Bijbel in Gewone Taal (BGT)
4

Gods nieuwe wereld binnengaan

41-3God heeft aan zijn volk een land van rust beloofd. De mensen in de tijd van Mozes hadden dat goede nieuws gehoord. Toch hadden ze er niets aan, want ze geloofden het niet. Daarom zei God tegen hen: «Zo zeker als ik leef, nooit zullen jullie het land binnengaan waar je rust krijgt!»

Gods belofte over het land van rust geldt nog steeds. Dat land is Gods nieuwe wereld. Wij mogen daarin binnengaan, want wij geloven het goede nieuws wel. Maar let op: We moeten blijven doen wat God wil. Want alleen dan kunnen we Gods land van rust echt binnengaan.

Misschien denkt iemand dat het land van rust nog niet bestond in de tijd van Mozes. Maar alles was er al toen God de wereld gemaakt had. 4Ergens in de heilige boeken staat: «Op de zevende dag rustte God uit van al zijn werk.» Toen was het land van rust er dus al.

We moeten ons uiterste best doen

5Er staat dus: «Nooit zullen jullie het land binnengaan waar je rust krijgt!» 6De eerste mensen die hoorden over Gods land van rust, gingen er niet binnen. Want ze waren niet gehoorzaam aan God. Maar er zullen ook mensen zijn die er wel binnengaan.

7God heeft bepaald dat dat nu gaat gebeuren. Want hij heeft David laten zeggen: «Vandaag spreekt God tot jullie. Luister goed. Verzet je niet tegen hem.» 8David leefde lang na Mozes, maar God liet David toch het woord ‘vandaag’ gebruiken. Dat had hij niet gedaan als het volk al vanuit de woestijn het land van rust binnengegaan was.

9De echte rust moet dus nog komen voor het volk van God. 10Want als je Gods nieuwe wereld binnengaat, dan mag je uitrusten van al je werk. Net zoals God uitrustte van zijn werk.

11Laten wij dan ons uiterste best doen om dat land van rust binnen te gaan! Laten we vasthouden aan ons geloof. En laten we niet ongehoorzaam zijn, zoals het volk in de woestijn.

We kunnen ons niet voor God verbergen

12De woorden van de levende God zijn krachtig. Ze dringen diep door in ons hart, nog dieper dan een scherp zwaard. Want God weet wat ons van binnen bezighoudt. En hij beoordeelt onze gedachten en verlangens.

13God ziet iedereen. Niets en niemand blijft voor hem verborgen. Vergeet dat niet, want hij zal over ons rechtspreken.

Een hogepriester in de hemel

Jezus is hogepriester in de hemel

14Wij horen bij Jezus, de Zoon van God. Dat geloven we, en daar moeten we aan vasthouden. Jezus is naar de hemel gegaan. En daar, bij God zelf, is hij onze hogepriester geworden.

15Jezus, onze hogepriester in de hemel, heeft veel moeten lijden, net als wij. Zelf heeft hij nooit iets verkeerds gedaan. Maar hij weet wel hoe moeilijk het is om geen verkeerde keuzes te maken.

16Laten we daarom vol vertrouwen leven als volk van God. En als het nodig is, helpt Jezus ons. Want hij is onze hogepriester. Hij heeft medelijden met ons, en hij is goed voor ons.

5

De gewone hogepriester

51De gewone hogepriester is een mens die God om hulp mag vragen voor andere mensen. Hij brengt offers voor wat zij verkeerd gedaan hebben.

2De hogepriester weet hoe moeilijk het is om te leven zoals God het wil. Want hij leeft ook zelf niet altijd zoals God het wil. 3Daarom moet hij ook offers brengen voor wat hij zelf verkeerd gedaan heeft.

4Niemand kan zichzelf hogepriester maken. God kiest iemand uit om hogepriester te worden. Dat deed hij al bij Aäron, de eerste hogepriester.

De hogepriester in de hemel

5Ook Christus heeft zich niet zelf hogepriester gemaakt. Dat heeft God gedaan. Want in de heilige boeken heeft God tegen Christus gezegd: «Vanaf vandaag ben jij mijn Zoon en ben ik jouw Vader.» 6En God heeft ook gezegd: «Jij zult priester voor altijd zijn, net als Melchisedek.»

7Toen Christus als mens op aarde leefde, heeft hij met luide stem tot God gebeden. Vol verdriet heeft hij God gesmeekt om hem te redden van de dood. En omdat Christus veel eerbied had voor God, heeft God naar zijn gebeden geluisterd.

8Als je gehoorzaam wilt zijn aan God, dan hoort ook het lijden erbij. Zelfs Christus heeft dat moeten leren. Terwijl hij de Zoon van God is!

9-10Toen Christus gestorven was, kreeg hij alle eer in de hemel. God heeft hem daar hogepriester voor altijd gemaakt. Dankzij Christus kunnen alle mensen die hem gehoorzaam zijn, voor altijd gered worden.

Waarschuwingen

Wees volwassen in je geloof

11Ik zou jullie nog veel meer willen vertellen over Christus, die onze hogepriester voor altijd is. Maar dat is allemaal moeilijk aan jullie uit te leggen. Want ik heb gemerkt dat jullie niet goed meer luisteren.

12-14Als het gaat om het geloof, lijken jullie steeds meer op kleine kinderen die nog melk drinken bij hun moeder. Zulke kinderen kunnen nog niet vertellen wat goed en kwaad is. Volwassenen kennen het verschil tussen goed en kwaad wel. Dat hebben ze geleerd.

Jullie zouden allang volwassen moeten zijn in je geloof. Jullie horen al zo lang bij Christus, dat jullie zelf uitleg over hem zouden moeten geven. Maar zo is het niet. Ik moet bij jullie eigenlijk helemaal opnieuw beginnen met mijn lessen over Christus!

6

61Vrienden, wees toch volwassen in je geloof in Christus! Dan hoef ik niet weer bij de eerste lessen te beginnen.

Jullie weten al dat je in God moet geloven. En dat je je leven helemaal moet veranderen. 2En jullie weten ook hoe iemand bij de kerk kan gaan horen: Hij moet gedoopt worden. En als jullie daarbij je handen op zijn hoofd leggen, krijgt hij de heilige Geest. Ook weten jullie wat er aan het einde van de tijd gaat gebeuren: de doden zullen weer levend worden, en God zal rechtspreken over de wereld.

3We zullen die eerste lessen dus overslaan, als God het goedvindt.

Je krijgt maar één kans

4-6Als je bij Christus gaat horen, merk je hoe goed God voor je is. Je krijgt de heilige Geest, en je hoort het goede nieuws dat God aan de mensen vertelt. Ook maak je de wonderen mee die horen bij Gods nieuwe wereld.

Maar als je daarna je geloof opgeeft, dan spot je met de Zoon van God. Dan is het net alsof je hem zelf aan het kruis hangt. En dan zul je nooit meer bij Christus horen. Want je kunt maar één keer in hem gaan geloven.

7-8Stel dat er veel regen valt op een stuk land. Alleen als dat land het regenwater ook opneemt, kunnen er planten en bomen groeien om van te eten. Dan zegent God dat land. Maar als het land het water niet opneemt, groeien er alleen maar doornstruiken. Dan heeft niemand iets aan dat land. Het wordt door God vervloekt, en uiteindelijk wordt het platgebrand.

Zo is het ook met mensen die gemerkt hebben hoe goed God voor hen is. Als zij hun geloof opgeven, zal God hen niet zegenen.

Word niet lui in je geloof

9Beste vrienden, jullie merken dat ik jullie streng toespreek. Maar toch weet ik zeker dat jullie een goede toekomst krijgen. Jullie zullen door God gered worden. 10Want God is rechtvaardig. Hij vergeet niet hoeveel goede dingen jullie gedaan hebben. Jullie hebben andere christenen geholpen, en dat doen jullie nog steeds. Zo hebben jullie laten zien hoeveel je van God houdt.

11Ik wil heel graag dat jullie je best blijven doen, tot het moment dat God ons zal redden. We vertrouwen erop dat dat zal gebeuren. 12Word dus niet lui. Volg het goede voorbeeld van mensen die geloven en geduld hebben. Want dan krijg je wat God beloofd heeft.

God heeft beloofd dat hij ons redt

13-16Zo ging het ook met Abraham. God deed een plechtige belofte aan hem. Hij zei: «Zo zeker als ik leef, ik zal je zegenen en je heel veel nakomelingen geven.» Abraham heeft geduldig gewacht. Daarom kreeg hij wat God hem beloofd had.

Ook mensen kunnen een plechtige belofte doen. Ze noemen daarbij dan iemand die belangrijker is dan zijzelf: God. Dan weet iedereen dat ze zullen doen wat ze beloven. Toen God zijn plechtige belofte aan Abraham deed, zei God erbij: ‘Zo zeker als ik leef’. Hij noemde dus zichzelf. Hij kon ook niemand anders noemen, want niemand is belangrijker dan hij.

17God wilde ons voor altijd duidelijk maken dat zijn plan met ons niet zal veranderen. Dat deed hij met een plechtige belofte. En hij zei erbij: ‘Zo zeker als ik leef’. 18God spreekt altijd de waarheid. Dankzij zijn belofte en zijn plechtige woorden weten we dus zeker dat we gered zullen worden. Laten we daarop blijven vertrouwen!

19-20Dankzij Jezus is ons vertrouwen heel groot. Het lijkt op een anker, waarmee een schip veilig vastligt. Want Jezus is voor ons uit gegaan naar de hemel. Daar is hij Gods heilige tent binnengegaan en onze hogepriester voor altijd geworden, een priester net als Melchisedek.