Bijbel in Gewone Taal (BGT)
30

De woorden van Agur

Agur weet niets van God

301Hier volgen de woorden van Agur, de zoon van Jake. Dit heeft hij gezegd:

‘Ik ben moe, mijn God,

ik ben doodmoe, ik kan niet meer.

2Ik heb geen verstand,

niemand is zo dom als ik.

3Wijsheid heb ik nooit geleerd,

ik weet niets van u, heilige God.

4Er is nog nooit een mens naar de hemel geklommen,

of weer uit de hemel naar beneden gekomen.

Er is geen mens die de wind met zijn handen kan vangen,

of de zee kan vasthouden in zijn jas.

En geen mens kan de grenzen van de aarde bepalen.

Als er toch iemand is die dat kan,

dan wil ik hem leren kennen,

dan wil ik alles van hem weten!

5God, u beschermt iedereen die u om hulp vraagt.

Alles wat u zegt, is waar.

6Niemand mag uw woorden veranderen.

Anders straft u hem, omdat hij liegt.

Twee vragen aan God

7God, ik vraag u twee dingen,

geef ze mij voordat ik sterf:

8Help me om altijd eerlijk te zijn,

en geef me precies wat ik nodig heb.

Ik wil niet arm zijn, maar ook niet rijk.

9Want als ik rijk was, zou ik misschien zeggen:

‘Ik ken de Heer niet, ik heb hem niet nodig.’

En als ik arm was, dan zou ik gaan stelen,

en door te stelen, zou ik u beledigen.’

Nog meer spreuken

Spreuken over kwaadspreken

10Zeg nooit slechte dingen over een slaaf tegen zijn meester,

want dan wordt die slaaf woedend, en zal hij jou vervloeken.

11Er zijn mensen die slechte dingen zeggen over hun vader,

en nooit iets goeds over hun moeder vertellen.

12Er zijn mensen die denken dat ze goed leven,

maar toch heel slecht zijn.

13Er zijn mensen die zichzelf geweldig vinden,

en geen respect hebben voor anderen.

14Er zijn mensen die alleen maar kwaadspreken,

hun tong lijkt wel een scherp zwaard.

Ze maken arme mensen kapot,

zwakke mensen vernietigen ze.

Spreuken over hebberigheid

15Een hebberig mens kent maar twee woorden:

‘meer’ en ‘meer’.

Er zijn dingen die nooit ophouden:

16Het land van de dood raakt nooit vol,

een onvruchtbare vrouw verlangt altijd naar kinderen,

een droge akker heeft nooit genoeg water,

en een vuur wil altijd blijven branden.

Een spreuk over ongehoorzaamheid

17Kinderen die hun vader belachelijk maken

of ongehoorzaam zijn aan hun moeder,

zullen gestraft worden.

Raven zullen hun ogen uitpikken,

en gieren zullen die opeten.

Een spreuk over wonderlijke dingen

18Sommige dingen zijn heel wonderlijk,

ik kan ze niet begrijpen:

19hoe een adelaar hoog aan de hemel vliegt,

hoe een slang over de rotsen glijdt,

hoe een schip zijn weg vindt op zee,

en hoe een man verliefd wordt op een vrouw.

Een spreuk over een ontrouwe vrouw

20Zo herken je een vrouw die vreemdgaat:

Ze gaat naar bed met een man, en wast zich daarna.

En dan zegt ze: ‘Ik heb niets verkeerds gedaan.’

Ze vindt vreemdgaan net zo gewoon als eten.

Een spreuk over de omgekeerde wereld

21Er zijn een paar dingen die niemand verdraagt,

omdat ze de omgekeerde wereld zijn:

22een slaaf die koning wordt,

een dwaas die genoeg te eten heeft,

23een slechte vrouw die trouwt met een goede man,

en een slavin die belangrijker wordt dan haar meesteres.

Spreuken over slimme en trotse dieren

24Vier dieren op aarde zijn heel klein, maar ook heel slim:

25Het eerste dier is de mier.

Mieren lijken zwak,

maar in de zomer verzamelen ze al eten voor de winter.

26Het tweede dier is de klipdas.

Klipdassen zijn niet sterk,

maar toch wonen ze tussen de rotsen.

27Het derde dier is de sprinkhaan.

Sprinkhanen hebben geen koning,

maar toch kunnen ze aanvallen alsof ze een leger zijn.

28Het vierde dier is de hagedis.

Hagedissen kun je met je handen vangen,

maar ze komen zelfs binnen in prachtige paleizen.

29Er zijn een paar dieren die heel trots lopen:

30De leeuw, de koning van de dieren,

die voor niets en niemand bang is.

31En de trotse haan, en de bok.

Ze lijken op een koning die trots voor zijn leger uit loopt.

Een spreuk over opscheppen

32Het is dom om op te scheppen over jezelf.

Doe het niet, houd je in!

Want je weet hoe het afloopt als je te lang met iets doorgaat:

33Als je melk lang schudt, wordt het boter.

Als je iemand op zijn neus slaat, gaat die bloeden.

En als je iemand slaat die boos is, komt er ruzie.

31

Lessen voor een koning

311Hier volgen de lessen die koning Lemuel van zijn moeder gekregen heeft.

Laat je niet verleiden door vrouwen

2Lemuel, jij bent mijn zoon, mijn eigen kind.

Ik heb jou van God gekregen.

Luister goed naar wat ik zeg.

3Geef niet te veel aandacht aan mooie vrouwen,

want zij hebben al aan veel koningen ellende gebracht!

Drink niet te veel

4Lemuel, je moet ook niet te veel drinken,

je moet niet steeds verlangen naar bier en wijn.

5Want een koning die te veel drinkt, vergeet de wetten,

hij vergeet om te zorgen voor zwakke mensen.

6De koning moet bier en wijn geven aan mensen die ongelukkig zijn,

aan mensen die een verschrikkelijk leven hebben.

7Want als zij drinken, kunnen ze hun verdriet vergeten,

dan kunnen ze vergeten hoe moeilijk hun leven is.

Help zwakke mensen

8Lemuel, jij moet zwakke mensen verdedigen,

je moet mensen die machteloos zijn, beschermen.

9Blijf niet zwijgen, geef een rechtvaardig oordeel,

help arme mensen, help mensen die het moeilijk hebben.

Een lied over een sterke vrouw

Een sterke vrouw is veel waard

10Een sterke vrouw is veel waard,

ze is meer waard dan de mooiste edelstenen.

11Haar man vertrouwt op haar,

en daarom gaat het goed met hem.

12Ze geeft hem geluk en vreugde,

haar hele leven lang.

Een sterke vrouw is altijd bezig

13Een sterke vrouw zoekt wol en mooie stoffen uit,

ze maakt er prachtige kleren van.

14Overal vandaan neemt ze voedsel mee naar huis,

net zoals een schip spullen uit verre landen naar de haven brengt.

15Ze staat op als het nog donker is.

Dan zorgt ze dat iedereen in huis te eten krijgt,

en geeft ze opdrachten aan haar slavinnen.

16Als ze een mooi stuk land ziet,

koopt ze dat van haar eigen geld,

en dan legt ze daar een wijngaard aan.

17Een sterke vrouw werkt altijd hard,

nooit neemt ze rust.

18Ze koopt en verkoopt spullen op het juiste moment,

dag en nacht werkt ze door.

19Ze maakt haar eigen stoffen en kleren,

daar is ze altijd mee bezig.

20Ze helpt mensen die niets hebben,

ze zorgt goed voor de armen.

21Niemand in haar huis is bang voor sneeuw,

want ze heeft warme kleren voor iedereen.

22Ze maakt prachtige dekens,

ze draagt mooie en dure kleren.

23-24Ze maakt stoffen en riemen,

en verkoopt die aan handelaars.

Haar man is overal bekend,

hij hoort bij de leiders van de stad.

25Een sterke vrouw ziet er mooi en krachtig uit,

ze is blij met elke nieuwe dag.

26Ze spreekt altijd wijze woorden,

op een vriendelijke manier geeft ze mensen raad.

27Ze zorgt goed voor de mensen in haar huis,

ze zit nooit stil.

28Haar kinderen zijn trots op haar,

haar man vindt haar geweldig.

29Hij zegt: ‘Er zijn veel goede vrouwen,

maar jij bent de allerbeste!’

Je moet een sterke vrouw waarderen

30Je hebt niets aan een vrouw die alleen maar lief en mooi is,

want haar schoonheid zal verdwijnen.

Maar een vrouw met eerbied voor de Heer moet je waarderen.

31Beloon haar voor haar harde werken,

geef haar de eer die ze verdient.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]