Bijbel in Gewone Taal (BGT)
3

God redt mensen die geloven

Paulus hield zich aan de Joodse wet

31Vrienden, jullie moeten blij zijn, omdat jullie bij de Heer horen. Ik vind het niet erg om dat opnieuw aan jullie te schrijven. En voor jullie is het extra duidelijk als ik het nog eens schrijf.

2Kijk uit voor de mensen die zeggen dat alle christenen besneden moeten worden. Kijk uit voor die slechte mensen en de slechte dingen die ze doen. Die mensen zijn niet te vertrouwen! 3Wij christenen zijn allang besneden. Want je bent pas echt besneden als je de heilige Geest krijgt. Alleen dan kun je God dienen.

Wij zijn trots op Jezus Christus, niet op onszelf. 4Ook al heb ik genoeg redenen om mezelf een goed mens te noemen. Ik bedoel: als anderen dat over zichzelf kunnen zeggen, dan kan ik dat zeker! 5Ik kom uit het volk van Israël, en ik hoor bij de stam Benjamin. Ik kom uit een echte Hebreeuwse familie. Ik ben besneden toen ik acht dagen oud was. Ik hield me aan de wet, en volgde de uitleg van de farizeeën. 6Ik heb mijn best gedaan om de christenen te vervolgen. Ik deed precies wat je volgens de Joodse wet moet doen om een goed mens te zijn.

Paulus wil bij Christus horen

7-8Vroeger dacht ik dat ik een goed mens was. Maar nu weet ik dat het verkeerd is om zo te denken. Sterker nog: er is geen enkele reden om op mezelf te vertrouwen. Want het gaat om Christus, mijn Heer. Het enige wat ik wil, is bij Christus horen.

Het gaat om Christus. Daarom heb ik al het andere opgegeven. Alles wat ik vroeger zo belangrijk vond, vind ik nu totaal waardeloos. 9Ik kan van mezelf geen goed mens maken door me aan de Joodse wet te houden. Nee, God ziet mij als een goed mens omdat ik geloof. Doordat ik geloof in Christus, mag ik bij Christus horen, en zal ik gered worden.

10-11Ik wil Christus van dichtbij kennen. Ik wil sterven, net als hij, en zo één met hem worden in het lijden. Ik hoop dat ik dan ook de kracht zal voelen waarmee God Christus uit de dood liet opstaan. Ja, ik hoop dat God ook mij uit de dood zal laten opstaan.

Denk alleen aan de toekomst

12Christus heeft mij uitgekozen om hem van dichtbij te leren kennen. Ik doe mijn uiterste best om dat doel te bereiken. Maar ik ben nog niet zover. 13Nee, vrienden, ik denk echt niet dat ik mijn doel al bereikt heb. Maar één ding is zeker: over vroeger maak ik me niet druk, ik denk alleen aan de toekomst! 14God wil mij naar de hemel halen omdat ik Jezus Christus dien. Ik doe mijn uiterste best om die beloning te krijgen.

15En dat zou het doel moeten zijn van iedere volmaakte christen. Misschien denken jullie daar anders over, maar dan zal God jullie dat nog wel duidelijk maken. 16Bedenk in ieder geval: we hebben al veel bereikt, maar nu moeten we ook doorgaan!

Volg het voorbeeld van Paulus

17Vrienden, jullie moeten allemaal mijn voorbeeld volgen. En kijk ook goed naar de mensen die al leven zoals ik. 18Ik heb het jullie al vaak gezegd, en nu zeg ik het zelfs met tranen in mijn ogen: Christenen die niet willen lijden, zijn vijanden van Christus. 19Voor hen komen eten en drinken op de eerste plaats. Ze zijn trots op dingen waarvoor ze zich zouden moeten schamen. Ze kiezen voor het aardse leven. Maar uiteindelijk zullen ze gestraft worden.

20Wij kiezen niet voor het aardse, maar voor het hemelse leven. Want wij verwachten uit de hemel onze redder, de Heer Jezus Christus. 21Hij heeft de macht gekregen over alles en iedereen. Hij zal onze zwakke lichamen veranderen, hij maakt ze zo schitterend als zijn eigen hemelse lichaam.

4

Strijd voor hetzelfde doel

41Beste vrienden, ik houd van jullie en ik verlang ernaar om jullie te zien. Houd vast aan jullie geloof in de Heer. Dan zorgen jullie ervoor dat ik blij en trots kan zijn als de Heer terugkomt.

2Ik heb een boodschap speciaal voor Euodia en Syntyche: jullie moeten samen strijden voor hetzelfde doel, want jullie horen bij dezelfde Heer. 3En aan jou, mijn trouwe vriend, vraag ik om hen te helpen. Want Euodia en Syntyche hebben samen met mij veel moeite gedaan om het goede nieuws bekend te maken. Net zoals Clemens en mijn andere helpers. God heeft hun namen opgeschreven in het boek van het leven.

Wees blij

4Jullie moeten blij zijn, omdat jullie bij de Heer horen. Ik zeg het nog eens: Wees altijd blij. 5Laat iedereen merken dat jullie vriendelijk zijn. En bedenk goed: de Heer is dicht bij ons. 6Maak je geen zorgen, maar vraag God alles wat je nodig hebt. Bid tot God, wat er ook gebeurt. En dank hem altijd.

7Dan zal God zijn vrede aan jullie geven. Dat is een vrede die geen mens ooit gekend heeft. Die vrede zal jullie gevoel en jullie gedachten beschermen tegen al het kwaad. Want jullie horen bij Jezus Christus.

Vergeet mijn lessen niet

8Vrienden, tot slot wil ik zeggen waar jullie je mee bezig moeten houden. Houd je bezig met alles wat waar is, alles wat respect verdient, alles wat goed is en zuiver, alles wat het waard is om van te houden en alles wat eer verdient. Dat betekent in het kort: doe wat goed is en waarvoor je respect krijgt.

9Houd je aan alles wat ik jullie geleerd heb. Doe alles wat ik jullie verteld heb en wat ik aan jullie heb laten zien. Dan zal God zijn vrede aan jullie geven.

Paulus is dankbaar

Paulus is altijd tevreden

10Ik ben erg blij dat wij bij elkaar horen door ons geloof in de Heer. Want jullie hulp aan mij laat zien dat jullie aan me denken. Ik wist natuurlijk allang dat jullie aan me denken. Maar nu hebben jullie eindelijk de kans gekregen om dat ook te bewijzen.

11Ik wil niet klagen dat ik het zo moeilijk heb. Want ik heb geleerd om in alle situaties tevreden te zijn. 12Ik weet hoe het is om arm te zijn, en ik weet hoe het is om rijk te zijn. Ik heb alle situaties meegemaakt: Soms had ik veel te eten, en soms had ik honger. Soms was ik rijk, en soms had ik helemaal niets. 13Ik kan alles verdragen, omdat de Heer mij kracht geeft.

14Toch was het heel goed van jullie om mij te helpen in mijn moeilijke situatie.

De hemelse beloning

15Vrienden in Filippi, jullie weten hoe het gegaan is. Nadat ik bij jullie het goede nieuws verteld had, vertrok ik uit Macedonië. Geen enkele kerk was bereid om te zorgen voor mij en mijn werk, behalve jullie. 16Zelfs toen ik nog maar net op reis was, in Tessalonica, stuurden jullie mij al twee keer het geld dat ik nodig had.

17Dat jullie mij steunen, vind ik niet het belangrijkste. Het belangrijkste is, dat jullie hemelse beloning groter en groter wordt. 18Alles waar ik recht op had, heb ik nu wel van jullie gekregen. En meer dan dat! Ik heb nu meer dan genoeg, door alles wat jullie aan Epafroditus meegegeven hebben. Alles wat jullie mij geven, is een geschenk waar God blij mee is. Het is voor hem als de heerlijke geur van offers. 19Mijn God zal jullie alles geven wat jullie nodig hebben. Hij zal zijn hemelse rijkdom met jullie delen, dankzij Jezus Christus.

20Alle eer aan onze God en Vader, voor altijd en eeuwig! Amen.

Slot van de brief

21Breng mijn groeten over aan iedereen die bij Jezus Christus hoort. Jullie krijgen de groeten van alle gelovigen die bij mij zijn. 22Jullie krijgen de groeten van alle christenen, vooral van de christenen die voor de keizer werken.

23Ik wens jullie toe dat de Heer Jezus Christus goed voor jullie is.