Bijbel in Gewone Taal (BGT)

Paulus vertelt het goede nieuws aan niet-Joden

31-2Ik zit in de gevangenis omdat ik Jezus Christus dien. Ik ben gevangengenomen omdat ik de niet-Joden over Jezus vertel. Dat is de opdracht die God mij gegeven heeft. Dat weten jullie allemaal.

God is goed voor mij, 3want hij heeft aan mij zijn plan bekendgemaakt. Over dat plan heb ik eerder in deze brief al kort iets geschreven. 4Als jullie dat lezen, zien jullie hoe goed ik Gods plan met Christus begrijp. 5God heeft zijn plan eeuwenlang voor mensen verborgen gehouden. Maar nu heeft de heilige Geest het bekendgemaakt aan de heilige apostelen en de profeten.

6Nu weten we dat niet-Joden ook bij het volk van God horen. Nu weten we dat Joden en niet-Joden samen één christelijke kerk vormen. En dat de beloftes van God aan Israël nu gelden voor iedereen. Jezus Christus heeft dat allemaal mogelijk gemaakt! Dat is het goede nieuws waarin christenen geloven.

7Als dienaar van God vertel ik dat goede nieuws. Die opdracht heeft God mij gegeven, en daar geeft hij mij kracht voor. Zo goed is hij voor mij. 8Ik ben de onbelangrijkste van alle gelovigen, en toch heb ik die opdracht van hem ontvangen. Ik mag aan de niet-Joden vertellen dat Christus hen wil redden, en hoe onvoorstelbaar geweldig dat is.

Paulus vertelt over Gods plan

9God heeft zijn plan eeuwenlang voor mensen verborgen gehouden. Maar ik mag nu aan iedereen vertellen wat God voor ons gedaan heeft. Eerst heeft hij de hemel en de aarde gemaakt, 10en nu heeft hij van Joden en niet-Joden één kerk gevormd. Alle hemelse machten kunnen daaraan zien hoe groot en bijzonder Gods wijsheid is.

11God heeft dat eeuwenoude plan uitgevoerd via Jezus Christus, onze Heer. 12Wij geloven in Christus, en we horen bij hem. Daarom mogen we God nu alles vragen. We kunnen erop vertrouwen dat hij ons zal helpen. 13Houd dus moed! Ook nu ik voor jullie moet lijden. Want ik lijd om ervoor te zorgen dat jullie hemelse eer zullen ontvangen.

De liefde van Christus

Paulus bidt voor de kerk van Efeze

14Ik kniel en bid tot God, de Vader. 15God heerst over alle engelen in de hemel en over alle volken op aarde. 16Gods macht is groot. Daarom bid ik dat God jullie diep van binnen kracht wil geven door zijn Geest. 17Ik bid dat hij jullie geloof zo groot maakt dat Christus altijd in jullie aanwezig is. En ik bid dat God door de liefde van Christus de kerk sterk wil maken en wil laten groeien. 18Ik bid dat hij jullie en alle andere christenen wil leren hoe groot en diep die liefde is. 19Dan zullen jullie begrijpen dat die liefde groter is dan een mens zich kan voorstellen. Ja, ik bid dat God zelf volledig in jullie aanwezig wil zijn.

20Gods macht is oneindig groot. Hij kan alles doen wat wij hem vragen, of waar wij aan denken, en zelfs nog veel meer. Zijn macht is nu al in ons aan het werk.

21Alle eer aan God, in heel de kerk, die bestaat dankzij Jezus Christus. Alle eer aan God, voor altijd en eeuwig! Amen.