Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

Begin van de brief

Paulus groet de christenen in Efeze

11Dit is een brief van Paulus aan de christenen in de stad Efeze.

Ik ben een apostel van Jezus Christus. Dat is Gods wil.

Jullie horen bij God en jullie geloven in Jezus Christus.

2Ik wens jullie toe dat God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus goed voor jullie zijn en jullie vrede geven.

God is goed voor ons

God houdt van ons

3Alle eer aan God, de Vader van onze Heer Jezus Christus! Hij heeft ons vanuit de hemel gezegend. Want hij heeft ons de heilige Geest gegeven, omdat we bij Christus horen.

4Al voordat de wereld gemaakt werd, koos God ons uit om bij Christus te horen. Daardoor kunnen wij als heilige en volmaakte mensen voor Gods troon staan.

God houdt van ons. 5Daarom heeft hij ons uitgekozen om zijn kinderen te zijn. Hij heeft Jezus Christus naar de wereld gestuurd om ons bij hem te brengen. Dat is wat God wilde.

God heeft zijn plan bekendgemaakt

6-7God heeft laten zien dat hij goed voor ons is. Hij stuurde Christus naar ons toe, zijn Zoon, van wie hij zo veel houdt. Hij liet Christus voor ons sterven. Zo groot was Gods goedheid voor ons. Door de dood van Christus zijn onze zonden vergeven, en zijn we bevrijd van onze schuld. Laten we God voor zijn goedheid danken!

8Ja, God is goed voor ons geweest. Want hij heeft ons wijsheid en inzicht gegeven. 9Met die wijsheid en dat inzicht kunnen wij zijn geheime plan begrijpen. Want God had besloten om zijn plan aan ons bekend te maken: 10hij wilde dat de hemel en de aarde door Christus weer een eenheid zouden worden. Dat plan is uitgevoerd toen het juiste moment gekomen was. Christus heerst nu over alles.

God zal ons redden

11Alles gebeurt zoals God het wil. Lang geleden nam hij het besluit dat wij bij hem zouden horen. Daarom stuurde hij Christus naar ons toe. 12Daardoor konden wij in Christus gaan geloven. Nu eren wij God, die goed voor ons is.

13Ook jullie in Efeze geloven nu in Christus. Want jullie hebben de waarheid over hem gehoord, namelijk het goede nieuws dat hij jullie zal redden. Omdat jullie dat geloven, hebben jullie de heilige Geest gekregen. Dat is het teken dat God lang geleden beloofd heeft. 14De heilige Geest is het bewijs dat we Gods kinderen zijn. Daardoor weten we dat we bij God horen, en dat hij ons wil redden. Laten we God voor zijn goedheid danken!

Paulus bidt tot God

15Ik heb gehoord dat jullie in de Heer Jezus geloven, en dat jullie van alle christenen houden. 16Daarom dank ik God voor jullie allemaal. Ik noem jullie in al mijn gebeden. 17Ik vraag dan aan God of hij jullie door de heilige Geest nog meer wijsheid en inzicht wil geven. Dan kunnen jullie hem steeds beter leren kennen. Hij is de God van onze Heer Jezus Christus, en hij is onze machtige Vader.

18Ik vraag God of hij jullie inzicht wil geven. Dan zullen jullie begrijpen dat jullie door hem uitgekozen zijn om gered te worden. Dat jullie allemaal bij hem horen omdat jullie christenen zijn, en hoe geweldig dat is. 19Dan zullen jullie begrijpen hoe enorm groot zijn macht is, en dat die macht in alle gelovigen aan het werk is.

Met diezelfde grote macht 20liet God Christus opstaan uit de dood, en gaf hij hem een plaats in de hemel. Christus zit daar nu naast God, aan de rechterkant. 21Christus heerst nu over alle hemelse machten en krachten. Hij is belangrijker dan iedereen in onze tijd en in de tijd die komt.

22God heeft Christus alle macht gegeven. Hij laat hem heersen over de hemel en de aarde. En dat heeft God gedaan voor de kerk, 23want de kerk hoort bij Christus. In de kerk is Christus nu al volledig aanwezig, zoals hij eens in alles volledig aanwezig zal zijn.

2

Vroeger waren we allemaal zondig

21Vroeger waren jullie eigenlijk dood, want jullie deden alleen maar verkeerde dingen. 2Jullie gedrag paste bij de slechte wereld waarin we leven, want jullie gehoorzaamden de duivel. En de duivel zorgt ervoor dat de mensen zich verzetten tegen God.

3Zo leefden wij allemaal voordat we christenen werden. We deden allemaal steeds verkeerde dingen. We lieten ons leiden door onze eigen verlangens. We zijn allemaal als zondige mensen geboren. Daarom verdienen we allemaal Gods straf.

4Maar Gods goedheid is groot! Hij is vol liefde voor de mensen, hij houdt van ons. 5Daarom heeft hij ons samen met Christus levend gemaakt. Vroeger waren we eigenlijk dood, want we deden slechte dingen. Maar dankzij Gods goedheid zijn we gered.

Nu leiden we een nieuw leven

6-7God heeft Christus naar de wereld gestuurd. Hij heeft hem laten opstaan uit de dood. En wij zijn samen met Christus opgestaan, omdat we bij hem horen. Eigenlijk zijn we al bij hem in de hemel. Zo heeft God voor altijd en eeuwig laten zien hoe groot zijn goedheid is, en hoeveel hij van ons houdt.

8-9Wij zijn niet beter dan andere mensen. God heeft ons gered, maar niet omdat we zo goed leefden. We zijn gered omdat we dankzij Gods goedheid geloven in Jezus Christus. Dat is Gods geschenk aan ons. 10God heeft nieuwe mensen van ons gemaakt. Want door Jezus Christus zijn wij mensen geworden die goed leven. Dat was Gods bedoeling, daarvoor heeft hij ons bestemd.

Joden en niet-Joden zijn één

Niet-Joden horen ook bij Gods volk

11Jullie hoorden vroeger niet bij het volk van God. Vergeet dat niet! Door Joden werden jullie ‘onbesneden ongelovigen’ genoemd. Joden zijn er trots op dat hun lichaam besneden is. Maar ze vergissen zich als ze denken dat dat belangrijk is.

12Vroeger kenden jullie Christus niet, en jullie hoorden ook niet bij het volk van Israël. Dus de beloftes van God aan Israël waren niet voor jullie. Jullie leefden in een wereld zonder hoop en zonder God. 13Jullie waren vreemdelingen. Maar nu geloven jullie in Jezus Christus. Nu horen jullie bij Gods volk, doordat Christus voor jullie gestorven is.

Christus heeft vrede gebracht

14-15Christus heeft vrede gebracht tussen Joden en niet-Joden. Hij heeft één volk van ons gemaakt. Wij waren elkaars vijanden, maar Christus heeft ons bij elkaar gebracht. Hij is voor ons gestorven. Daardoor zijn de Joodse wetten en regels niet langer nodig om gered te worden. Christus heeft van ons één volk gemaakt, een nieuw volk van christenen. Nu is er vrede tussen Joden en niet-Joden.

16Christus is gestorven aan het kruis. Daardoor is het nu weer goed tussen God en de mensen. Joden en niet-Joden vormen nu samen de kerk. Zo heeft Christus een eind gemaakt aan de vijandschap op aarde.

17Christus bracht Gods boodschap van vrede aan de mensen in Israël en aan de mensen daarbuiten. 18Dankzij hem hebben wij allemaal de heilige Geest gekregen. En via de heilige Geest kunnen we nu allemaal bij God, de Vader, komen.

De christenen vormen samen de kerk

19Vroeger waren jullie vreemdelingen, en hoorden jullie niet bij het volk van God. Maar dat is veranderd. Jullie horen er nu wel bij. Jullie zijn Gods kinderen, samen met de andere christenen.

20-22Alle christenen samen vormen een eenheid: de heilige kerk van Christus. Je kunt het vergelijken met een gebouw. Het fundament van het gebouw is dan de boodschap van de apostelen en de profeten. Jullie zijn de stenen in de muren. En de belangrijkste steen, die het hele gebouw op zijn plaats houdt, dat is Jezus Christus. Hij zorgt ervoor dat de kerk groeit. En dat God zelf in de kerk aanwezig is door de heilige Geest.