Bijbel in Gewone Taal (BGT)
4

De taak van de nakomelingen van Kehat

41De Heer zei tegen Mozes en Aäron: 2‘Jullie moeten de Levieten tellen. Begin met de nakomelingen van Kehat. Tel per familie alle mannen 3die tussen de dertig en de vijftig jaar oud zijn. Zij moeten werk doen bij de heilige tent. 4Het is hun taak om te zorgen voor de allerheiligste ruimte van de tent.

Als de heilige tent wordt vervoerd

5Als het volk verder gaat reizen, moeten Aäron en zijn zonen het gordijn losmaken dat voor de heilige kist hangt. Ze moeten het over de heilige kist leggen. 6Dan moeten ze er een kleed van zwart leer overheen leggen, en een paars kleed. Daarna moeten ze de stokken vastmaken om de kist te dragen.

7Ook over de tafel met het offerbrood moeten ze een paars kleed leggen. Op dat kleed zetten ze de schotels, schalen, kannen en kommen, en ook het offerbrood. 8Daar komt een rood kleed overheen, en een kleed van zwart leer. Daarna moeten ze de stokken vastmaken om de tafel te dragen.

9Aäron en zijn zonen moeten ook een paars kleed leggen over de kandelaar, de olielampen, de tangen om het licht te doven, de bakjes voor de tangen en alle oliekannen. 10Daarna moeten ze alles op een plank zetten die met een kleed van zwart leer bedekt is. Op die plank kan alles gedragen worden.

11Over het gouden altaar komt een paars kleed, en een kleed van zwart leer. Daarna worden de stokken vastgemaakt om het altaar te dragen.

12Alle voorwerpen die in de heilige tent gebruikt worden, moeten op een paars kleed gelegd worden, met daaroverheen een kleed van zwart leer. Daarna wordt alles op een plank gelegd om het te dragen.

13Ten slotte moeten Aäron en zijn zonen het grote altaar schoonmaken, en er een rood kleed overheen leggen. 14Op dat kleed leggen ze alle voorwerpen die bij het altaar horen: pannen, vorken, scheppen en schalen. Daar leggen ze een kleed van zwart leer overheen, en dan maken ze de stokken vast om het altaar te dragen.

Wat de nakomelingen van Kehat doen

15Als het volk verder gaat reizen, moeten Aäron en zijn zonen dus eerst alle heilige voorwerpen inpakken. Daarna moeten de nakomelingen van Kehat die dragen. Ze mogen de heilige voorwerpen niet aanraken, want dan zullen ze sterven. Hun taak is dus het dragen van de heilige tent en alles wat erbij hoort.

16Eleazar, de zoon van Aäron, moet zorgen voor de olie van de kandelaar, voor de wierook, voor het graanoffer en voor alle heilige olie. Hij is verantwoordelijk voor de heilige tent, voor alles in de tent en voor alle heilige voorwerpen.

17-19Let erop dat de nakomelingen van Kehat niet te dicht bij de allerheiligste ruimte van de tent komen. Want dan zullen ze sterven. Aäron en zijn zonen moeten de tent in gaan. En zij moeten de nakomelingen van Kehat vertellen wat ze moeten doen en wat ze moeten dragen. 20De nakomelingen van Kehat mogen zelf niet in de heilige tent komen. Want als ze ook maar iets van de heilige voorwerpen zien, zullen ze sterven.’

Wat de nakomelingen van Gerson doen

21Daarna zei de Heer tegen Mozes: 22‘Tel alle nakomelingen van Gerson, per familie. 23Tel alle mannen die tussen de dertig en de vijftig jaar oud zijn. Zij moeten werk doen bij de heilige tent.

24De nakomelingen van Gerson moeten helpen bij het vervoer van de heilige tent. 25Zij moeten de tentdoeken dragen, en de kleden van rood en zwart leer die over de tent heen liggen. Ook moeten ze het gordijn voor de ingang van de tent dragen. 26Ten slotte de schermen die om het plein met het altaar staan, het gordijn voor de ingang van het plein, de touwen en al het gereedschap. Voor al die dingen moeten ze zorgen.

27-28Dat is de taak van de nakomelingen van Gerson bij het vervoer van de heilige tent. Die taak hebben ze gekregen van Aäron en zijn zonen. Itamar, de zoon van Aäron, heeft de leiding bij het werk. En jij, Mozes, moet tegen iedereen zeggen wat hij moet dragen.

Wat de nakomelingen van Merari doen

29Je moet ook de nakomelingen van Merari tellen, per familie. 30Tel alle mannen die tussen de dertig en de vijftig jaar oud zijn. Zij moeten werk doen bij de heilige tent.

31De nakomelingen van Merari moeten helpen bij het vervoer van de heilige tent. Zij moeten de planken van de tent dragen, de dwarsbalken, de palen en de voetstukken. 32Ook de palen voor het scherm om het plein, met de pinnen, de touwen en al het gereedschap. Alles wat met het vervoer van die dingen te maken heeft, is hun werk. Maak een lijst van alles wat zij moeten dragen.

33Dat is de taak van de nakomelingen van Merari bij het vervoer van de heilige tent. Itamar, de zoon van Aäron, heeft de leiding over hun werk.’

De Levieten worden geteld

34-37Mozes, Aäron en de leiders van het volk telden alle nakomelingen van Kehat, zoals de Heer gezegd had. Ze schreven per familie de namen van alle mannen op die tussen de dertig en de vijftig jaar oud waren. Die mannen moesten werk doen bij de heilige tent. In totaal waren het er 2750.

38-41Ook alle nakomelingen van Gerson werden per familie geteld, zoals de Heer gezegd had. De namen van alle mannen tussen de dertig en de vijftig jaar oud werden opgeschreven. Ook die mannen moesten werk doen bij de heilige tent. In totaal waren het er 2630.

42-45Ook alle nakomelingen van Merari werden per familie geteld, zoals de Heer gezegd had. De namen van alle mannen tussen de dertig en de vijftig jaar oud werden opgeschreven. Ook die mannen moesten werk doen bij de heilige tent. In totaal waren het er 3200.

46-48In totaal werden er 8580 Levieten geteld die tussen de dertig en de vijftig jaar oud waren. Mozes en Aäron schreven hun namen op, per familie. Al die mannen moesten werk doen bij de heilige tent. 49Onder leiding van Mozes werden al hun namen opgeschreven, zoals de Heer gezegd had. En elke Leviet kreeg een taak bij het vervoer van de heilige tent. Zo had de Heer het tegen Mozes gezegd.

5

Onreinheid, schade en jaloezie

Regels over onreinheid

51De Heer zei tegen Mozes: 2‘Zeg tegen de Israëlieten dat ze onreine mensen weg moeten sturen uit het kamp: mensen die een huidziekte hebben, mensen die bloed of ander onrein vocht verliezen, en mensen die een dode aangeraakt hebben. 3Al die mensen moeten weggestuurd worden. Het maakt niet uit of het mannen of vrouwen zijn. Want het kamp moet rein blijven, omdat ik bij het volk woon.’

4De Israëlieten deden wat de Heer tegen Mozes gezegd had. Ze stuurden alle onreine mensen weg uit het kamp.

Regels over schade

5De Heer zei tegen Mozes: 6‘Zeg het volgende tegen de Israëlieten: ‘Stel dat een man of een vrouw iets verkeerds doet waardoor een ander schade heeft. Zo iemand maakt een fout tegenover de Heer, en is schuldig. 7Hij moet in het openbaar zijn fout toegeven. En hij moet aan zijn slachtoffer de hele schade betalen, en een boete van 20 procent.

8Stel dat het slachtoffer gestorven is en geen familie heeft. Dan kan de schade niet aan het slachtoffer of zijn familie betaald worden. Dan is het geld voor de Heer. De persoon die de schade veroorzaakt heeft, moet dan het geld aan de priester betalen. Hij moet ook een ram aan de priester geven. Als de priester de ram geofferd heeft, zal de Heer de fout vergeven.

9-10Altijd als jullie een offer brengen, moeten jullie een deel ervan aan de priester geven. De rest is voor degene die het offer brengt.’’

Regels over jaloezie

11-14De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg ook dit tegen de Israëlieten: ‘Stel dat een man denkt dat zijn vrouw hem ontrouw is. Hij denkt dat ze met een andere man geslapen heeft. Dan zijn er twee mogelijkheden. Of de vrouw heeft inderdaad met een andere man geslapen, maar niemand heeft het gezien en er is geen bewijs. Toch is haar eigen man jaloers geworden. Of de vrouw is helemaal niet ontrouw geweest, maar haar man denkt het alleen maar, en is jaloers.

15Omdat de man jaloers is, moet hij met zijn vrouw naar de priester gaan. Hij moet voor haar een graanoffer meenemen van 2,5 kilo meel, zonder olijfolie of wierook erbij. Dat is een offer voor zijn jaloezie. Het zal duidelijk maken of de vrouw schuldig is.

De vrouw moet bitter water drinken

16De priester moet met de vrouw voor het altaar gaan staan. 17Dan moet hij een kom vullen met water uit de waterbak in de heilige tent. Hij moet wat zand van de grond in de heilige tent oprapen, en dat in het water doen. 18Daarna maakt hij het haar van de vrouw los, en dan geeft hij het graanoffer aan haar. Zelf houdt hij de kom met het water vast. Dat bittere water kan een straf voor de vrouw worden.

19Dan moet de priester een plechtige verklaring van de vrouw vragen. Hij moet tegen haar zeggen: ‘Als er geen andere man met je geslapen heeft, en je dus niet ontrouw geweest bent aan je man, dan zal dit bittere water je geen schade doen. 20Maar als je wel ontrouw geweest bent aan je man door met een ander te slapen, 21-22dan zal de Heer je straffen. Je buik zal heel dik worden door dit bittere water, en je zult nooit meer kinderen krijgen. Je naam zal door de Israëlieten gebruikt worden als voorbeeld van slechtheid.’

De vrouw moet dan antwoorden: ‘Amen, laat het zo gebeuren.’

23De priester moet de woorden die hij gezegd heeft, op een stuk papier schrijven. En hij moet daarna dat papier oplossen in het bittere water.

24-26Dan moet de priester het graanoffer uit de handen van de vrouw pakken. Hij moet het aan de Heer aanbieden, en het naar het altaar brengen. Daar moet hij een handvol meel verbranden als teken voor het hele offer. Ten slotte moet hij de vrouw het bittere water laten drinken. In haar buik kan dat water een straf voor haar worden.

Ontrouw wordt gestraft

27Als de vrouw ontrouw geweest is aan haar man, zal het bittere water een straf voor haar zijn. Ze zal onvruchtbaar worden, en haar naam zal door de Israëlieten gebruikt worden als voorbeeld van slechtheid. 28Maar als de vrouw niets verkeerds gedaan heeft, zal er niets met haar gebeuren. Ze kan dan nog gewoon zwanger worden.

29-30Dat moet dus gebeuren als een man jaloers is en denkt dat zijn vrouw met een andere man geslapen heeft. Hij moet met haar naar het altaar gaan, en de priester moet precies doen wat eerder gezegd is. 31De man is onschuldig. Als zijn vrouw schuldig is, moet ze gestraft worden.’’

6

Regels voor nazireeërs

Dingen die verboden zijn

61De Heer zei tegen Mozes: 2‘Zeg tegen de Israëlieten: ‘Er volgen nu regels voor iemand die nazireeër wil worden. Een nazireeër is een man of een vrouw die belooft om de Heer op een speciale manier te dienen.

3Zo iemand mag geen wijn of bier drinken. Ook druivensap mag hij niet drinken, en hij mag geen azijn gebruiken die van wijn gemaakt is. Hij mag ook geen druiven en rozijnen eten. 4In de tijd dat hij de Heer dient, mag hij niets eten dat van een druivenplant komt. Hij mag zelfs geen pit of velletje van een druif eten.

5Hij mag ook zijn haar niet knippen. Zolang hij de Heer dient, is hij heilig en moet hij zijn haar laten groeien.

6Ten slotte mag een nazireeër niet in de buurt van een dode komen. 7Zelfs als zijn vader of moeder sterft, of zijn broer of zus, mag hij niet bij hun dode lichaam komen. Want hij mag niet onrein worden. Hij dient God, en zijn lange haar is daarvan het teken.

8Zolang iemand nazireeër is, hoort hij bij de Heer.

Onreinheid van een nazireeër

9Er kan heel onverwachts iemand in de buurt van een nazireeër sterven. Dan wordt de nazireeër onrein. Om weer rein te worden, moet hij zeven dagen later zijn hoofd kaalscheren.

10Nog een dag later moet hij twee tortelduiven of twee jonge gewone duiven naar de priester brengen, bij de ingang van de heilige tent. 11De priester moet de ene duif offeren voor de fout van de nazireeër, en hij moet de andere duif helemaal verbranden. Dan vergeeft de Heer de nazireeër dat hij in de buurt van een dode geweest is. Vanaf die dag moet de nazireeër zijn haar weer laten groeien.

12Ten slotte moet de nazireeër een ram van één jaar oud aanbieden als offer om zijn schuld goed te maken. Dan moet hij opnieuw beloven dat hij de Heer een bepaalde tijd zal dienen. De tijd dat hij al nazireeër geweest is, telt niet meer mee. Want in die tijd is hij onrein geworden.

Als iemand geen nazireeër meer is

13Als de afgesproken tijd om nazireeër te zijn, voorbij is, gelden de volgende regels.

De nazireeër moet naar de ingang van de heilige tent gebracht worden. 14Daar moet hij een offer aanbieden. Hij moet een gezonde ram van één jaar oud meebrengen die helemaal verbrand moet worden. Verder een gezond schaap van één jaar oud voor het offer waarmee zijn fouten goedgemaakt worden. En een gezonde volwassen ram voor het offer bij een feestmaal. 15Hij moet ook een mand aanbieden met brood zonder gist: dikke broden die met olijfolie gemaakt zijn, en dunne broden waar alleen olie op gesmeerd is. Ten slotte moet hij graan en wijn aanbieden als offer.

16De priester moet die offers aan de Heer brengen. Hij moet het schaap offeren om de fouten van de nazireeër goed te maken. En de ram van één jaar oud moet hij helemaal verbranden op het altaar. 17Verder moet hij de volwassen ram en het brood offeren voor het feestmaal ter ere van de Heer. En ten slotte moet hij het graan en de wijn offeren.

18De nazireeër moet zich dan kaalscheren bij de ingang van de heilige tent. Zijn lange haar was een teken van zijn belofte om de Heer te dienen. Nu moet hij het haar in het vuur gooien van het offer voor het feestmaal.

19Daarna geeft de priester hem een gekookte schouder van de ram, en een dun en een dik brood zonder gist. 20Dat moet de priester omhooghouden om het aan te bieden aan de Heer. Het is heilig en de priester mag het eten, net als de borst en de rechterachterpoot van de ram.

Vanaf dat moment mag de nazireeër weer wijn drinken.

Wie iets belooft, moet dat ook doen

21Dat zijn de regels voor nazireeërs, mensen die beloven om de Heer op een speciale manier te dienen. En dat zijn de offers die ze moeten brengen. Iemand die rijk is, mag ook nog meer geven. Maar als hij beloofd heeft om meer te geven, moet hij dat ook doen.’’

De zegen van de priester

22De Heer zei tegen Mozes: 23‘Zeg tegen Aäron en zijn zonen dat ze de Israëlieten met deze woorden moeten zegenen: 24‘De Heer zal jullie gelukkig maken en jullie beschermen. 25De Heer zal bij jullie zijn en voor jullie zorgen. 26De Heer zal aan jullie denken en jullie vrede geven.’

27Als Aäron en zijn zonen zo mijn naam noemen voor het volk, zal ik de Israëlieten geluk en vrede geven.’

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]