Bijbel in Gewone Taal (BGT)
2

Vroeger waren we allemaal zondig

21Vroeger waren jullie eigenlijk dood, want jullie deden alleen maar verkeerde dingen. 2Jullie gedrag paste bij de slechte wereld waarin we leven, want jullie gehoorzaamden de duivel. En de duivel zorgt ervoor dat de mensen zich verzetten tegen God.

3Zo leefden wij allemaal voordat we christenen werden. We deden allemaal steeds verkeerde dingen. We lieten ons leiden door onze eigen verlangens. We zijn allemaal als zondige mensen geboren. Daarom verdienen we allemaal Gods straf.

4Maar Gods goedheid is groot! Hij is vol liefde voor de mensen, hij houdt van ons. 5Daarom heeft hij ons samen met Christus levend gemaakt. Vroeger waren we eigenlijk dood, want we deden slechte dingen. Maar dankzij Gods goedheid zijn we gered.

Nu leiden we een nieuw leven

6-7God heeft Christus naar de wereld gestuurd. Hij heeft hem laten opstaan uit de dood. En wij zijn samen met Christus opgestaan, omdat we bij hem horen. Eigenlijk zijn we al bij hem in de hemel. Zo heeft God voor altijd en eeuwig laten zien hoe groot zijn goedheid is, en hoeveel hij van ons houdt.

8-9Wij zijn niet beter dan andere mensen. God heeft ons gered, maar niet omdat we zo goed leefden. We zijn gered omdat we dankzij Gods goedheid geloven in Jezus Christus. Dat is Gods geschenk aan ons. 10God heeft nieuwe mensen van ons gemaakt. Want door Jezus Christus zijn wij mensen geworden die goed leven. Dat was Gods bedoeling, daarvoor heeft hij ons bestemd.

Joden en niet-Joden zijn één

Niet-Joden horen ook bij Gods volk

11Jullie hoorden vroeger niet bij het volk van God. Vergeet dat niet! Door Joden werden jullie ‘onbesneden ongelovigen’ genoemd. Joden zijn er trots op dat hun lichaam besneden is. Maar ze vergissen zich als ze denken dat dat belangrijk is.

12Vroeger kenden jullie Christus niet, en jullie hoorden ook niet bij het volk van Israël. Dus de beloftes van God aan Israël waren niet voor jullie. Jullie leefden in een wereld zonder hoop en zonder God. 13Jullie waren vreemdelingen. Maar nu geloven jullie in Jezus Christus. Nu horen jullie bij Gods volk, doordat Christus voor jullie gestorven is.

Christus heeft vrede gebracht

14-15Christus heeft vrede gebracht tussen Joden en niet-Joden. Hij heeft één volk van ons gemaakt. Wij waren elkaars vijanden, maar Christus heeft ons bij elkaar gebracht. Hij is voor ons gestorven. Daardoor zijn de Joodse wetten en regels niet langer nodig om gered te worden. Christus heeft van ons één volk gemaakt, een nieuw volk van christenen. Nu is er vrede tussen Joden en niet-Joden.

16Christus is gestorven aan het kruis. Daardoor is het nu weer goed tussen God en de mensen. Joden en niet-Joden vormen nu samen de kerk. Zo heeft Christus een eind gemaakt aan de vijandschap op aarde.

17Christus bracht Gods boodschap van vrede aan de mensen in Israël en aan de mensen daarbuiten. 18Dankzij hem hebben wij allemaal de heilige Geest gekregen. En via de heilige Geest kunnen we nu allemaal bij God, de Vader, komen.

De christenen vormen samen de kerk

19Vroeger waren jullie vreemdelingen, en hoorden jullie niet bij het volk van God. Maar dat is veranderd. Jullie horen er nu wel bij. Jullie zijn Gods kinderen, samen met de andere christenen.

20-22Alle christenen samen vormen een eenheid: de heilige kerk van Christus. Je kunt het vergelijken met een gebouw. Het fundament van het gebouw is dan de boodschap van de apostelen en de profeten. Jullie zijn de stenen in de muren. En de belangrijkste steen, die het hele gebouw op zijn plaats houdt, dat is Jezus Christus. Hij zorgt ervoor dat de kerk groeit. En dat God zelf in de kerk aanwezig is door de heilige Geest.

3

Paulus vertelt het goede nieuws aan niet-Joden

31-2Ik zit in de gevangenis omdat ik Jezus Christus dien. Ik ben gevangengenomen omdat ik de niet-Joden over Jezus vertel. Dat is de opdracht die God mij gegeven heeft. Dat weten jullie allemaal.

God is goed voor mij, 3want hij heeft aan mij zijn plan bekendgemaakt. Over dat plan heb ik eerder in deze brief al kort iets geschreven. 4Als jullie dat lezen, zien jullie hoe goed ik Gods plan met Christus begrijp. 5God heeft zijn plan eeuwenlang voor mensen verborgen gehouden. Maar nu heeft de heilige Geest het bekendgemaakt aan de heilige apostelen en de profeten.

6Nu weten we dat niet-Joden ook bij het volk van God horen. Nu weten we dat Joden en niet-Joden samen één christelijke kerk vormen. En dat de beloftes van God aan Israël nu gelden voor iedereen. Jezus Christus heeft dat allemaal mogelijk gemaakt! Dat is het goede nieuws waarin christenen geloven.

7Als dienaar van God vertel ik dat goede nieuws. Die opdracht heeft God mij gegeven, en daar geeft hij mij kracht voor. Zo goed is hij voor mij. 8Ik ben de onbelangrijkste van alle gelovigen, en toch heb ik die opdracht van hem ontvangen. Ik mag aan de niet-Joden vertellen dat Christus hen wil redden, en hoe onvoorstelbaar geweldig dat is.

Paulus vertelt over Gods plan

9God heeft zijn plan eeuwenlang voor mensen verborgen gehouden. Maar ik mag nu aan iedereen vertellen wat God voor ons gedaan heeft. Eerst heeft hij de hemel en de aarde gemaakt, 10en nu heeft hij van Joden en niet-Joden één kerk gevormd. Alle hemelse machten kunnen daaraan zien hoe groot en bijzonder Gods wijsheid is.

11God heeft dat eeuwenoude plan uitgevoerd via Jezus Christus, onze Heer. 12Wij geloven in Christus, en we horen bij hem. Daarom mogen we God nu alles vragen. We kunnen erop vertrouwen dat hij ons zal helpen. 13Houd dus moed! Ook nu ik voor jullie moet lijden. Want ik lijd om ervoor te zorgen dat jullie hemelse eer zullen ontvangen.

De liefde van Christus

Paulus bidt voor de kerk van Efeze

14Ik kniel en bid tot God, de Vader. 15God heerst over alle engelen in de hemel en over alle volken op aarde. 16Gods macht is groot. Daarom bid ik dat God jullie diep van binnen kracht wil geven door zijn Geest. 17Ik bid dat hij jullie geloof zo groot maakt dat Christus altijd in jullie aanwezig is. En ik bid dat God door de liefde van Christus de kerk sterk wil maken en wil laten groeien. 18Ik bid dat hij jullie en alle andere christenen wil leren hoe groot en diep die liefde is. 19Dan zullen jullie begrijpen dat die liefde groter is dan een mens zich kan voorstellen. Ja, ik bid dat God zelf volledig in jullie aanwezig wil zijn.

20Gods macht is oneindig groot. Hij kan alles doen wat wij hem vragen, of waar wij aan denken, en zelfs nog veel meer. Zijn macht is nu al in ons aan het werk.

21Alle eer aan God, in heel de kerk, die bestaat dankzij Jezus Christus. Alle eer aan God, voor altijd en eeuwig! Amen.

4

Leef in vrede met elkaar

41Jullie weten dat ik in de gevangenis zit omdat ik de Heer dien. Vanuit de gevangenis vraag ik jullie om te leven op een manier die bij christenen past.

God heeft jullie uitgekozen. 2Denk daarom niet aan jezelf, maar wees altijd vriendelijk en geduldig. Verdraag elkaars fouten, en houd van elkaar. 3De heilige Geest heeft ervoor gezorgd dat jullie een eenheid zijn. Doe je uiterste best om die eenheid te bewaren, door in vrede met elkaar te leven.

4Leef met elkaar alsof jullie één lichaam zijn, met één geest. Want jullie zijn allemaal door God uitgekozen om gered te worden. Daar vertrouwen jullie op. 5Jullie hebben dezelfde Heer, hetzelfde geloof, dezelfde doop. 6En jullie hebben dezelfde God, de Vader van alle mensen. Hij is belangrijker dan alles en iedereen, hij geeft leven aan alles en iedereen, hij is aanwezig in alles en iedereen.

De kerk heeft dienaren gekregen

7Christus heeft ons allemaal een geschenk gegeven dat bij ons past. Zo goed is hij voor ons. 8Daarom staat er in de heilige boeken over Christus: «Toen hij omhoogging naar de hemel, nam hij de kwade machten met zich mee als gevangenen. En hij gaf geschenken aan de mensen.»

9Er staat dus dat Christus omhoog is gegaan. Dat betekent dat hij eerst naar beneden gekomen is, naar de aarde. 10Christus is degene die naar beneden is gekomen. En hij is degene die omhoog is gegaan. Hoger dan de hoogste hemel, zodat hij over alles kan heersen.

11Christus heeft ons geschenken gegeven: hij gaf ons apostelen, profeten, boodschappers van het goede nieuws, leraren, en leiders die de christenen steunen in hun geloof. 12Het is hun taak om de gelovigen te helpen om goede christenen te worden. Het is hun taak om goede dienaren van de kerk te zijn. En het is hun taak om de kerk van Christus sterk te maken. 13Net zo lang totdat wij allemaal hetzelfde geloof hebben, en dezelfde kennis van de Zoon van God. Totdat wij samen als christenen volwassen zijn. Totdat de kerk volmaakt is, net als Christus zelf.

14Mensen met slechte bedoelingen proberen ons te bedriegen. Ze willen ons overtuigen van hun verkeerde ideeën. Vroeger luisterden we naar hen, en raakten we in de war. Maar laten we nu geen onverstandige kinderen meer zijn! 15Laten we trouw zijn aan de waarheid, en van elkaar houden. Want op die manier gaan we steeds meer op Christus lijken. Hij is het hoofd van de kerk. 16Zonder hem kan de kerk niet bestaan, zonder hem kan de kerk geen eenheid blijven.

De dienaren van de kerk hebben de kracht van Christus in zich, en ze helpen om die kracht door te geven. Iedereen in de kerk krijgt zo een deel van die kracht. Want de kerk kan alleen groeien als iedereen in liefde samenwerkt.

Regels voor het nieuwe leven

Leef anders dan ongelovigen

17Dit zeg ik jullie namens de Heer: Leef niet langer zoals de ongelovigen. Want zij hebben dwaze ideeën, 18ze zijn hun verstand kwijt. Ze kennen God niet, en ze willen hem ook niet kennen. Daardoor zijn ze Gods vijanden geworden. 19Ze weten niet wat goed of fout is. Ze laten zich leiden door hun slechte verlangens. Ze hebben verboden seks, en denken alleen maar aan zichzelf.

20Maar jullie weten dat dat verkeerd is, want jullie kennen Christus. 21Jullie hebben over Jezus Christus horen vertellen, en jullie hebben uitleg over hem gekregen. Zo hebben jullie de waarheid leren kennen. 22Jullie hebben ook geleerd dat jullie niet langer moeten leven als ongelovige mensen. Want zo’n leven leidt tot niets!

Ongelovigen gedragen zich slecht omdat ze de waarheid niet kennen. 23-24Maar jullie moeten nu gaan leven als nieuwe mensen. Want jullie zijn van binnen veranderd, jullie kennen nu de waarheid. Daardoor weten jullie dat je eerlijk en heilig moet leven. Dat is waarvoor God de mensen gemaakt heeft.

Wees goed voor elkaar

25Daarom zeg ik tegen jullie: Lieg niet meer tegen elkaar, maar wees eerlijk. Want we zijn allemaal met elkaar verbonden, net zoals de verschillende delen van een lichaam met elkaar verbonden zijn. 26Als je boos bent, ga dan geen verkeerde dingen doen. Maar zorg ervoor dat je boosheid snel weer verdwijnt, 27dan kan de duivel geen invloed op je krijgen.

28Dieven moeten ophouden met stelen. Ze moeten eerlijk werk gaan doen. Met het geld dat ze dan verdienen, kunnen ze arme mensen helpen.

29Zeg geen slechte, negatieve dingen over mensen. Maar zeg, als het nodig is, dingen die het geloof van anderen sterker maken. Zeg iets dat mensen goeddoet.

30Doe de heilige Geest van God geen verdriet. De heilige Geest is in jullie aanwezig, als bewijs dat jullie bij God horen. Daardoor worden jullie gered op de dag dat God de christenen komt bevrijden.

31Alle woede en alle boosheid moet bij jullie verdwijnen, net als alle andere slechtheid. Schreeuw niet langer en vloek niet meer. 32Wees goed en hartelijk voor elkaar. En vergeef elkaar. Want God heeft ook jullie fouten vergeven, omdat Christus voor jullie gestorven is.