Bijbel in Gewone Taal (BGT)
38

Juda en Tamar

Juda krijgt drie zonen

381In die tijd ging Juda weg bij zijn broers. Hij ging in Adullam wonen, bij een vriend die Chira heette. 2In Adullam ontmoette Juda een meisje uit Kanaän. Zij was een dochter van Sua.

Juda trouwde met haar, 3en ze werd zwanger. Ze kreeg een zoon, die Er genoemd werd. 4Toen ze weer een zoon kreeg, noemde ze hem Onan. 5En de derde zoon noemde ze Sela. Juda was in Kezib toen Sela geboren werd.

Tamar krijgt geen kinderen

6Juda had voor Er, zijn oudste zoon, een vrouw uitgekozen. Ze heette Tamar. 7Maar Er deed niet wat de Heer wilde. Daarom liet de Heer hem sterven.

8-9Toen zei Juda tegen Onan, zijn tweede zoon: ‘Nu moet jij met de vrouw van je broer trouwen en zorgen dat ze kinderen krijgt.’ Onan wist dat een kind van hem en Tamar niet zijn eigen kind zou zijn. Het zou gelden als een kind van Er. Maar dat wilde Onan niet. Daarom deed hij het volgende. Telkens als hij met Tamar sliep, liet hij zijn zaad op de grond terechtkomen.

10De Heer vond het slecht wat Onan deed. Daarom liet hij ook Onan sterven.

11Toen zei Juda tegen Tamar: ‘Je moet nu maar bij je vader gaan wonen, totdat Sela volwassen is.’ Hij dacht: Ik wil niet dat mijn zoon Sela ook sterft, net als zijn broers.

Toen ging Tamar weer bij haar vader wonen.

Tamar bedenkt een plan

12Na een tijd stierf de vrouw van Juda. Toen de rouwtijd voorbij was, ging Juda met zijn vriend Chira naar de stad Timna. Daar waren de knechten van Juda de schapen aan het scheren.

13-14Tamar wist dat Sela intussen volwassen was. Maar Juda had hem niet met haar laten trouwen. Toen ze hoorde dat haar schoonvader naar Timna ging, bedacht ze een plan. Normaal droeg ze kleren die pasten bij een weduwe. Maar nu trok ze andere kleren aan. Ook deed ze een sluier voor haar gezicht. Zo zou niemand haar herkennen. Daarna ging ze langs de weg naar Timna zitten, bij de zijweg naar Enaïm.

Tamar wordt zwanger van Juda

15-16Juda zag de vrouw zitten. Hij kon haar gezicht niet zien en dacht dat ze een hoer was. Hij wist niet dat het zijn schoondochter was. Hij ging naar haar toe en zei: ‘Ik wil seks met je.’ Zij zei: ‘Wat betaalt u ervoor?’ 17Juda zei: ‘Ik zal je een bokje sturen.’

Maar toen zei ze: ‘Dan wil ik wel een bewijs dat u het ook echt zult sturen.’ 18‘Goed,’ zei Juda, ‘wat wil je hebben?’ Ze zei: ‘Die ketting met uw naam, en uw stok.’ Juda gaf haar alles. Hij had seks met haar, en zij werd zwanger van hem.

19Daarna ging Tamar weer naar huis. Ze deed de sluier van haar gezicht en trok weer de kleren aan die ze normaal droeg.

Juda wil de vrouw betalen

20Juda vroeg aan zijn vriend Chira om een bokje naar de vrouw te brengen. Maar Chira kon de vrouw niet vinden. 21Hij vroeg aan de mensen daar in de buurt: ‘Waar is de hoer die laatst bij de weg naar Enaïm zat?’ De mensen zeiden: ‘Er is hier helemaal geen hoer geweest.’

22Chira ging terug naar Juda. Hij zei: ‘Ik heb haar niet kunnen vinden. De mensen daar zeggen dat er helemaal geen hoer geweest is.’ 23Juda zei: ‘Laat die vrouw mijn spullen dan maar houden. Ik heb geprobeerd het bokje te sturen, maar je hebt haar niet kunnen vinden. Laat verder maar, anders maken we ons nog belachelijk.’

Juda begrijpt dat hij fout geweest is

24Ongeveer drie maanden later vertelde iemand aan Juda: ‘Je schoondochter Tamar heeft zich als een hoer gedragen en nu is ze zwanger.’ Juda zei: ‘Breng haar de stad uit. Ze moet verbrand worden!’

25Maar toen Juda’s knechten Tamar kwamen halen, stuurde zij iemand naar Juda toe. Die man moest zeggen: ‘Tamar is zwanger van de man van wie deze dingen zijn. Kijk eens goed: van wie zijn deze ketting met die naam en van wie is deze stok?’

26Juda herkende zijn spullen. Hij zei: ‘Tamar is niet schuldig, maar ik wel. Want ik heb mijn zoon Sela niet aan haar gegeven.’ Juda sliep nooit meer met Tamar.

Tamar krijgt twee zonen

27Toen Tamar moest bevallen, kreeg ze een tweeling. 28Bij de bevalling stak één van de kinderen zijn hand naar buiten. De vroedvrouw deed een rode draad om zijn hand. Ze zei: ‘Deze kwam als eerste tevoorschijn.’ 29Maar het kind trok zijn hand weer terug en toen kwam eerst het andere kind. De vroedvrouw zei: ‘Wat een doorzetter ben jij!’ Dat kind werd Peres genoemd. 30Daarna kwam zijn broer, met de rode draad om zijn hand. Hij werd Zerach genoemd.

39

Jozef bij Potifar

Jozef wordt verkocht aan Potifar

391Jozef was naar Egypte gebracht. Daar hadden de handelaars hem verkocht aan een Egyptenaar die Potifar heette. Potifar had de leiding over de lijfwacht van de farao. 2De Heer hielp Jozef, zodat het goed met hem ging. Hij mocht in het huis van Potifar werken.

3Potifar begreep dat de Heer Jozef hielp. Want alles wat Jozef deed, ging goed. 4Daarom had hij vertrouwen in Jozef. Jozef werd zijn persoonlijke dienaar. Potifar gaf hem ook de leiding over alles wat er in zijn huis gebeurde. Jozef zorgde voor al zijn bezittingen.

5Vanaf die tijd ging het goed met al het bezit van Potifar, in zijn huis en op het land. Daar zorgde de Heer voor, omdat Jozef bij Potifar in dienst was. 6Potifar liet alles aan Jozef over. Hij bepaalde zelf alleen nog maar wat hij elke dag wilde eten. Verder hoefde hij nergens meer aan te denken.

De vrouw van Potifar wil met Jozef naar bed

Jozef was heel knap en hij zag er goed uit. 7De vrouw van Potifar wilde met Jozef naar bed. Ze zei: ‘Kom bij me liggen.’

8Maar Jozef wilde niet. Hij zei tegen haar: ‘Mijn meester bemoeit zich hier in huis nergens mee. Hij laat mij overal voor zorgen. 9Er is hier niemand die zo belangrijk is als ik. Alles heeft mijn meester mij gegeven. Behalve u, want u bent zijn vrouw. Wat u vraagt, kan ik niet doen. Want dan zou ik iets doen wat God verschrikkelijk vindt.’

10Elke dag vroeg ze weer of Jozef met haar naar bed wilde. Maar hij deed het niet.

De vrouw van Potifar vertelt leugens

11Op een dag was Jozef in huis aan het werk. Er was verder niemand. 12Toen pakte de vrouw van Potifar Jozef bij zijn kleren en zei: ‘Kom hier, kom bij me liggen!’ Maar Jozef rukte zich los en vluchtte naar buiten. Zijn jas bleef achter bij de vrouw van Potifar.

13De vrouw zag dat Jozef zijn jas had laten liggen, en ze begreep dat hij gevlucht was. 14Ze riep haar dienaren en zei: ‘Mijn man heeft die Hebreeër in huis gehaald. En kijk nou hoe die ons beledigt! Hij kwam bij me en wilde met me naar bed! Maar ik begon hard te roepen. 15Toen liet hij zijn jas liggen en vluchtte naar buiten.’

16Ze liet de jas van Jozef naast zich liggen totdat haar man thuiskwam. 17Toen vertelde ze hem hetzelfde verhaal: ‘Die Hebreeuwse slaaf van je is bij mij geweest. Hij heeft me beledigd. Hij wilde met me naar bed! 18Maar ik begon hard te roepen. Toen liet hij zijn jas liggen en vluchtte naar buiten.’

19Toen Potifar het verhaal van zijn vrouw hoorde, werd hij woedend. 20Hij liet Jozef oppakken en naar de gevangenis van de farao brengen.

Jozef in de gevangenis

Jozef komt in de gevangenis

Zo kwam Jozef in de gevangenis terecht. 21Maar de Heer hielp hem. Hij zorgde ervoor dat de bewaker van de gevangenis vertrouwen had in Jozef. 22De bewaker gaf hem de leiding over de andere gevangenen en over het werk dat zij deden. 23Hij liet Jozef alles doen. De bewaker hoefde zelf nergens meer aan te denken. Want de Heer hielp Jozef, en daardoor ging alles goed wat Jozef deed.

40

Er komen nog twee gevangenen

401Een tijd later maakten twee dienaren van de farao een ernstige fout. Het waren de belangrijkste wijnschenker en de belangrijkste bakker van de farao. 2De farao was woedend op hen. 3Hij stuurde hen naar de gevangenis van het hoofd van de lijfwacht. Daar zat ook Jozef gevangen. 4Het hoofd van de lijfwacht gaf Jozef opdracht om voor hen te zorgen.

De dienaren van de farao dromen

Toen de wijnschenker en de bakker al een tijd in de gevangenis zaten, 5kregen ze op een nacht allebei een droom. Hun dromen waren allebei heel bijzonder.

6De volgende ochtend kwam Jozef bij hen. Hij vond dat ze er slecht uitzagen. 7Hij vroeg: ‘Waarom kijken jullie vandaag zo somber?’

8Ze zeiden: ‘Wij hebben allebei gedroomd. Maar er is hier niemand die onze dromen kan uitleggen.’

Toen zei Jozef: ‘Alleen God weet wat dromen betekenen. Maar vertel mij jullie dromen eens.’

Jozef legt de ene droom uit

9De wijnschenker vertelde zijn droom aan Jozef. Hij zei: ‘In mijn droom zag ik een druivenplant. 10Het was een plant met drie takken. Terwijl de takken nog groeiden, bloeide de plant al. En meteen hingen er ook rijpe druiven aan. 11Ik had de beker van de farao in mijn hand. Ik plukte de druiven, en ik perste ze uit in de beker. Daarna gaf ik de beker aan de farao.’

12Jozef zei: ‘Die droom betekent het volgende. Die drie takken zijn drie dagen. 13Binnen drie dagen zal de farao je uit de gevangenis halen. Hij zal je weer in dienst nemen. En je zult weer wijn voor hem inschenken, net als vroeger.

14Ik hoop dat je later aan mij denkt. Als het goed met je gaat, help mij dan. Vertel de farao over mij. En zorg dat ik uit de gevangenis kom. 15Want ik ben ontvoerd uit het land van de Hebreeërs en daarna ben ik in de gevangenis gezet. Maar ik heb helemaal niets verkeerds gedaan!’

Jozef legt de andere droom uit

16De bakker hoorde dat de droom van de wijnschenker iets goeds betekende. Hij zei tegen Jozef: ‘Ik droomde ook zoiets! Ik had drie manden met brood op mijn hoofd. 17In de bovenste mand zat het lekkerste brood. Dat was voor de farao. Maar er kwamen vogels en die aten alles op.’

18Toen zei Jozef: ‘Die droom betekent het volgende. Die drie manden zijn drie dagen. 19Binnen drie dagen zal de farao je uit de gevangenis halen. Hij zal je laten onthoofden en je lichaam ophangen aan een paal. Dan zullen de vogels het vlees van je lichaam eten.’

Alles gaat zoals Jozef gezegd heeft

20Drie dagen later was de farao jarig. Hij gaf een feest voor al zijn dienaren. Hij liet de wijnschenker en de bakker uit de gevangenis halen. 21De wijnschenker werd weer de belangrijkste schenker. Voortaan schonk hij weer wijn in voor de farao. 22Maar de bakker werd opgehangen.

Zo gebeurde er precies wat Jozef gezegd had. 23Maar de schenker dacht niet meer aan Jozef. Hij was hem vergeten.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]