Bijbel in Gewone Taal (BGT)
13

131Nee, jullie moeten je precies houden aan alles wat ik tegen jullie zeg. Jullie moeten niets veranderen aan de regels die ik jullie geef.

Luister niet naar slechte profeten

2-4Luister niet naar profeten die zeggen dat je andere goden moet vereren! Ook al doet zo’n profeet een wonder, en ook al komen zijn voorspellingen uit.

De Heer, jullie God, stuurt die profeten naar jullie toe. Zo wil hij te weten komen of jullie echt van hem houden, met je hele hart. 5Jullie moeten alleen voor de Heer eerbied hebben, jullie moeten alleen hem dienen.

6Zorg ervoor dat zulke profeten gedood worden. Want ze willen dat jullie de Heer niet langer vereren. Ze willen dat jullie je verzetten tegen de Heer, jullie God, die jullie uit de slavernij in Egypte bevrijd heeft!

Door die profeten te doden, maken jullie in één keer een eind aan het kwaad.

Luister niet naar slechte raad

7-9Stel dat iemand jou in het geheim probeert over te halen om andere goden te vereren. Goden die je niet kent en die ook je voorouders niet gekend hebben. Goden van volken uit de buurt of goden van volken uit verre landen. Luister dan niet naar zo iemand! Ook niet als het je broer is, of één van je kinderen, of je vrouw, of je beste vriend.

10-11Nee, als zo iemand wil dat je andere goden gaat vereren, moet je hem doden! Je mag geen medelijden met hem hebben. Samen met de andere mensen van je volk moet je hem met stenen doodgooien. Jij moet zelf de eerste steen gooien.

Zo iemand moet sterven omdat hij jou wil weghalen bij de Heer, je God. De God die jullie bevrijd heeft uit de slavernij in Egypte! 12Alle Israëlieten moeten weten hoe zo iemand gestraft wordt. Dan zullen ze bang zijn, en ervoor zorgen dat er nooit meer zoiets slechts gebeurt.

Verwoest steden met ontrouwe inwoners

13Jullie zullen in allerlei steden wonen in het land dat de Heer jullie zal geven. Stel dat er over een stad gezegd wordt: 14‘Daar lopen mannen rond met een slechte invloed op het volk. Zij proberen de inwoners over te halen om andere, onbekende goden te vereren.’ 15Als dat gezegd wordt, dan moeten jullie uitzoeken of het echt waar is.

Als het waar is, 16moeten jullie de inwoners doden. Alle mensen die in de stad leven, moeten gedood worden, en ook de dieren. 17En alle bezittingen van de inwoners moeten naar het plein gebracht worden. Daarna moeten jullie de stad en al die bezittingen in brand steken. Dat is een offer voor de Heer, jullie God.

De stad moet door brand verwoest worden, en mag nooit meer opgebouwd worden. 18-19Jullie mogen niets meenemen van de bezittingen in die stad. Want de stad, en ook alles in de stad, is van de Heer.

Als jullie je aan die regels houden, zal de Heer niet kwaad op jullie zijn. Als jullie naar hem luisteren, zal hij goed voor jullie zijn en medelijden met jullie hebben. Houd je aan de regels die ik jullie vandaag leer, en doe wat de Heer wil. Dan zal jullie volk groot worden, zoals de Heer plechtig beloofd heeft aan jullie voorouders.’