Bijbel in Gewone Taal (BGT)
4

Leef in vrede met elkaar

41Jullie weten dat ik in de gevangenis zit omdat ik de Heer dien. Vanuit de gevangenis vraag ik jullie om te leven op een manier die bij christenen past.

God heeft jullie uitgekozen. 2Denk daarom niet aan jezelf, maar wees altijd vriendelijk en geduldig. Verdraag elkaars fouten, en houd van elkaar. 3De heilige Geest heeft ervoor gezorgd dat jullie een eenheid zijn. Doe je uiterste best om die eenheid te bewaren, door in vrede met elkaar te leven.

4Leef met elkaar alsof jullie één lichaam zijn, met één geest. Want jullie zijn allemaal door God uitgekozen om gered te worden. Daar vertrouwen jullie op. 5Jullie hebben dezelfde Heer, hetzelfde geloof, dezelfde doop. 6En jullie hebben dezelfde God, de Vader van alle mensen. Hij is belangrijker dan alles en iedereen, hij geeft leven aan alles en iedereen, hij is aanwezig in alles en iedereen.

De kerk heeft dienaren gekregen

7Christus heeft ons allemaal een geschenk gegeven dat bij ons past. Zo goed is hij voor ons. 8Daarom staat er in de heilige boeken over Christus: «Toen hij omhoogging naar de hemel, nam hij de kwade machten met zich mee als gevangenen. En hij gaf geschenken aan de mensen.»

9Er staat dus dat Christus omhoog is gegaan. Dat betekent dat hij eerst naar beneden gekomen is, naar de aarde. 10Christus is degene die naar beneden is gekomen. En hij is degene die omhoog is gegaan. Hoger dan de hoogste hemel, zodat hij over alles kan heersen.

11Christus heeft ons geschenken gegeven: hij gaf ons apostelen, profeten, boodschappers van het goede nieuws, leraren, en leiders die de christenen steunen in hun geloof. 12Het is hun taak om de gelovigen te helpen om goede christenen te worden. Het is hun taak om goede dienaren van de kerk te zijn. En het is hun taak om de kerk van Christus sterk te maken. 13Net zo lang totdat wij allemaal hetzelfde geloof hebben, en dezelfde kennis van de Zoon van God. Totdat wij samen als christenen volwassen zijn. Totdat de kerk volmaakt is, net als Christus zelf.

14Mensen met slechte bedoelingen proberen ons te bedriegen. Ze willen ons overtuigen van hun verkeerde ideeën. Vroeger luisterden we naar hen, en raakten we in de war. Maar laten we nu geen onverstandige kinderen meer zijn! 15Laten we trouw zijn aan de waarheid, en van elkaar houden. Want op die manier gaan we steeds meer op Christus lijken. Hij is het hoofd van de kerk. 16Zonder hem kan de kerk niet bestaan, zonder hem kan de kerk geen eenheid blijven.

De dienaren van de kerk hebben de kracht van Christus in zich, en ze helpen om die kracht door te geven. Iedereen in de kerk krijgt zo een deel van die kracht. Want de kerk kan alleen groeien als iedereen in liefde samenwerkt.

Regels voor het nieuwe leven

Leef anders dan ongelovigen

17Dit zeg ik jullie namens de Heer: Leef niet langer zoals de ongelovigen. Want zij hebben dwaze ideeën, 18ze zijn hun verstand kwijt. Ze kennen God niet, en ze willen hem ook niet kennen. Daardoor zijn ze Gods vijanden geworden. 19Ze weten niet wat goed of fout is. Ze laten zich leiden door hun slechte verlangens. Ze hebben verboden seks, en denken alleen maar aan zichzelf.

20Maar jullie weten dat dat verkeerd is, want jullie kennen Christus. 21Jullie hebben over Jezus Christus horen vertellen, en jullie hebben uitleg over hem gekregen. Zo hebben jullie de waarheid leren kennen. 22Jullie hebben ook geleerd dat jullie niet langer moeten leven als ongelovige mensen. Want zo’n leven leidt tot niets!

Ongelovigen gedragen zich slecht omdat ze de waarheid niet kennen. 23-24Maar jullie moeten nu gaan leven als nieuwe mensen. Want jullie zijn van binnen veranderd, jullie kennen nu de waarheid. Daardoor weten jullie dat je eerlijk en heilig moet leven. Dat is waarvoor God de mensen gemaakt heeft.

Wees goed voor elkaar

25Daarom zeg ik tegen jullie: Lieg niet meer tegen elkaar, maar wees eerlijk. Want we zijn allemaal met elkaar verbonden, net zoals de verschillende delen van een lichaam met elkaar verbonden zijn. 26Als je boos bent, ga dan geen verkeerde dingen doen. Maar zorg ervoor dat je boosheid snel weer verdwijnt, 27dan kan de duivel geen invloed op je krijgen.

28Dieven moeten ophouden met stelen. Ze moeten eerlijk werk gaan doen. Met het geld dat ze dan verdienen, kunnen ze arme mensen helpen.

29Zeg geen slechte, negatieve dingen over mensen. Maar zeg, als het nodig is, dingen die het geloof van anderen sterker maken. Zeg iets dat mensen goeddoet.

30Doe de heilige Geest van God geen verdriet. De heilige Geest is in jullie aanwezig, als bewijs dat jullie bij God horen. Daardoor worden jullie gered op de dag dat God de christenen komt bevrijden.

31Alle woede en alle boosheid moet bij jullie verdwijnen, net als alle andere slechtheid. Schreeuw niet langer en vloek niet meer. 32Wees goed en hartelijk voor elkaar. En vergeef elkaar. Want God heeft ook jullie fouten vergeven, omdat Christus voor jullie gestorven is.

5

Leef goed

51Jullie zijn Gods kinderen, en hij houdt van jullie. Volg daarom zijn goede voorbeeld, 2en leef met elkaar in liefde. Zo leefde Christus ook. Hij hield van ons, en hij is voor ons gestorven. Hij gaf zijn leven als offer, en dat was een geschenk dat God graag aannam.

3Jullie zijn Gods heilige volk. Daarom mag er bij jullie zelfs niet eens gepraat worden over verboden seks, onreine dingen, en slechte verlangens. 4Doe niet mee aan domme en vieze praatjes, en maak geen vuile grappen. Je kunt beter God danken! 5Mensen die verboden seks hebben, of toegeven aan hun slechte verlangens, zijn dienaren van afgoden. Bedenk goed dat er voor hen geen plaats is in de nieuwe wereld van Christus en van God.

Leef in het licht

6Slechte en ongelovige mensen zullen door God gestraft worden. Laat je dus niet door hen in de war brengen. Ze spreken niet de waarheid. 7Doe niet met hen mee. 8Want vroeger hoorden jullie bij het donker, maar nu horen jullie bij het licht van de Heer. Leef als kinderen van dat licht. 9Want alleen in dat licht kunnen goedheid, eerlijkheid en trouw groeien. 10Probeer dus steeds te bedenken wat de Heer van jullie vraagt!

11-12Het gedrag van slechte mensen leidt tot niets. Wat zij in het geheim allemaal doen, is te erg voor woorden. Doe er niet aan mee, maar zeg er juist iets van. 13-14Het licht van Christus maakt zichtbaar wat goed is en wat slecht is. Alleen als dat licht in je schijnt, kun je goed leven.

Daarom wordt er bij de doop gezegd: ‘Kom uit het donker! Sta op uit de dood. Dan zal het licht van Christus in je leven schijnen.’

Zing voor de Heer

15Zorg er dus voor dat je goed leeft. Leef niet zoals dwaze mensen doen, maar gedraag je verstandig. 16Gebruik de dagen die God je nog geeft, goed. Want we leven in een slechte tijd. 17Probeer te begrijpen wat de Heer wil, denk goed na. 18En drink niet te veel wijn, want dan ga je zeker domme dingen doen. Laat in plaats daarvan de heilige Geest je van binnen vullen.

19Zing liederen voor elkaar, liederen om God te eren. Ja, zing alle liederen die de heilige Geest je laat zingen. Zing en juich voor de Heer met heel je hart!

20Jullie horen bij de Heer Jezus Christus. Daarom moeten jullie God, jullie Vader, steeds voor alles danken.

Regels voor het huwelijk

21Wees gehoorzaam aan elkaar uit eerbied voor Christus. 22Vrouwen, jullie zijn gehoorzaam aan Christus. Wees daarom ook gehoorzaam aan je man. 23Want een man geeft leiding aan zijn vrouw, zoals Christus, onze redder, leiding geeft aan de kerk. 24Net zoals de kerk gehoorzaam is aan Christus, moet een vrouw in alles gehoorzaam zijn aan haar man.

25Mannen, jullie moeten van je vrouw houden. Net zo veel als Christus van de kerk houdt. Hij heeft zelfs zijn leven gegeven voor de kerk. 26Door zijn liefde horen de gelovigen nu bij God. Want ze zijn gedoopt en ze geloven het goede nieuws. 27Door de liefde van Christus straalt de kerk nu als een bruid zonder fouten of gebreken. Door de liefde van Christus is de kerk heilig en rein.

28Een man moet van zijn vrouw houden zoals hij van zijn eigen lichaam houdt. Als je van je vrouw houdt, dan houd je van jezelf. 29-30Want niemand haat zijn eigen lichaam. Nee, je voedt en verzorgt je lichaam juist. En Christus doet hetzelfde met ons, de gelovigen in de kerk. Want de kerk is het lichaam van Christus.

31In de heilige boeken staat: «Zo komt het dat een man niet bij zijn vader en moeder blijft. Hij gaat met zijn vrouw leven, en ze worden samen helemaal één.» 32Het geheim van die woorden is groot. Want volgens mij gaan ze over Christus en de kerk.

33In ieder geval moeten mannen dus net zo veel van hun vrouw houden als van zichzelf. En vrouwen moeten respect hebben voor hun man.

6

Regels voor het gezin

61Kinderen, jullie geloven in de Heer. En de Heer wil dat jullie je ouders gehoorzamen. Dat is zoals het hoort. 2Want één van de regels van God is: «Heb respect voor je vader en je moeder.» Het is de eerste regel waarin God ook iets aan mensen belooft: 3«Dan zal het goed met je gaan, en zul je lang leven op aarde.»

4Vaders, wees niet hard voor je kinderen. Maar waarschuw ze voor verkeerde dingen, en leer ze de christelijke regels.

Regels voor slaven

5Slaven, gehoorzaam je meester, zoals je Christus gehoorzaamt: met eerbied en met heel je hart. 6Wees niet schijnheilig, en gehoorzaam je meester niet alleen als hij je ziet. Maar gedraag je als een slaaf van Christus. En doe met heel je hart wat God van je vraagt. 7Doe je werk met plezier, alsof je werkt voor de Heer, en niet voor mensen. 8De Heer vindt het niet belangrijk of je een slaaf bent of een vrij mens. Hij zal je uiteindelijk belonen voor de goede dingen die je doet. Dat is zeker.

9Meesters, dreig je slaven niet met straf, maar behandel hen goed. Bedenk dat jullie allemaal dezelfde Heer in de hemel hebben. Hij zal iedereen op dezelfde manier beoordelen.

Vecht tegen het kwaad

10Ten slotte nog dit: Blijf op de Heer vertrouwen. Hij zal jullie steunen met zijn grote macht. 11Gebruik Gods wapens, en verdedig je daarmee tegen de slechte bedoelingen van de duivel. 12Want we vechten niet tegen mensen, maar tegen machten en krachten die over de wereld willen heersen. We vechten tegen de leiders van de duisternis, tegen de hoogste kwade machten. 13Pak daarom de wapens die God jullie geeft. Dan kunnen jullie je verdedigen tegen de duivel op de dag dat hij aanvalt. En dan zullen jullie zijn aanval laten mislukken.

14Jullie moeten klaarstaan voor de strijd, net als soldaten. Maar dit is de manier waarop jullie moeten vechten: Spreek altijd de waarheid, en doe altijd het goede. 15Breng aan iedereen het goede nieuws van de vrede. 16En houd altijd vast aan het geloof. Want je geloof beschermt je als een schild tegen de brandende pijlen die de duivel op je afschiet. 17Vertrouw erop dat God je zal redden, want dat vertrouwen beschermt je als een helm. En de boodschap van God is je zwaard. De heilige Geest zal je helpen om die boodschap kracht te geven.

Bid steeds tot God

18Pas goed op, en blijf steeds bidden. Blijf God om hulp vragen. En laat je daarbij leiden door de heilige Geest. Bid voor alle christenen, 19-20ook voor mij.

Christus heeft vrede gebracht voor ons allemaal. Dat is de boodschap die ik aan iedereen vertel, en waarvoor ik in de gevangenis zit. Bid dat ik dat goede nieuws toch verder kan vertellen. Vraag aan God of hij me de juiste woorden wil geven, en mij zonder angst laat spreken. Want dat is de opdracht die hij mij gegeven heeft.

Slot van de brief

21-22Mijn goede vriend Tychikus zal jullie al het nieuws over mij vertellen. Hij is een trouwe dienaar van de Heer. Ik stuur hem naar jullie toe om jullie moed in te spreken, en om jullie te vertellen hoe het met mij gaat.

23Ik wens alle christenen toe dat God, de Vader, en de Heer Jezus Christus vrede aan hen geven, en liefde en geloof. 24En dat God goed zal zijn voor iedereen die houdt van onze Heer Jezus Christus, voor altijd en eeuwig.