Bijbel in Gewone Taal (BGT)
100

Psalm 100

1001Een lied om God te danken.

Juich voor de Heer

Laat iedereen juichen voor de Heer!

2Eer de Heer met vreugde.

Kom bij hem met een vrolijk lied.

3Zeg: ‘Ja, de Heer is God.

Hij heeft ons gemaakt.

Wij zijn van hem,

wij zijn zijn volk.

Hij zorgt voor ons,

zoals een herder voor zijn schapen zorgt.’

4Kom naar zijn tempel om hem te danken.

Kom in zijn huis en zing voor hem.

Dank hem en prijs hem.

5De Heer is goed.

Zijn liefde duurt eeuwig,

hij blijft altijd trouw.

101

Psalm 101

1011Een lied van David.

Ik wil een goede koning zijn

Ik wil een lied voor u zingen, Heer,

een lied over uw liefde en uw trouw.

2Ik wil leven zoals u dat wilt.

Wilt u me daarbij helpen?

Ik wil een goede koning zijn,

ook in mijn eigen paleis.

3Slechte dingen laat ik niet gebeuren.

Ik kan niet tegen onrecht,

ik haat het,

ik doe er niet aan mee.

4Oneerlijke mensen wil ik niet kennen,

slechte mensen verdraag ik niet.

Ik zoek mensen die u trouw zijn, Heer

5Iemand die kwaadspreekt over een ander,

die laat ik voor altijd zwijgen.

Iemand die zichzelf heel belangrijk vindt,

die kan mijn vriend niet zijn.

6Ik zoek mensen die u trouw zijn, Heer.

Zij mogen bij mij wonen.

Iedereen die leeft zoals u het wilt,

mag mijn dienaar zijn.

7Maar bedriegers komen mijn paleis niet in,

leugenaars wil ik niet zien.

8Elke dag straf ik slechte mensen,

omdat ze kwaad doen in het land.

Zij mogen niet leven in uw stad, Heer.

102

Psalm 102

1021Een gebed van iemand die bijna sterft van ellende. Hij vertelt aan de Heer hoe ongelukkig hij is.

Heer, ik roep om hulp

2Heer, hoor mijn gebed,

hoor hoe ik om hulp roep.

3Verberg u niet voor mij.

Ik ben in nood,

luister naar mij!

Ik roep naar u,

geef mij toch antwoord.

4Elke dag word ik zwakker,

mijn lichaam is heet van de koorts.

5Ik heb nergens kracht meer voor,

eten wil ik niet meer.

6Ik ben mager van verdriet,

je kunt bijna mijn botten zien.

7Ik ben alleen,

als een vogel in de woestijn,

als een uil in een verlaten huis.

8Ik lig wakker,

ik ben alleen,

als een eenzame vogel op het dak.

9Mijn vijanden lachen me uit.

Ze schelden en spotten, elke dag weer.

10Ik eet zand in plaats van brood.

Ik drink mijn eigen tranen,

zo veel verdriet heb ik.

11Want u bent woedend op mij!

Het is alsof ik afval ben,

alsof u mij hebt weggegooid.

12Mijn dagen gaan zomaar voorbij,

al mijn kracht is weg.

U bent koning, Heer

13Maar u bent voor eeuwig koning, Heer,

uw naam zal nooit vergeten worden.

14Laat ons zien dat u nog steeds van Sion houdt!

Het is nu tijd om uw stad te redden,

het is tijd voor vergeving.

15Want wij zijn uw volk,

wij houden van deze stad,

ook al is er veel verwoest,

ook al zien we alleen maar stenen en stof.

16-18Heer, uw volk zal om vergeving vragen,

en u zult luisteren naar hun gebed.

U zult Sion weer opbouwen

en laten zien hoe machtig u bent.

Dan zullen alle volken u vereren,

alle koningen op aarde zullen voor u buigen.

19-21Uw volk zit gevangen in verre landen,

ze zijn bang voor de dood.

Maar u zult omlaag kijken vanuit de hoge hemel

en zorgen voor uw mensen op aarde.

U zult hun gebed horen en hen bevrijden,

u zult uw volk een nieuw leven geven.

Dat moet worden opgeschreven voor hun kinderen,

dan kunnen ook zij over u zingen!

22-23Dan zullen alle volken naar Sion komen,

daar zullen ze u vereren.

Ze zullen vertellen over uw daden, Heer,

ze zullen zingen over uw macht.

God, u leeft voor altijd

24God, ik ben nog jong,

maar u hebt mijn kracht al weggenomen.

25God, zelf leeft u voor altijd.

Laat mij niet nu al sterven,

haal mij niet nu al weg uit het leven.

26Lang geleden hebt u de aarde vastgezet,

en u hebt ook de hemel gemaakt.

27De hemel en de aarde zullen verdwijnen,

maar u blijft altijd bestaan.

De hemel en de aarde zullen vergaan,

zoals oude kleren verslijten.

Niets blijft er van ze over.

28Maar u blijft altijd wie u bent,

u leeft voor altijd.

29Onze kinderen zullen in vrede leven,

en ook voor hun kinderen zult u zorgen.