de hemel en de aarde gemaakt.

16De hemel is van de Heer,

maar de aarde heeft hij aan de mensen gegeven.

17De doden kunnen de Heer niet prijzen,

want zij zijn in het stille land van de dood.

18Maar wij, wij zullen de Heer danken,

nu en altijd.

Halleluja!

116

Psalm 116

De Heer luistert naar mij

1161Ik heb de Heer lief,

want hij luistert naar mij.

Als ik om hulp roep,

2geeft hij mij antwoord.

Ik blijf tot hem bidden,

mijn leven lang.

3Ik was al bijna dood,

het land van de dood zag ik al.

Ik was bang, ik had pijn.

4Toen riep ik naar de Heer:

‘Heer, red mijn leven!’

5De Heer is goed voor mensen in nood.

Hij is een God die mensen liefheeft,

6hij beschermt iedereen die zwak is.

Toen ik machteloos was,

heeft de Heer me bevrijd.

De Heer heeft mij gered

7Ik vind weer rust,

want de Heer heeft mij geholpen.

8Hij heeft mijn tranen gedroogd,

hij zorgde ervoor dat ik niet viel.

Ja, hij heeft me gered van de dood.

9Ik mag leven, dicht bij de Heer.

10Ik bleef op de Heer vertrouwen,

ook toen ik diep ongelukkig was,

11ook toen ik heel bang was en dacht:

Iedereen bedriegt mij.

Ik zal de Heer danken

12De Heer is goed voor mij geweest.

Hoe kan ik hem daarvoor danken?

13Ik zal de Heer dankoffers brengen,

ik zal hem eren.

14Ik zal alles doen wat ik beloofd heb,

en heel Gods volk zal dat zien.

15De Heer beschermt mensen die bij hem horen,

hun leven is kostbaar voor hem.

16Ik hoor bij de Heer,

ik ben zijn dienaar.

Hij heeft me bevrijd.

17Ik zal de Heer offers brengen,

ik zal hem danken,

ik zal hem eren.

18Ik zal alles doen wat ik beloofd heb,

en heel Gods volk zal dat zien,

19iedereen in de tempel van de Heer,

midden in Jeruzalem.

Halleluja!

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]