Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

11Nahum, die uit de plaats Elkos kwam, was een profeet. Hij zag in een droom wat er zou gebeuren met de stad Nineve in Assyrië. Dat staat allemaal in dit boek.

De Heer straft Nineve

De Heer is woedend op Nineve

2De Heer is een God die het kwaad haat. Hij neemt wraak op zijn vijanden. Hij straft hen, omdat hij woedend op hen is.

3De Heer is heel sterk. Hij is geduldig, hij straft niet snel. Maar als mensen schuldig zijn, worden ze gestraft.

Niemand is zo sterk als de Heer

Overal waar de Heer komt, begint het te stormen. Waar hij loopt, ontstaan wolken. 4Als hij het wil, drogen de zee en alle rivieren op. Hij laat alles verdorren: het gras in het gebied Basan, de bossen op de berg Karmel en de bloemen op de Libanon-bergen.

5Als de Heer komt, dan beven de bergen en de heuvels. Als de Heer komt, dan schudt de aarde, dan trilt de wereld met al haar bewoners. 6Niemand kan de woede van de Heer verdragen. Als hij kwaad is, kan niemand in leven blijven. Zijn woede vernietigt alles, net zoals vuur alles vernietigt. Als de Heer kwaad is, breken zelfs de rotsen in stukken.

De Heer zal Nineve straffen

7De Heer is goed. Als er gevaar is, is het bij hem veilig. Hij zorgt voor de mensen die bij hem bescherming zoeken.

8-11Maar de Heer zal Nineve straffen. Want de koning van die stad wilde tegen de Heer in opstand komen, hij bedacht alleen maar slechte plannen. Daarom zal de Heer Nineve helemaal vernietigen.

De Heer zal zijn vijanden doden. Hij zal hen allemaal vernietigen. Ze kunnen niets tegen de Heer doen, en ze zullen niet meer terugkomen. Het lijkt alsof ze met elkaar heel sterk zijn, net als doornstruiken die in elkaar gegroeid zijn. Maar de Heer zal hen vernietigen. Ze worden vernietigd, zoals droog stro vernietigd wordt door vuur.

De Heer redt zijn volk

De koning van Assyrië zal verdwijnen

12De Heer zegt tegen Israël: ‘De Assyriërs zijn sterk, want ze hebben een groot leger. Maar toch zullen ze vernietigd worden. Er zal niemand van hen overblijven.

Ik stuurde de Assyriërs naar jullie, Israëlieten, want ik wilde jullie straffen. Maar ik zal dat niet nog eens doen. 13De Assyriërs zullen niet meer over jullie heersen. Ik zal jullie bevrijden.’

14En tegen de koning van Assyrië zegt de Heer: ‘Jouw zoon zal geen koning worden na jou. Ik zal de godenbeelden in je tempel kapotslaan. Ik zal zelf een graf voor je graven. Want je verdient het niet om te leven.’

2

Er komt weer vrede voor Juda

21Luister, Juda, er is goed nieuws! Er komt een boodschapper over de bergen, en hij zegt dat er vrede komt.

Vier feest, en doe wat je aan de Heer beloofd hebt. Jullie zijn door slechte mensen onderdrukt. Maar die komen nooit meer terug, want ze zijn allemaal dood.

De vijanden van Nineve komen snel

2De Heer zegt: ‘Inwoners van Nineve, let op! Jullie vijanden komen eraan, ze zullen jullie wegjagen. Bewaak de stad en de weg daarheen. Maak je klaar voor de strijd, verzamel al je soldaten. 3Jullie hebben het mooie land van de Israëlieten vernield en al hun bezittingen meegenomen. Maar ik zal de Israëlieten weer net zo machtig maken als vroeger.’

4De vijanden zijn klaar voor de aanval. Ze hebben de speren al in de hand. Hun schilden zijn rood geverfd. Ze hebben rode kleren aan, en hun wagens zijn versierd met rode doeken. 5De wagens gaan snel door de straten, ze rijden hard over de pleinen. Ze gaan zo snel als de bliksem, en ze zien eruit als een brandend vuur.

Nineve kan niet verdedigd worden

6De koning van Assyrië roept in Nineve zijn beste soldaten bij elkaar om te vechten. Ze struikelen als ze naar de stadsmuur rennen. Daar is een dak van schilden gemaakt om hen te beschermen. 7Maar ze zien dat de poorten bij de rivier al openstaan!

Dan raakt iedereen in het paleis in paniek. 8Daar zijn de vijanden al! Ze grijpen de koning. De koningin wordt uitgekleed en naakt weggebracht. Haar slavinnen klagen als droevige duiven, ze huilen van verdriet.

Iedereen vlucht weg uit Nineve

9De inwoners van Nineve vluchten de stad uit. De soldaten schreeuwen: ‘Blijf hier, blijf hier!’ Maar niemand luistert, en niemand komt terug.

10De vijanden roepen naar elkaar: ‘Pak het goud, pak het zilver. De stad is vol kostbare schatten!’

11Nineve wordt leeggeroofd en verwoest. De mensen zijn bang, doodsbang.

De Heer valt Nineve aan

12-13Nineve leek op een plek waar leeuwen leven. Leeuwen zijn nergens bang voor. Oude en jonge leeuwen lopen rustig rond. Ze doden andere dieren en eten die op. Ze grijpen wat ze kunnen pakken.

Ook de inwoners van Nineve waren nergens bang voor. Ze roofden zo veel als ze wilden, en brachten al die spullen naar de stad.

Maar er zal van Nineve niets meer overblijven! 14De machtige Heer zegt: ‘Nineve, ik zal je straffen. Ik zal je strijdwagens verbranden. Ik zal je soldaten doden. Ik zal alles wat je geroofd hebt, weghalen uit je land. Niemand zal meer naar je boodschappers luisteren.’