Bijbel in Gewone Taal (BGT)
31

Lessen voor een koning

311Hier volgen de lessen die koning Lemuel van zijn moeder gekregen heeft.

Laat je niet verleiden door vrouwen

2Lemuel, jij bent mijn zoon, mijn eigen kind.

Ik heb jou van God gekregen.

Luister goed naar wat ik zeg.

3Geef niet te veel aandacht aan mooie vrouwen,

want zij hebben al aan veel koningen ellende gebracht!

Drink niet te veel

4Lemuel, je moet ook niet te veel drinken,

je moet niet steeds verlangen naar bier en wijn.

5Want een koning die te veel drinkt, vergeet de wetten,

hij vergeet om te zorgen voor zwakke mensen.

6De koning moet bier en wijn geven aan mensen die ongelukkig zijn,

aan mensen die een verschrikkelijk leven hebben.

7Want als zij drinken, kunnen ze hun verdriet vergeten,

dan kunnen ze vergeten hoe moeilijk hun leven is.

Help zwakke mensen

8Lemuel, jij moet zwakke mensen verdedigen,

je moet mensen die machteloos zijn, beschermen.

9Blijf niet zwijgen, geef een rechtvaardig oordeel,

help arme mensen, help mensen die het moeilijk hebben.

Een lied over een sterke vrouw

Een sterke vrouw is veel waard

10Een sterke vrouw is veel waard,

ze is meer waard dan de mooiste edelstenen.

11Haar man vertrouwt op haar,

en daarom gaat het goed met hem.

12Ze geeft hem geluk en vreugde,

haar hele leven lang.

Een sterke vrouw is altijd bezig

13Een sterke vrouw zoekt wol en mooie stoffen uit,

ze maakt er prachtige kleren van.

14Overal vandaan neemt ze voedsel mee naar huis,

net zoals een schip spullen uit verre landen naar de haven brengt.

15Ze staat op als het nog donker is.

Dan zorgt ze dat iedereen in huis te eten krijgt,

en geeft ze opdrachten aan haar slavinnen.

16Als ze een mooi stuk land ziet,

koopt ze dat van haar eigen geld,

en dan legt ze daar een wijngaard aan.

17Een sterke vrouw werkt altijd hard,

nooit neemt ze rust.

18Ze koopt en verkoopt spullen op het juiste moment,

dag en nacht werkt ze door.

19Ze maakt haar eigen stoffen en kleren,

daar is ze altijd mee bezig.

20Ze helpt mensen die niets hebben,

ze zorgt goed voor de armen.

21Niemand in haar huis is bang voor sneeuw,

want ze heeft warme kleren voor iedereen.

22Ze maakt prachtige dekens,

ze draagt mooie en dure kleren.

23-24Ze maakt stoffen en riemen,

en verkoopt die aan handelaars.

Haar man is overal bekend,

hij hoort bij de leiders van de stad.

25Een sterke vrouw ziet er mooi en krachtig uit,

ze is blij met elke nieuwe dag.

26Ze spreekt altijd wijze woorden,

op een vriendelijke manier geeft ze mensen raad.

27Ze zorgt goed voor de mensen in haar huis,

ze zit nooit stil.

28Haar kinderen zijn trots op haar,

haar man vindt haar geweldig.

29Hij zegt: ‘Er zijn veel goede vrouwen,

maar jij bent de allerbeste!’

Je moet een sterke vrouw waarderen

30Je hebt niets aan een vrouw die alleen maar lief en mooi is,

want haar schoonheid zal verdwijnen.

Maar een vrouw met eerbied voor de Heer moet je waarderen.

31Beloon haar voor haar harde werken,

geef haar de eer die ze verdient.