Bijbel in Gewone Taal (BGT)
42

Het priestergebouw aan de noordkant

421Toen bracht de man mij naar het buitenste plein. Aan de noordkant van het buitenste plein liet hij me een gebouw zien dat bestemd was voor de priesters. Het lag tegenover het grote gebouw achter de tempel en het plein daar. 2Het priestergebouw was 50 meter lang en 25 meter breed. De ingang ervan keek uit op het noorden.

3-4Aan de ene kant grensde het priestergebouw aan de open ruimte naast de tempel. Die open ruimte was 10 meter breed. Aan de andere kant keek het gebouw uit op de straat die rondom het buitenste plein liep.

Aan de noordkant van het priestergebouw was een gang. Die gang was 5 meter breed en 50 meter lang. Daar waren de ingangen naar de vertrekken in het gebouw.

Het priestergebouw had drie verdiepingen. Elke verdieping had een galerij. 5-6De verdiepingen werden niet gesteund door zuilen, zoals bij de andere gebouwen op het buitenste plein. Maar de bovenste verdieping steunde op de middelste verdieping. En de middelste verdieping steunde op de onderste verdieping. De verdiepingen waren naar boven toe elk iets smaller gemaakt. De vertrekken op de bovenste verdieping waren dus smaller dan de vertrekken op de lagere verdiepingen.

7Aan de kant van het buitenste plein liep een muur voor het priestergebouw langs. Die muur was 25 meter lang. Naast die muur lagen vertrekken, aan allebei de uiteinden. 8Die vertrekken waren bij elkaar ook 25 meter lang. De vertrekken in het priestergebouw waren bij elkaar 50 meter lang.

9Aan de oostkant van het priestergebouw was een ingang. Je kon die bereiken vanaf het buitenste plein.

Het priestergebouw aan de zuidkant

10Aan de zuidkant van de tempel lag nog een priestergebouw. Ook dat gebouw lag vlak bij het grote gebouw achter de tempel en het plein daar.

11Het priestergebouw aan de zuidkant van de tempel zag er hetzelfde uit als het priestergebouw aan de noordkant. Het was net zo lang en net zo breed. Het had dezelfde uitgangen en ingangen, en ook van binnen was het hetzelfde. Ook hier was een gang die voor het gebouw langs liep. 12Die gang werd van het buitenste plein gescheiden door een muur.

Het gebouw had een ingang bij het begin van de muur, aan de oostkant. Je kon die ingang bereiken vanaf het buitenste plein.

De functie van de priestergebouwen

13Toen zei de man tegen mij: ‘Het priestergebouw aan de noordkant van de tempel en het priestergebouw aan de zuidkant van de tempel zijn allebei heilig. De priesters die offers brengen aan de Heer, mogen hier een deel van het offervlees opeten. Ze leggen er ook de allerheiligste offers neer. Want het is een heilige plaats.

14Als de priesters in de tempel geweest zijn, mogen ze daarna niet meteen naar het buitenste plein gaan. Eerst moeten ze de kleren die ze in de tempel gedragen hebben, in het priestergebouw neerleggen. Want die kleren zijn heilig. Pas als ze andere kleren hebben aangetrokken, mogen ze naar het buitenste plein gaan, waar het volk is.’

De muur rondom het tempelgebied

15De man was klaar met het opmeten van alle gebouwen in het tempelgebied. Hij bracht me door de oostelijke poort weer naar buiten. En hij mat de muur rondom het hele gebied. 16-19Dat gebied was vierkant. Aan alle kanten was het 250 meter: aan de noordkant, aan de oostkant, aan de zuidkant en aan de westkant.

20Zo stelde de man de lengte vast van alle vier de kanten van het tempelgebied, en van de muur die daar helemaal omheen liep. Die muur was de scheiding tussen een gebied dat heilig was, en een gebied dat niet heilig was.