Bijbel in Gewone Taal (BGT)
28

Regels over offers

281De Heer zei tegen Mozes: 2‘De Israëlieten moeten mij op vaste tijden offers brengen, want dat is voedsel voor mij. Het zijn geschenken met een heerlijke geur, die ik graag aanneem.

Dagelijkse offers

3Zeg tegen het volk: ‘Elke dag moeten jullie twee rammen van één jaar oud offeren aan de Heer. Ze moeten helemaal gezond zijn en mogen geen gebreken hebben. De dieren moeten helemaal verbrand worden. 4De ene ram moeten jullie ’s ochtends offeren en de andere ram aan het begin van de avond.

5Bij elke ram moeten jullie een graanoffer brengen van 2,5 kilo fijn meel, gemengd met 2 liter zuivere olijfolie. 6-8En jullie moeten bij elke ram 2 liter wijn offeren. De wijn moet over het altaar in de heilige tent gegoten worden.

Die offers moeten elke dag gebracht worden. Dat is bepaald op de berg Sinai. Het zijn geschenken met een heerlijke geur, die de Heer graag aanneemt.

Offers op sabbat

9Op sabbat moeten jullie twee rammen van één jaar oud offeren aan de Heer. Ze moeten helemaal gezond zijn en mogen geen gebreken hebben.

Bij de rammen moeten jullie een graanoffer brengen van 5,5 kilo fijn meel, gemengd met olijfolie, en ook een wijnoffer.

10Bovendien moeten ook de gewone dagelijkse offers gebracht worden.

Offers bij het Feest van Nieuwe Maan

11Elke keer als het nieuwe maan is, moeten jullie twee stieren en één volwassen ram offeren aan de Heer. Offer ook zeven rammen van één jaar oud die gezond zijn en geen gebreken hebben. Alle dieren moeten helemaal verbrand worden.

12-14Bij elke stier moeten jullie 8 kilo fijn meel offeren, gemengd met olijfolie. Daarbij hoort een wijnoffer van 4 liter wijn. Bij de volwassen ram moeten jullie 5,5 kilo fijn meel met olijfolie offeren. Daarbij hoort een wijnoffer van 2,5 liter. Bij elke jonge ram moeten jullie 2,5 kilo fijn meel met olijfolie offeren, en 2 liter wijn.

Die offers moeten elke maand gebracht worden. Het zijn geschenken met een heerlijke geur, die de Heer graag aanneemt.

15Ook moeten jullie elke maand een bok offeren om jullie fouten goed te maken.

Bovendien moeten ook de gewone dagelijkse offers gebracht worden.

Offers bij het Feest van het Brood zonder Gist

16Op de veertiende dag van de eerste maand moeten jullie een lam offeren. Dat lam is bestemd voor de paasmaaltijd ter ere van de Heer. 17De volgende dag begint het Feest van het Brood zonder Gist. Zeven dagen mag je dan alleen brood zonder gist eten. 18De eerste dag van het feest is een heilige dag, die jullie samen moeten vieren. Op die dag mag niemand werken.

19Verder moeten jullie twee stieren offeren, en één volwassen ram en zeven rammen van één jaar oud. De dieren moeten helemaal gezond zijn en mogen geen gebreken hebben. Ze moeten helemaal verbrand worden.

20Bij elke stier moeten jullie 8 kilo fijn meel offeren dat gemengd is met olijfolie. Bij de volwassen ram 5,5 kilo meel met olijfolie, 21en bij elke jonge ram 2,5 kilo meel met olijfolie.

22Ook moeten jullie een bok offeren om jullie fouten goed te maken.

23-24Die offers moeten op elke dag van het feest gebracht worden, want ze zijn het voedsel voor de Heer. Het zijn geschenken met een heerlijke geur, die de Heer graag aanneemt. Bovendien moeten op elke dag van het feest ook de gewone dagelijkse offers gebracht worden.

25Ook de zevende dag van het feest is een heilige dag, die jullie samen moeten vieren. Op die dag mag niemand werken.

Offers bij het Wekenfeest

26De eerste dag van het Wekenfeest is een heilige dag, die jullie samen moeten vieren. Jullie moeten dan een offer brengen van de eerste oogst die je van het land haalt. Op die dag mag niemand werken.

27-29Verder moeten jullie op die dag twee stieren offeren, en één volwassen ram en zeven rammen van één jaar oud. Bij elke stier moeten jullie 8 kilo fijn meel offeren dat gemengd is met olijfolie. Bij de volwassen ram 5,5 kilo meel met olijfolie, en bij elke jonge ram 2,5 kilo meel met olijfolie. Het zijn geschenken met een heerlijke geur, die de Heer graag aanneemt.

30Ook moeten jullie op de eerste dag van het Wekenfeest een bok offeren. Die bok is een offer waarmee jullie fouten goedgemaakt worden.

31Alle dieren die jullie offeren, moeten gezond zijn en mogen geen gebreken hebben. En bij alle offers moeten jullie wijnoffers brengen. Bovendien moeten op de eerste dag van het feest ook de gewone dagelijkse offers gebracht worden.