Bijbel in Gewone Taal (BGT)
11

De Heer heeft veel wonderen gedaan

111Volk van Israël, jullie moeten de Heer, je God, liefhebben. Houd je aan de wetten en regels die hij gegeven heeft. Houd je daar iedere dag aan.

2Jullie kinderen hebben niet gezien wat de Heer voor jullie gedaan heeft. Zij hebben dat niet zelf meegemaakt, zoals jullie. Zij waren er niet bij toen de Heer zijn lessen aan jullie leerde.

Maar jullie wel! Jullie weten heel goed welke geweldige dingen de Heer voor jullie gedaan heeft. Jullie hebben het zelf meegemaakt! 3Jullie zagen de grote wonderen die hij deed in Egypte. Jullie weten hoe hij de farao en de Egyptenaren gestraft heeft. 4En wat er gebeurde met het leger van de Egyptenaren, dat jullie achtervolgde. De Heer liet hen met al hun paarden en wagens verdrinken in de Rietzee! Hij heeft dat leger toen voorgoed vernietigd.

5Jullie hebben zelf gezien wat de Heer in de woestijn voor jullie deed, voordat jullie hierheen kwamen. 6Jullie waren erbij toen hij Datan en Abiram strafte, de zonen van Eliab uit de stam Ruben. De aarde ging open. En toen zagen jullie wat er met Datan en Abiram gebeurde: ze verdwenen in de aarde, met hun hele familie en al hun bezittingen.

7Jullie hebben dat allemaal met jullie eigen ogen gezien! Jullie hebben gezien wat de Heer voor jullie gedaan heeft.

Het beloofde land is vruchtbaar

8Volk van Israël, houd je daarom aan de regels die ik jullie vandaag geef. Dat zal jullie moed geven. En dan kunnen jullie het land aan de overkant van de Jordaan in bezit nemen. 9Het land dat de Heer aan jullie voorouders beloofd heeft. Daar zal meer dan genoeg te eten en te drinken zijn voor iedereen, en jullie zullen er lang leven.

10In Egypte moesten jullie na het zaaien steeds water naar de akkers brengen. 11Maar het land aan de overkant is anders. Dat is een land met bergen en dalen, waar genoeg regen op de akkers valt. 12De Heer, jullie God, zorgt goed voor dat land. Hij beschermt het, het hele jaar door. 13-15En hij belooft om het op tijd te laten regenen, in de lente en in de herfst. Dan kunnen jullie een grote oogst binnenhalen: graan, druiven en olijven. En dan zal er genoeg gras zijn voor jullie vee. Jullie zullen een goed leven hebben.

Maar dan moeten jullie je wel houden aan de regels die ik jullie vandaag geef. En dan moeten jullie de Heer, je God, dienen, en hem liefhebben met je hele hart en je hele ziel.

Vergeet de regels van de Heer nooit

16Pas op! Laat je niet verleiden om verkeerde dingen te doen! Kniel niet voor andere goden, vereer ze niet. 17Want dan zal de Heer woedend zijn! En dan zal hij de hemel sluiten, zodat er geen regen meer valt en de oogst mislukt. Dan komt er snel een eind aan jullie leven in dat mooie land.

18Onthoud de woorden van de Heer goed, vergeet ze niet! Schrijf zijn regels op een band die je om je arm doet. En schrijf ze op een band die je om je voorhoofd draagt. 19Zorg ervoor dat jullie kinderen die regels goed leren. Blijf ze herhalen, thuis en onderweg, als je naar bed gaat en als je weer opstaat. 20Schrijf ze ook op de deurposten van je huis en op de poorten van de stad.

21Volk van Israël, onthoud de regels van de Heer dus goed. Dan zullen jullie voor altijd wonen in het land dat hij aan jullie voorouders beloofd heeft. Net zo lang als de hemel boven de aarde blijft staan.

De Heer zal de vijanden verjagen

22Houd je heel precies aan de regels die ik jullie geef. Jullie moeten de Heer, je God, liefhebben. Wees hem trouw en leef zoals hij het wil. 23Dan zal de Heer jullie laten wonen in het land waar nu nog andere volken leven. Met zijn hulp zullen jullie hen verjagen. Ook al zijn zij groter en sterker dan jullie.

24Jullie land zal heel groot zijn. Elke plek waar jullie komen, zal van jullie zijn. Van de woestijn in het zuiden tot de Libanon-bergen in het noorden. En van de rivier de Eufraat in het oosten tot de Middellandse Zee in het westen.

25Geen enkele vijand zal sterker zijn dan jullie. In het land waar jullie komen, zal iedereen bang voor jullie zijn. Jullie vijanden zullen beven van angst. Dat heeft de Heer beloofd.

Beloning en straf

26Luister! Vandaag laat ik jullie kiezen tussen beloning en straf.

27De Heer, jullie God, zal je belonen als je je houdt aan zijn regels. Dat zijn de regels die ik vandaag aan jullie geef. 28Maar hij zal je straffen als je je niet aan die regels houdt. Vereer dus geen andere goden, goden die je niet kent.

29-30Als de Heer jullie straks in het beloofde land brengt, ga dan naar de bergen Gerizim en Ebal. Die bergen liggen aan de westkant van de Jordaan, in de buurt van de stad Gilgal. Ze liggen vlak bij de eiken van More. Je kunt er komen via de weg die naar het westen loopt, door het gebied van de Kanaänieten in het Jordaan-dal.

Op de berg Gerizim moeten jullie hardop uitspreken hoe de Heer jullie zal belonen als jullie hem gehoorzamen. En op de berg Ebal moeten jullie hardop uitspreken hoe de Heer jullie zal straffen als jullie hem niet gehoorzamen.

31Straks steken jullie de rivier de Jordaan over. Dan komen jullie in het land dat de Heer jullie zal geven. Dat land zullen jullie veroveren. En als jullie daar wonen, 32houd je dan precies aan de wetten en regels die ik vandaag aan jullie geef.’

12

Vereer geen andere goden

Vernietig alle afgodsbeelden

121Mozes zei verder tegen de Israëlieten: ‘Straks komen jullie in het land dat de Heer, de God van je voorouders, jullie zal geven. Nu volgen de wetten en regels die daar gelden. Jullie moeten je altijd aan die regels houden, je hele leven lang.

2In dat land wonen nu volken die hun goden op allerlei plaatsen vereren, op elke heuvel en onder iedere groene boom. Als jullie die volken verjaagd hebben, moeten jullie al hun heilige plaatsen vernietigen. 3Breek hun altaren af, sla alle heilige stenen kapot! Verbrand de heilige palen van de godin Asjera, maak alle beelden stuk! Er mag niets overblijven dat met hun goden te maken heeft.

Je mag de Heer op één plaats vereren

4Doe niet zoals die volken! Vereer de Heer, jullie God, niet zomaar op allerlei plaatsen. 5De Heer zal zelf een plaats aanwijzen in één van de gebieden van jullie stammen. Daar zal hij wonen. Alleen daar mogen jullie hem vereren.

Als jullie naar die plaats gaan, 6neem dan dieren mee om te offeren. Die zijn bestemd voor de volgende offers: offers die helemaal verbrand moeten worden, offers voor een feestmaal, offers die je brengt als je iets belooft aan de Heer, en andere offers. Neem ook een tiende deel van de opbrengst van je oogst mee. En breng ook alle kalfjes, lammetjes en geitjes mee die het eerst geboren zijn.

7Op die plaats kunnen jullie een feestmaal klaarmaken, ter ere van de Heer, jullie God. Vier feest, samen met je hele familie. En geniet van alles waar je hard voor gewerkt hebt. Zo beloont de Heer jullie.

Nieuwe regels voor het offeren

8Daar in dat land moeten jullie het anders doen dan hier. Want hier brengt iedereen offers op zijn eigen manier. 9Nu zijn jullie nog niet in het land dat de Heer zal geven, en waar jullie veilig kunnen wonen. 10Maar straks steken jullie de Jordaan over en gaan jullie in dat land wonen. De Heer zal ervoor zorgen dat jullie daar geen last meer hebben van vijanden.

Als jullie daar veilig wonen, 11dan mag je de Heer maar op één plaats vereren. Alleen op de plaats die hij aanwijst, de plaats waar hij zelf zal wonen.

Als jullie naar die ene plaats gaan, neem dan alle dieren mee voor de offers die ik al eerder genoemd heb: offers die helemaal verbrand moeten worden, offers voor een feestmaal, offers die je brengt als je iets belooft aan de Heer en offers die je vrijwillig brengt. Neem ook een tiende deel van de opbrengst van je oogst mee, en wat je verder nog wilt offeren.

12Dan kun je daar feestvieren ter ere van de Heer, samen met je kinderen en je slaven. En nodig ook de Levieten uit die bij je in de stad wonen, want zij hebben geen eigen grond.

Je mag niet overal offeren

13Jullie mogen in dat land niet zomaar ergens een offer brengen. 14Dat mag alleen op de plaats die de Heer uitkiest. Jullie moeten alles doen zoals ik het zeg.

15Je mag wel dieren slachten om het vlees op te eten. Dat mag overal waar jullie wonen. Je mag alle dieren slachten die de Heer, jullie God, je geeft. Iedereen mag dat doen, ook mensen die onrein zijn. Net zoals ook iedereen, rein of onrein, het vlees van herten mag eten. 16Maar jullie mogen geen vlees eten waar nog bloed in zit. Je moet het bloed eerst laten wegstromen in de grond.

17Je mag geen offers brengen in je eigen woonplaats. Geen offers van een tiende deel van je oogst, zoals graan, druiven of olijfolie. Geen offers van kalfjes, lammetjes en geitjes die het eerst geboren zijn. En ook geen andere offers, zoals offers die je brengt als je iets beloofd hebt aan de Heer, en offers die je vrijwillig brengt. 18Je mag alleen offers brengen op de plaats die de Heer, je God, uitgekozen heeft.

Alleen daar, op de plaats waar de Heer woont, mag je een offerfeest houden. Daar mag je eten van alles waar je hard voor gewerkt hebt. Houd daar een feestmaal, samen met je kinderen en je slaven. En ook met de Levieten die dan in jullie stad wonen. 19Vergeet hen vooral niet.

Dieren mogen overal geslacht worden

20-21De Heer, jullie God, zal een groot gebied aan jullie geven. Dat heeft hij beloofd. Dus misschien ligt de plaats die hij als zijn woonplaats kiest, ver bij je vandaan. Dan mag je je dieren gewoon in je eigen woonplaats slachten. Als je graag vlees wilt eten, kun je dat dus gewoon doen.

De koeien, schapen of geiten die de Heer je gegeven heeft, moet je slachten zoals ik het jullie geleerd heb. 22Iedereen mag van die dieren eten, ook mensen die onrein zijn. Net zoals ook iedereen, rein of onrein, het vlees van herten mag eten. 23-24Maar jullie mogen geen vlees eten waar nog bloed in zit. Want bloed betekent leven. En iets waar leven in zit, mag je niet eten. Je moet het bloed eerst laten wegstromen in de grond.

25Als jullie je daaraan houden, dan zal het goed gaan met jullie en je nakomelingen. Want dan doen jullie wat de Heer graag wil.

Offeren mag alleen op Gods altaar

26Jullie mogen dus overal slachten. Maar de offers en geschenken voor de Heer moet je meenemen naar de plaats die hij uitkiest. 27Stel dat je op het altaar van de Heer, je God, een dier offert dat helemaal verbrand moet worden. Dan moet je ook het bloed offeren. En als je een offer brengt voor een feestmaal, dan moet je het bloed langs de zijkanten van het altaar gieten. Het vlees mag je daarna opeten.

28Houd je precies aan alles wat ik nu tegen jullie zeg. Als jullie goed naar mijn woorden luisteren, zal het goed gaan met jullie en je nakomelingen. Want dan doen jullie wat de Heer graag wil.

Vereer geen andere goden

29In het land waar jullie gaan wonen, wonen nu nog andere volken. De Heer zal die volken voor jullie vernietigen. En dan zullen jullie het land bezitten, en er wonen.

30Maar denk niet: Hoe zouden die volken hun goden vereerd hebben? Misschien kunnen wij het ook op die manier doen!

Als jullie dat denken, loopt het slecht met jullie af. 31Want de Heer, jullie God, wil niet dat jullie die volken nadoen. Zij hebben voor hun goden dingen gedaan die de Heer afschuwelijk vindt. Ze hebben zelfs hun eigen kinderen aan die goden geofferd!

13

131Nee, jullie moeten je precies houden aan alles wat ik tegen jullie zeg. Jullie moeten niets veranderen aan de regels die ik jullie geef.

Luister niet naar slechte profeten

2-4Luister niet naar profeten die zeggen dat je andere goden moet vereren! Ook al doet zo’n profeet een wonder, en ook al komen zijn voorspellingen uit.

De Heer, jullie God, stuurt die profeten naar jullie toe. Zo wil hij te weten komen of jullie echt van hem houden, met je hele hart. 5Jullie moeten alleen voor de Heer eerbied hebben, jullie moeten alleen hem dienen.

6Zorg ervoor dat zulke profeten gedood worden. Want ze willen dat jullie de Heer niet langer vereren. Ze willen dat jullie je verzetten tegen de Heer, jullie God, die jullie uit de slavernij in Egypte bevrijd heeft!

Door die profeten te doden, maken jullie in één keer een eind aan het kwaad.

Luister niet naar slechte raad

7-9Stel dat iemand jou in het geheim probeert over te halen om andere goden te vereren. Goden die je niet kent en die ook je voorouders niet gekend hebben. Goden van volken uit de buurt of goden van volken uit verre landen. Luister dan niet naar zo iemand! Ook niet als het je broer is, of één van je kinderen, of je vrouw, of je beste vriend.

10-11Nee, als zo iemand wil dat je andere goden gaat vereren, moet je hem doden! Je mag geen medelijden met hem hebben. Samen met de andere mensen van je volk moet je hem met stenen doodgooien. Jij moet zelf de eerste steen gooien.

Zo iemand moet sterven omdat hij jou wil weghalen bij de Heer, je God. De God die jullie bevrijd heeft uit de slavernij in Egypte! 12Alle Israëlieten moeten weten hoe zo iemand gestraft wordt. Dan zullen ze bang zijn, en ervoor zorgen dat er nooit meer zoiets slechts gebeurt.

Verwoest steden met ontrouwe inwoners

13Jullie zullen in allerlei steden wonen in het land dat de Heer jullie zal geven. Stel dat er over een stad gezegd wordt: 14‘Daar lopen mannen rond met een slechte invloed op het volk. Zij proberen de inwoners over te halen om andere, onbekende goden te vereren.’ 15Als dat gezegd wordt, dan moeten jullie uitzoeken of het echt waar is.

Als het waar is, 16moeten jullie de inwoners doden. Alle mensen die in de stad leven, moeten gedood worden, en ook de dieren. 17En alle bezittingen van de inwoners moeten naar het plein gebracht worden. Daarna moeten jullie de stad en al die bezittingen in brand steken. Dat is een offer voor de Heer, jullie God.

De stad moet door brand verwoest worden, en mag nooit meer opgebouwd worden. 18-19Jullie mogen niets meenemen van de bezittingen in die stad. Want de stad, en ook alles in de stad, is van de Heer.

Als jullie je aan die regels houden, zal de Heer niet kwaad op jullie zijn. Als jullie naar hem luisteren, zal hij goed voor jullie zijn en medelijden met jullie hebben. Houd je aan de regels die ik jullie vandaag leer, en doe wat de Heer wil. Dan zal jullie volk groot worden, zoals de Heer plechtig beloofd heeft aan jullie voorouders.’

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]